Uitspraak
1.[eiser 1],
2.
[eiser 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie
- het tussenvonnis waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
2.De feiten
“(…) Vattenfall heb ik aangegeven dit voor einde maand te regelen. En kan ieder het op zijn naam hebben. (…)”
De bepaalde huurprijs is exclusief gas, water en licht. Huurder dient rechtstreeks een contract met de Nutsbedrijven af te sluiten.”Lid 2 is doorgehaald.
3.Het geschil
Verder voert [gedaagde] aan dat [eisers] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen beroep kunnen doen op de nieuwe overeenkomsten. Ten slotte beroept [gedaagde] zich op opschorting (artikel 6:626 BW) en op huurprijsvermindering (artikel 7:207 BW). Hij verzet zich ook tegen de gevorderde ontruiming van [unit nummer 1] omdat hij daarin voor aanzienlijke bedragen heeft geïnvesteerd waardoor hij door een ontruiming onevenredig zwaar zou worden getroffen.
1 mei 2024,
4.De beoordeling
De gevorderde herstelwerkzaamheden betreffende de daklekkages in [unit nummer 2] zullen worden afgewezen. Zoals hiervoor al is overwogen is ten aanzien daarvan onvoldoende komen vast te staan dat sprake is van een gebrek en dat [gedaagde] [eisers] daarvan op deugdelijke wijze op de hoogte heeft gesteld.
- vernietiging van de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot [unit nummer 1] op grond van dwaling onder gelijktijdige verklaring voor recht dat de huurovereenkomst van oktober 2017 van kracht is gebleven en nog immer gelding heeft;
- verklaring voor recht dat [gedaagde] vanaf maart 2021 een huurprijs is verschuldigd van
€ 570,00 per maand (te vermeerderen met de jaarlijkse contractuele indexeringen) voor
[unit nummer 1];
- veroordeling van [eisers] tot terugbetaling van hetgeen [gedaagde] vanaf maart 2021 tot en met april 2024 gelet op voormelde verklaring voor recht teveel aan huur heeft betaald;
- verklaring voor recht dat [gedaagde] met ingang van april 2024 gerechtigd is tot opschorting van 70% van de huurbetalingen voor zowel [unit nummer 1] als [unit nummer 2];
- vermindering van de huurprijs voor beide units met 70% vanaf 1 mei 2024;
- veroordeling van [eisers] om de beide units weer van elektriciteit te voorzien.
5.De beslissing
- € 700,- aan achterstallige huur over de maand maart 2024;
- 30% van de over de periode van 1 april 2024 tot en 1 januari 2026 onbetaald gebleven huur, waarbij voor [unit nummer 1] moet worden uitgegaan van een huurprijs van € 570,- per maand vermeerderd met contractuele indexeringen vanaf 1 oktober 2018, en voor [unit nummer 2] van de blijkens de door partijen gesloten huurovereenkomst geldende huurprijs, het voorgaande vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
- 30% van de hiervoor genoemde huurprijzen per maand (zolang het gehuurde niet is voorzien van energielevering) respectievelijk 100% van de hiervoor genoemde huurprijzen per maand (vanaf het moment dat het gehuurde is voorzien van energielevering) voor elke ingegane gebruiksperiode vanaf 1 januari 2026, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van opeisbaarheid tot die van algehele voldoening als [gedaagde] niet uit eigen beweging tijdig bij vooruitbetaling de huur aan [eisers] betaalt;
€ 570,00 per maand (te vermeerderen met de jaarlijkse contractuele indexeringen vanaf 1 oktober 2018) voor [unit nummer 1];