Eiser betwist het door het college verleende besluit om een omgevingsvergunning te verlenen voor het wijzigen van het gebruik van een monumentaal bijgebouw, de kapberg, naar een woonfunctie. Het bijgebouw is een gemeentelijk monument en ligt op een perceel in Jisp. Het college verleende de vergunning als buitenplanse omgevingsplanactiviteit, omdat de wijziging in strijd is met het bestemmingsplan en er geen binnenplanse afwijkingsmogelijkheid bestaat.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van de beleidsruimte om af te wijken van het omgevingsplan op grond van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het college heeft onderbouwd dat de woonfunctie passend is binnen de cultuurhistorische context en de Woonvisie 2017-2025, waarbij behoud van het monument en het beschermde landschap gewaarborgd blijven. Eiser heeft onvoldoende gronden aangevoerd om het besluit te vernietigen, waaronder het bezwaar dat de renovatie al het behoud garandeert en dat de woonbestemming daarom achterwege moet blijven.
Verder is geoordeeld dat de bezwaarprocedure en heroverweging correct zijn verlopen en dat de bezwaarclausule onder het bestreden besluit geen procedurele tekortkoming vormt. De belangenafweging door het college, inclusief regionale afstemming en de effecten op de woon- en leefomgeving van eiser, is zorgvuldig en rechtmatig uitgevoerd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de omgevingsvergunning rechtsgeldig is verleend. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak is gedaan door rechter P.H. Lauryssen en griffier A.F. Hermus-Zoetmulder op 17 december 2025.