ECLI:NL:RBNHO:2025:147
Rechtbank Noord-Holland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vordering tot verwijdering en snoei van bomen wegens onrechtmatige hinder en verjaring afgewezen deels toegewezen
In deze burengeschilzaak vordert de eiseres de verwijdering van 13 bomen en struiken die te dicht bij de erfgrens staan en hinder veroorzaken, waaronder het wegnemen van zonlicht van zonnepanelen. De gedaagde voert verweer, onder meer dat de vorderingen verjaard zijn omdat de bomen al meer dan twintig jaar staan.
De rechtbank oordeelt dat de vordering tot verwijdering van enkele bomen verjaard is, met name boom 1 en de beukenbomen 7, 9, 10, 11 en 13, omdat deze al langer dan twintig jaar boven de erfafscheiding uitkomen. Voor de overige bomen en struiken binnen de verboden zone wordt de vordering toegewezen. Daarnaast wordt de gedaagde veroordeeld tot het stutten van een deel van de erfafscheiding dat door de beplanting is gaan hellen.
De rechtbank wijst de vordering tot snoei van overhangende takken af, omdat de gedaagde heeft aangeboden dit vrijwillig te doen. Wel wordt de gedaagde veroordeeld om bepaalde bomen en struiken in hoogte terug te snoeien zodat deze niet hoger zijn dan de zonnepanelen op het dak van de eiseres. De proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard vanwege het belang van de gedaagde bij behoud van de situatie tot een eventueel hoger beroep.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot verwijdering van bepaalde bomen en struiken binnen de verboden zone, stutten van erfafscheiding en snoei van bomen die zonlicht wegnemen van zonnepanelen; andere vorderingen worden afgewezen wegens verjaring.