ECLI:NL:RBNHO:2025:14862

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
C/15/370931
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kort geding over opheffing conservatoir beslagen en vorderingen tot schadevergoeding tussen Stichting Medische Kliniek Velsen en Radiologie Velsen B.V.

In deze zaak, die zich afspeelt in de Rechtbank Noord-Holland, is een kort geding aanhangig gemaakt door Stichting Medische Kliniek Velsen en andere eisers (MKV c.s.) tegen Radiologie Velsen B.V. en andere gedaagden (Radiologie Velsen c.s.). De eisers vorderen de opheffing van conservatoire beslagen die door de gedaagden zijn gelegd op hun bankrekeningen en woningen. De gedaagden hebben deze beslagen gelegd als voorlopige maatregel om hun vordering tot schadevergoeding veilig te stellen, die voortvloeit uit een beëindigde samenwerking. De voorzieningenrechter heeft de vordering tot opheffing van de beslagen voorwaardelijk toegewezen, op voorwaarde dat de bestuurders van de eisers verklaren dat de beslagen op hun woningen ook zekerheid bieden voor de vorderingen op de betrokken vennootschappen. De vordering in reconventie van de gedaagden tot een voorschot op schadevergoeding is afgewezen, omdat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat er een schadevergoeding verschuldigd is en er geen klemmende situatie is aangetoond. De voorzieningenrechter heeft overwogen dat de belangen van de eisers zwaarder wegen dan die van de gedaagden, gezien de buitenproportionele zekerheid die de beslagen bieden in verhouding tot de vorderingen van de gedaagden. De zaak heeft geleid tot een complexe juridische discussie over de rechtsgeldigheid van de beslagen en de onderlinge verhoudingen tussen de partijen.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/370931 / KG ZA 25-668
Vonnis in kort geding van 18 december 2025
in de zaak van

1.STICHTING MEDISCHE KLINIEK VELSEN,

te Velsen,
2.
RC MEDICAL B.V.,
te Alkmaar,
3.
[eiser 3],
te [plaats 1],
4.
[eiser 4],
te [plaats 2],
eisende partijen in conventie,
verwerende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen MKV c.s. en afzonderlijk ‘de stichting’, ‘RC Medical’, ‘[eiser 3]’ en ‘[eiser 4]’,
advocaat: mr. M. van Daal, mr. F.R. Prins en mr. S.C.M. van Thiel,
tegen

1.RADIOLOGIE VELSEN B.V.,

te Velsen-Noord,
2.
[gedaagde 2],
te [plaats 3],
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: Radiologie Velsen c.s.,
advocaat: mr A.P. Macro.
De zaak in het kort
Naar aanleiding van de (feitelijke) beëindiging van een samenwerking tussen partijen door (een van) eisers vinden gedaagden dat zij recht hebben op een schadevergoeding en hebben zij - als voorlopige maatregel om hun vordering tot schadevergoeding veilig te stellen - conservatoir beslag gelegd op bankrekeningen en woningen van eisers. Omdat eisers vinden dat deze beslagen onterecht zijn gelegd en zij last hebben van de beslagen, eisen zij in deze spoedprocedure dat de beslagen worden opgeheven. Gedaagden eisen op hun beurt een voorschot op een schadevergoeding.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van eisers voorwaardelijk toe wat betreft de gelegde beslagen op de bankrekeningen; op voorwaarde dat de bestuurders verklaren dat de beslagen op hun woningen ook zekerheid bieden voor de vorderingen op de betrokken vennootschappen. De tegenvordering van gedaagden wordt afgewezen, omdat het onvoldoende zeker is dat eisers een schadevergoeding aan gedaagden zijn verschuldigd en niet is gebleken dat gedaagden op dit moment een voorschot nodig hebben.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties
- de eis in reconventie
- de conclusie van antwoord in reconventie
- de mondelinge behandeling van 4 december 2025, waarbij mr. Van Daal en mr. Macro spreekaantekeningen hebben overgelegd en de griffier voor het overige aantekeningen heeft gemaakt.
1.2.
Tot slot is een datum voor vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De stichting is in 2019 door haar bestuurders [eiser 3] en [eiser 4] opgericht. Zij houdt zich bezig met het faciliteren van medisch specialistische zorg en exploiteert daarvoor Medische Kliniek Velsen (hierna: de kliniek). In de kliniek zijn verschillende specialismen via individuele besloten vennootschappen (hierna: zorg-BV’s) ondergebracht, waaronder MKV Radiologie B.V. (hierna: MKV Radiologie). [eiser 3] en [eiser 4] houden samen (indirect) steeds 50% van de aandelen in de zorg-BV’s en zijn er indirect medebestuurder van.
2.2.
De patiëntenstroom loopt via de stichting. De stichting sluit de contracten voor de te verlenen zorg en declareert aan patiënten en zorgverzekeraars. De zorg wordt door de stichting uitbesteed aan de individuele zorg-BV’s op basis van (schriftelijke) samenwerkingsovereenkomsten. De stichting beschikt over een toelating op grond van de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en het zorgpersoneel is in dienst bij de stichting. De zorg-BV’s beschikken niet zelf over een dergelijke toelating.
2.3.
MKV Radiologie is op 6 mei 2020 opgericht. Haar aandeelhouders zijn RC Medical, van welke onderneming [eiser 3] en [eiser 4] (indirect) aandeelhouder en bestuurder zijn, en Radiologie Velsen, van welke onderneming [gedaagde 2] de (indirect) bestuurder is. Beide aandeelhouders zijn gezamenlijk bevoegd bestuurder van MKV Radiologie.
2.4.
Vanaf de tweede helft van 2023 is tussen de stichting en MKV Radiologie de schriftelijke vastlegging van hun samenwerkingsovereenkomst aan de orde geweest.
2.5.
Op 27 november 2024 heeft de stichting een concept-samenwerkingsovereenkomst aan Radiologie Velsen voorgelegd, waarbij zij [gedaagde 2] heeft verzocht die versie te ondertekenen. In dit concept zijn bepaalde gedragsregels opgenomen waaraan (de specialisten van) MKV Radiologie zich moet(en) houden.
2.6.
Op 17 december 2024 heeft [gedaagde 2] aan [eiser 3] en [eiser 4] het volgende gemaild:
De door jullie opgestuurde samenwerkingsovereenkomsten, gedateerd 27 november 2024 hebben[namen overige radiologen]
en ik met aandacht gelezen.
Het is te onduidelijk in welke hoedanigheid jullie deze overeenkomst presenteren. Is dit als leverancier van diensten en middelen of als mede-aandeelhouder/ bestuurder? In die eerste hoedanigheid lijkt het ons, dat hiertoe conform de statuten een bestuursbesluit noodzakelijk is. Als mede-aandeelhouder/bestuurder lijkt die overeenkomst niet conform de eisen van het ondernemingsrecht, omdat MKV Radiologie door ondertekening van de overeenkomst onvoldoende bepaalde verplichtingen aangaat, waardoor zelfs sprake kan zijn van bestuurdersaansprakelijkheid. Ook zal daardoor de waarde van MKV Radiologie niet bepaald kunnen worden en is onvoldoende aansluiting te vinden bij de Aandeelhoudersovereenkomst.
De door jullie opgestelde overeenkomsten zouden wel geschikt kunnen zijn als huishoudelijke reglement en gedragsregels.
Mijn voorstel is dat jullie binnen een maand inhoudelijk ingaan op de door mij voorgestelde overeenkomst van diensten[…]
, en dat we de door jullie opgestuurde samenwerkingsovereenkomsten veranderen in een huishoudelijk reglement en gedragsregels.
[…]
2.7.
In een e-mail van 19 december 2024 heeft [gedaagde 2] gemeld dat ze het jammer vindt dat er geen inhoudelijke reactie op haar e-mail is gekomen en dat ze uit het antwoord concludeert dat haar poging om er samen uit te komen niet is gelukt. Zij stelt voor om de wederzijdse advocaten verder met elkaar te laten praten over de juridische ins en outs van de overeenkomst.
2.8.
De stichting heeft diezelfde dag geantwoord dat de kliniek per 1 januari 2025 alleen onder voorwaarde van een getekende samenwerkingsovereenkomst zorg wil uitbesteden aan onderaannemers zoals MKV Radiologie en dat als er geen getekende overeenkomst is met MKV Radiologie per 31 december 2024, zij met ingang van 1 januari 2025 de radiologisch diagnostische zorg zal uitbesteden aan een andere partij.
2.9.
Op 29 december 2024 heeft [eiser 3] het volgende Whatsapp-bericht van een verwijzer, Echozorg, ontvangen:
[…]
Ik run Echozorg. In de afgelopen jaren hebben we prettig samengewerkt met de orthopeden van jouw kliniek. We sturen wekelijks beste een aardig aantal patiënten met een warme verwijzing voor een orthopedische operatie of prothese. Heel af en toe vragen we eens een MRI aan bij de afdeling radiologie aan.
Bij deze laat ik je weten at wat mij betreft onze verwijsstroom vanaf 1 januari eindigt.
Ik vind echt de manier waarop jouw radiologen ons behandelen en tegen patiënten aangeven dat ze niet op onze verwijzing welkom zijn, respectloos.
Het toont minachting voor de patiëntenstroom die wij in de afgelopen jaren hebben aangebracht bij[…]
Vanaf 1 januari verwijzen we onze klinische patiënten uit NH naar Acibadem.[…]
2.10.
Gevraagd om een reactie heeft [gedaagde 2] op 30 december 2024 het volgende geantwoord:
In het voorjaar van 2024 bleek via finance dat er sprake was van wanbetaling door Echozorg voor wat betreft de geleverde radiologische zorg. Finance wilde dit op dat moment uit besteden aan een incassobureau. Op ons verzoek is dat niet gebeurd. We hebben zelf met [betrokkene] gebeld in bijzijn van finance. Hij zegde toe te betalen. Dit heeft nog eindeloos geduurd en heeft finance veel werk opgeleverd.
In overleg met jullie hebben we besloten om geen radiologische verwijzingen van Echozorg meer te accepteren, vooral omdat het om kleine aantallen ging en zoals was gebleken, heel veel werk voor finance.[…]
2.11.
[eiser 3] en [eiser 4] hebben diezelfde dag als volgt geantwoord:
Echozorg is 1 van de belangrijkste verwijzers voor de orthopedie. Wij kunnen ons niet herinneren dat we hebben besloten om de toegang tot patiënten van Echozorg te weigeren. Daarnaast is de toonzetting naar deze verwijzers minachtend en dat is niet zoals we intern en extern met elkaar willen omgaan.
2.12.
[gedaagde 2] heeft vervolgens in een e-mail van 30 december 2024 aan [eiser 3] en [eiser 4] onder meer het volgende geschreven:
Naar mijn opvatting zijn de wijze waarop jullie communiceren en de gebruikte toonzetting in de mail van 19 december jongstleden niet in overeenstemming met de basale vereisten van een samenwerking. Jullie mail slaat ook de plank inhoudelijk mis en ik beschouw deze als intimiderend.
Gezien de zeer korte termijn die jullie hebben gesteld en de gebleken onmogelijkheid om op deze termijn voldoende juridisch advies heb te kunnen inwinnen, heb ik besloten om de door jullie voorgelegde (27 november 2024) samenwerkingsovereenkomst met de Stichting Medische Kliniek Velsen te ondertekenen.
[…]
Ik zal begin volgend jaar verder juridisch advies vragen over de door mij getekende overeenkomst en over de noodzakelijke vastlegging van de samenwerking, in ieder geval conform de eisen die de wet stelt aan de posities van onder meer het bestuur en de aandeelhouders.
[gedaagde 2] heeft daarbij de door haar ondertekende samenwerkingsovereenkomst meegezonden.
2.13.
In een e-mail van 31 december 2024 gericht aan MKV Radiologie en [gedaagde 2] heeft de Raad van Bestuur van de stichting onder meer het volgende geschreven:
Naar aanleiding van uw reactie van 30 december 2024, willen wij graag enkele punten verduidelijken.
Zoals eerder gecommuniceerd heeft Stichting Medische Kliniek Velsen besloten de samenwerking met MKV Radiologie per 1 januari 2025 te beëindigen. Dit besluit is genomen op basis van structurele problemen in communicatie, het uitblijven van een goedgekeurde jaarrekening 2023 van MKV Radiologie, het traineren van een ondertekende samenwerkingsovereenkomst en het schenden van medische-ethische normen door zonder overleg of goedkeuring van de Raad van Bestuur patiënten van Echozorg de toegang tot diagnostiek te weigeren.
Wij constateren dat uw bereidheid om alsnog een samenwerkingsovereenkomst te ondertekenen, op dit moment niet meer relevant is. Het feit dat deze bereidheid gepaard gaat met een voorbehoud en de dreiging van juridische stappen, bevestigt ons standpunt dat voortzetting van de samenwerking niet wenselijk is.
[…]
Wij verzoeken u ervoor zorg te dragen dat de bedrijfsvoering op ordentelijke en zorgvuldige wijze wordt achtergelaten, zodat de continuïteit van zorg op de afdeling radiologie te allen tijde gewaarborgd blijft.
Op korte termijn zullen wij u uitnodigen om lopende zaken verder met u af te wikkelen.
2.14.
Radiologie Velsen c.s. heeft de rechtsgeldigheid van deze beëindiging betwist en de stichting gesommeerd te bevestigen dat ze bereid is tot een nader gesprek om tot genormaliseerde verhoudingen te komen. Hierop heeft de stichting geantwoord dat haar standpunt om per 1 januari 2025 geen zorg meer aan MKV Radiologie uit te besteden ongewijzigd blijft.
2.15.
Radiologie Velsen heeft RC Medical opgeroepen voor een bestuursvergadering van MKV Radiologie op 10 januari 2025 met als agendapunten dat RC Medical niet kan deelnemen aan de besluitvorming tijdens de vergadering vanwege een tegenstrijdig belang van haar bestuurders [eiser 3] en [eiser 4] en dat in verband met de beëindiging van de samenwerking tussen MKV Radiologie en de stichting, het bestuur van MKV Radiologie de besluiten zal nemen die zij nodig acht om haar belangen en die van haar aandeelhouders te beschermen.
2.16.
Bij e-mail van 10 januari 2025 heeft de stichting onder meer aan [gedaagde 2] bericht dat anders dan dat [gedaagde 2] tegen collega’s op de kliniek had verteld, er wat de stichting betreft geen sprake kon zijn van hervatting van de werkzaamheden en dat zij graag bereid was met [gedaagde 2] over de redenen daarvoor te praten.
2.17.
In een reactie per e-mail van 12 januari 2025 aan de stichting heeft [gedaagde 2] onder meer geschreven dat de bestuursvergadering rechtsgeldig is gehouden, dat zij de volgende dag haar werkzaamheden zal hervatten en dat zij zich op dat moment niet comfortabel voelt bij een gesprek zonder onafhankelijke derden. Hierop heeft de stichting diezelfde dag onder meer herhaald dat hervatting van de werkzaamheden niet aan de orde is en dat of de volgende dag een gesprek kon plaatsvinden of dat partijen verder gingen met het kort geding dat Radiologie Velsen dan inmiddels tegen de stichting heeft aangespannen.
2.18.
Op 13 januari 2025 is [gedaagde 2] ’s ochtends vroeg bij de kliniek gearriveerd waar [eiser 3] en [eiser 4] haar bij binnenkomst hebben gevraagd om een persoonlijk gesprek. Hiertoe was [gedaagde 2] niet bereid. [eiser 3] en [eiser 4] hebben haar vervolgens meegedeeld dat zij in dat geval haar werkzaamheden niet kon hervatten waarna [gedaagde 2] weer is vertrokken.
2.19.
De advocaten van de stichting en Radiologie Velsen c.s. hebben verder gecorrespondeerd, maar dit heeft niet geleid tot een oplossing.
2.20.
In het daaropvolgende kort geding hebben Radiologie Velsen c.s. gevorderd de stichting te veroordelen de samenwerking voort te zetten totdat de Ondernemingskamer een uitspraak heeft gedaan. Naar aanleiding van de procedure bij de voorzieningenrechter hebben partijen een poging tot mediation gedaan. Dit heeft geen resultaat opgeleverd. Bij vonnis van 28 februari 2025 heeft de voorzieningenrechter de vorderingen van Radiologie Velsen afgewezen. [1] Daarbij heeft die voorzieningenrechter onder meer overwogen:
5.7.
Ter zitting is voldoende aannemelijk geworden dat in de loop der tijd meerdere meldingen zijn gedaan bij de stichting door collega’s over het gedrag van [gedaagde 2]. Weliswaar is zij hierop meerdere keren aangesproken door [eiser 4] en/of [eiser 3], maar hierbij werd niets anders gezegd dan dat het zou moeten verbeteren. Hieraan zijn door de stichting geen consequenties verbonden, bijvoorbeeld in de vorm van het instellen van een onderzoekscommissie en/of het afspreken van een verbetertraject met [gedaagde 2]. De enkele mededeling en passant in het gesprek van 18 september 2024 dat het moest verbeteren was naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet genoeg om daaraan deze vergaande consequentie te verbinden.
5.8.
Bovendien werd op 19 december 2024 nog gesproken over het ondertekenen van de schriftelijke samenwerkingsovereenkomst zoals die op 27 november 2024 aan [gedaagde 2] was toegestuurd. Dit wijst er niet op dat dusdanige obstakels in de samenwerking aanwezig werden geacht door de stichting, dat een beëindiging van een langdurige samenwerking op korte termijn voor de hand lag. Weliswaar heeft [gedaagde 2] op 19 december 2024 nogmaals laten weten dat zij de voorliggende overeenkomst niet wilde tekenen, maar ook die mededeling vormt op zichzelf onvoldoende grond voor het zonder meer opzeggen van de samenwerking. Door de stichting is in dat verband nog gewezen op de op haar rustende verplichting uit de Wtza en dat zij vond dat er nu eerst een schriftelijke samenwerkingsovereenkomst moest komen, maar ook dit maakt het voorlopig oordeel niet anders. De stichting heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar op grond van de Wtza geen andere keus overbleef dan de samenwerking te beëindigen per 1 januari 2025. Het is bij die
stand van zaken niet zonder meer begrijpelijk dat de samenwerking is opgezegd zonder nadere onderhandelingen of zonder anderszins een (financiële) regeling te treffen.
De voorzieningenrechter heeft vervolgens overwogen dat de stichting aan de hand van verschillende schriftelijke verklaringen van collega’s van [gedaagde 2] in de kliniek waaronder collega-radiologen voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij veel klachten over het gedrag van [gedaagde 2] heeft ontvangen, ook na beëindiging van de samenwerking, en dat de reactie daarop van [gedaagde 2], dat als niet iedereen haar aardig vindt dat dan maar
zo is, niet getuigt van voldoende inzicht in het effect van haar gedrag op anderen en in het effect daarvan op de sfeer op de werkvloer. De voorzieningenrechter heeft geconcludeerd:
5.20.
De gang van zaken getuigt naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet van voldoende inzicht bij [gedaagde 2] dat zij haar opstelling binnen de kliniek en haar gedrag en met name de omgang met collega’s en patiënten wezenlijk zal moeten aanpassen. Bij die stand van zaken wordt een terugkeer van [gedaagde 2] op de werkvloer zonder dat hierover nadere afspraken met haar zijn gemaakt, en/of een verbetertraject is ingezet, gelet op alle betrokken belangen, waaronder die van de collega’s en de patiënten van de kliniek, niet werkbaar geacht.
2.21.
Bij arrest van 17 juni 2025 heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van 28 februari 2025 van de voorzieningenrechter bekrachtigd. [2] Daarbij heeft het hof onder meer overwogen:
5.4.
Voor de stichting is (inmiddels) de belangrijkste reden om de samenwerking te beëindigen en niet voort te zetten haar wens om [gedaagde 2] niet te hoeven toelaten in haar kliniek om daar op de werkvloer als radioloog actief te zijn. De stichting heeft toegelicht dat sinds zij de samenwerking heeft beëindigd bij haar nog zoveel meer nieuwe informatie bekend is geworden over de wijze van omgang en communiceren van [gedaagde 2] en de negatieve effecten die dit binnen haar kliniek heeft op collegiale verhoudingen, de werksfeer en de samenwerking met andere medische specialisten, dat inmiddels het gedrag van [gedaagde 2] de belangrijkste reden is (geworden) om de samenwerking niet meer te willen.
[…]
5.10.
Het hof is op grond van dit alles van oordeel dat de stichting er een zwaarwegend belang bij heeft dat zij [gedaagde 2] niet zal hoeven toelaten op de werkvloer van haar kliniek om daar actief te zijn als radioloog, zolang de onderlinge verhoudingen met haar collega’s op de werkvloer en met het bestuur van de stichting niet in voldoende mate zijn hersteld. Dat belang van de stichting weegt zwaarder dan het belang van [gedaagde 2] om nu aanstonds weer actief te kunnen zijn binnen de kliniek.
5.11.
De stichting heeft gesteld dat beëindiging van de samenwerking met MKV Radiologie het enige middel is dat zij heeft om [gedaagde 2] uit haar kliniek te kunnen weren. Radiologie Velsen heeft dit niet weersproken. Radiologie Velsen heeft ook niet gesteld dat zij, afgezien van toelating van [gedaagde 2] tot de werkvloer, nog een eigen ander spoedeisend belang heeft bij het door haar gevorderde bevel aan de stichting om de samenwerking voort te zetten. Bij die stand van zaken valt de belangenafweging in haar nadeel uit en moet de vordering van Radiologie Velsen tot voortzetting van de samenwerking zoals die de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden dan ook worden afgewezen. Ook voor het treffen van een andere (niet nader gespecificeerde) voorlopige voorziening, ziet het hof geen aanleiding.
2.22.
Op 2 mei 2025 heeft Radiologie Velsen een verzoekschrift bij de Ondernemingskamer ingediend voor het bevelen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van MKV Radiologie en het treffen van onmiddellijke voorzieningen, bestaande uit schorsing van de bestuurders en benoeming van een of meer door de Ondernemingskamer aan te wijzen bestuurders. De Ondernemingskamer heeft dit verzoek afgewezen. [3] Daarbij heeft de Ondernemingskamer onder meer overwogen:
3.12.
De Ondernemingskamer komt op basis van een belangenafweging tot de slotsom dat het enquêteverzoek moet worden afgewezen. Beslissend is dat MKV Radiologie na de opzegging van de samenwerking door Stichting MKV geen activiteiten meer uitoefent en dat er ook geen reëel vooruitzicht bestaat dat de afdeling radiologie in de kliniek weer door MKV Radiologie zal worden geëxploiteerd. De samenwerking tussen [gedaagde 2] enerzijds en [eiser 3] en [eiser 4] anderzijds is duurzaam ontwricht.[…]
2.23.
Op 15 september 2025 hebben Radiologie Velsen c.s. de voorzieningenrechter van deze rechtbank verlof gevraagd voor het leggen van conservatoir beslag op bankrekeningen ten laste van MKV c.s. en CR Beheer B.V. [4] bij ING Bank N.V., Rabobank N.V. en ABN Amro N.V. en op woning van [eiser 3] en [eiser 4] op het adres [adres] [plaats 2]. Radiologie Velsen c.s. hebben daarbij hun vordering voor gederfde inkomsten over het afgelopen jaar en de komende vijf jaar, gederfde dividenduitkeringen en goodwill begroot op € 2.991.043,30 inclusief rente en kosten.
2.24.
Op 17 september 2025 heeft de voorzieningenrechter het verzochte verlof verleend met dien verstande dat het niet geldt ten aanzien van CR Beheer, het met betrekking tot de woning van [eiser 4] is beperkt tot zijn aandeel daarin en de vordering is begroot op € 774.402,96 inclusief rente en kosten.
2.25.
Op 26 september 2025 hebben Radiologie Velsen c.s. het beslag gelegd.
2.26.
Bij dagvaarding van 10 oktober 2025 heeft Radiologie Velsen c.s. een bodemprocedure aangespannen tegen MKV c.s. en CR Beheer B.V.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
MKV c.s. vorderen - samengevat - bij vonnis, steeds voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
I. Radiologie Velsen c.s. te veroordelen om binnen drie dagen na dit vonnis:
a. alle gelegde beslagen ten laste van de stichting, RC Medical, [eiser 3] en [eiser 4] onder derden (de bankrekeningen) op te heffen,
b. alle gelegde beslagen op onroerende goederen van [eiser 3] en [eiser 4] op te heffen,
c. ten aanzien van de gelegde beslagen op de onroerend goederen zorg te dragen voor doorhaling van het in de openbare registers ingeschreven proces-verbaal van inbeslagneming, en
d. mededeling te doen aan ING Bank N.V., Rabobank N.V. en ABN Amro N.V. dat de gelegde derdenbeslagen moeten worden opgeheven,
althans subsidiair:
II. Radiologie Velsen c.s. te veroordelen om binnen drie dagen na dit vonnis alle gelegde beslagen ten laste van de stichting, RC Medical en [eiser 3] en [eiser 4] onder derden (de bankrekeningen) op te heffen,
III. de begroting van de vordering waarvoor verlof is verleend om beslag te leggen te verlagen naar een bedrag van € 387.201,48,
en daarnaast (niet primair of subsidiair):
IV. Radiologie Velsen te veroordelen om binnen twee weken na betekening van dit vonnis, aan de advocaat van MKV c.s. een afschrift te verstrekken van de volgende bescheiden:
a. de overeenkomst tussen Radiologie Velsen c.s. (althans een andere (holding)vennootschap waarmee [gedaagde 2] haar werkzaamheden verricht) (enerzijds) en de partij waar [gedaagde 2] (al dan niet via Radiologie Velsen of een andere (holding)vennootschap) thans werkzaam is (anderzijds),
b. een afschrift van de bankafschriften van Radiologie Velsen c.s. (althans een andere (holding)vennootschap waarmee [gedaagde 2] haar werkzaamheden verricht) waaruit de betalingen voor de (indirect) door [gedaagde 2] verrichte werkzaamheden blijken,
c. een afschrift van de sollicitatiebrieven (dan wel in e-mail, SMS- of WhatsApp-vorm) die Radiologie Velsen c.s. (althans een andere (holding)vennootschap waarmee [gedaagde 2] haar werkzaamheden verricht) in de periode 1 januari 2025 tot op heden hebben verstuurd en de daarop ontvangen reacties,
de vorderingen als genoemd onder (a), (b), (II) t/m (IV) op verbeurte van een dwangsom van € 25.000 ineens per onderdeel van het vonnis waaraan niet (tijdig) wordt voldaan, en € 5.000 per dag, dat Radiologie Velsen c.s. niet, of niet volledig, aan deze veroordeling voldoet, met een maximumbedrag van € 100.000, althans andere door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedragen,
V. Radiologie Velsen c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
MKV c.s. leggen aan de vorderingen tot opheffing van de beslagen ten grondslag dat a) Radiologie Velsen c.s. in het beslagrekest in strijd met artikel 21 Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) de voorzieningenrechter onjuist en onvolledig hebben voorgelicht, b) de gepretendeerde vorderingen van Radiologie Velsen c.s. op MKV c.s. summierlijk ondeugdelijk zijn, c) de vordering onjuist is begroot, d) het beslag de hoogte van de begrote vordering aanzienlijk overstijgt en e) dat bij een belangenafweging de belangen van MKV c.s. zwaarder wegen dan de belangen van Radiologie Velsen c.s.
Verder willen MKV c.s. met de verzochte bescheiden in de bodemprocedure aantonen dat [gedaagde 2] wel degelijk een inkomen geniet en zich beroepen op haar schadebeperkingsplicht.
3.3.
Radiologie Velsen c.s. voeren verweer en betwisten dat de opheffingsgronden slagen en lichten dat als volgt toe, waarbij op hun aanwijzing de inhoud van hun dagvaarding in de bodemprocedure is betrokken. Partijen hebben op grond van een mondelinge samenwerkingsovereenkomst jarenlang probleemloos samengewerkt. Eind 2024 heeft Radiologie Velsen als bestuurder van MKV Radiologie tijdig de door de stichting voorgelegde schriftelijke overeenkomst ondertekend. Alsnog heeft de stichting MKV Radiologie op 31 december 2024 op basis van onduidelijke, feitelijk onjuiste en niet (voldoende) onderbouwde argumenten de samenwerking met MKV Radiologie per 1 januari 2025 beëindigd en heeft zij [gedaagde 2] de toegang tot haar praktijk in MKV Radiologie ontzegd. Daardoor kon [gedaagde 2] vanaf januari 2025 haar werkzaamheden en daarmee haar vak niet meer uitoefenen. Haar reputatie is verder geschaad doordat MKV c.s. vervolgens verklaringen van medewerkers en artsen van de kliniek van de stichting verzamelden met betrekking tot vermeende eerdere voorvallen. Deze verklaringen zijn achteraf opgesteld, ongeloofwaardig en zijn door MKV c.s. niet als reden gebruikt zijn om de samenwerking te beëindigen en [gedaagde 2] de toegang tot de kliniek te weigeren. De verwijten over het functioneren van [gedaagde 2] waren haar ook niet eerder bekend en zij heeft zich er niet tegen kunnen verweren. Deze handelswijze van MKV c.s. levert wanprestatie c.q. onrechtmatige daad op tegenover Radiologie Velsen c.s.
Verder hebben MKV c.s. geen voldoende concreet belang bij ontvangst van of inzage in de gevorderde stukken. De gevorderde stukken zijn te ruim en algemeen geformuleerd en het verzoek lijkt op een
fishing expedition. Daarnaast raken sollicitatiebrieven en persoonlijke bankafschriften aan de persoonlijke levenssfeer. Het verzoek past ook niet in een executie-kort geding, maar hoort thuis in een bodemprocedure. Tot slot ontbreekt een concrete onderbouwing van het vereiste spoedeisend belang.
Ter zitting hebben Radiologie Velsen c.s. MKV c.s. en de voorzieningenrechter geïnformeerd dat [gedaagde 2] sinds eind september 2025 bij Zaans Medisch Centrum een tijdelijke aanstelling heeft tegen een lagere vergoeding.
3.4.
De voorzieningenrechter zal hierna, voor zover van belang, nader op de stellingen van partijen ingaan.
in reconventie
3.5.
Radiologie Velsen c.s. vorderen - samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
a. MKV c.s. hoofdelijk te veroordelen om aan Radiologie Velsen te betalen een bedrag gelijk aan de gederfde inkomsten van Radiologie Velsen vanaf 1 januari 2025 tot en met de maand van dit vonnis, berekend op € 31.016,79 per maand, als voorschot op de door Radiologie Velsen in de bodemprocedure gevorderde schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente,
althans, subsidiair
een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag als voorschot op de door Radiologie Velsen in de bodemprocedure gevorderde schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente,
te bepalen dat de onder 1., de voorzieningenrechter begrijpt a., bedoelde betaling geschiedt onverminderd de rechten en vorderingen van Radiologie Velsen in de lopende bodemprocedure waarin de definitieve schade zal worden vastgesteld,
MKV c.s. te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.6.
Radiologie Velsen c.s. leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat Radiologie Velsen volledig afhankelijk is van inkomsten uit MKV Radiologie en zij tot januari 2024 via haar gemiddeld € 31.016,79 per maand ontving. Sinds de beëindiging van de samenwerking en weigering van toegang van [gedaagde 2] heeft Radiologie Velsen geen inkomsten meer en is [gedaagde 2] feitelijk brodeloos geraakt. De vorderingen van Radiologie Velsen c.s. in de bodemprocedure zijn meer dan voldoende aannemelijk om in kort geding een (beperkt) geldelijk voorschot te rechtvaardigen. Als de beslagen (gedeeltelijk) worden opgeheven zonder dat Radiologie Velsen c.s. een voorschot ontvangen, ondergraaft dit de positie van Radiologie Velsen c.s. Er is daarom sprake van een situatie die een onmiddellijke, voorlopige voorziening rechtvaardigt, aldus Radiologie Velsen c.s.
3.7.
MKV c.s. voeren verweer dat grotendeels overeen komt met hun stellingen in conventie. Verder voeren MKV c.s. aan dat [gedaagde 2] in ieder geval sinds oktober 2025 werkzaam is bij het Zaans Medisch Centrum, dat de moedervennootschap van Radiologie Velsen beschikt over activa van meer dan 1 miljoen euro en [gedaagde 2] over een woning van ruim 2 miljoen euro. Het vereiste spoedeisend belang voor de tegenvordering ontbreekt dan ook, aldus MKV c.s.
3.8.
De voorzieningenrechter zal hierna, voor zover van belang, nader op de stellingen van partijen ingaan.

4.De beoordeling

in conventie
Opheffen beslagen
4.1.
Artikel 705 Rv biedt een eigen rechtsgang voor opheffing van beslagen in de vorm van een kort geding bij de voorzieningenrechter. Een spoedeisend belang is daarvoor niet vereist.
4.2.
Opheffing van een conservatoir beslag kan onder meer worden bevolen als op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen zijn verzuimd, summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag, of, als het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid is gesteld.
4.3.
MKV c.s. hebben voor de gevorderde opheffing verschillende grondslagen aangedragen. De voorzieningenrechter zal deze hierna behandelen.
Ad a. Geen schending van artikel 21 Rv
4.4.
Op grond van artikel 21 Rv zijn partijen verplicht de feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Deze verplichting geldt ook voor een beslagrekest. MKV c.s. stellen dat Radiologie Velsen c.s. deze plicht hebben geschonden.
4.5.
MKV c.s. hebben niet weersproken dat Radiologie Velsen c.s. bij hun beslagrekest zowel het vonnis van de voorzieningenrechter als het arrest van het hof hebben gevoegd. In de beweerdelijk eenzijdige en selectieve presentatie van de zaak in het rekest is ook een aantal maal verwezen naar deze uitspraken. Enige selectiviteit en eenzijdigheid in de presentatie, die overigens inherent is aan de discussie tussen partijen, is daarmee in voldoende mate geneutraliseerd zodat de voorzieningenrechter die het beslagrekest beoordeelde niet op het verkeerde been is gezet. Van een schending van artikel 21 Rv kan dan niet worden gesproken.
Ad b. Vorderingen niet summierlijk ondeugdelijk
4.6.
Het beslag moet onder meer worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht blijkt. Dit brengt mee dat het in de eerste plaats op de weg ligt van degene die de opheffing vordert om, met inachtneming van de beperkingen van de voorzieningenprocedure, aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk of onnodig is. De voorzieningenrechter zal aan de hand van wat door beide partijen naar voren is gebracht en summierlijk met bewijsmateriaal is onderbouwd moeten beslissen. [5]
4.7.
MKV c.s. stellen dat het door de beslagleggers ingeroepen recht, summierlijk oordelend, ondeugdelijk is. Voor zover er een aanspraak op schadevergoeding zou bestaan, komt deze aanspraak volgens MKV c.s. aan MKV Radiologie toe en niet aan de beslagleggers, Radiologie Velsen c.s. De samenwerking bestond immers tussen de stichting en MKV Radiologie.
4.8.
De voorzieningenrechter gaat in dit betoog niet mee. [eiser 3] en [eiser 4] zijn via RC Medical mede-aandeelhouder in MKV Radiologie, vormen het bestuur van de stichting en zijn uiteindelijk belanghebbende (UBO’s) van RC Medical en CR Beheer. Tegen deze achtergrond is het niet ondenkbaar dat het feitelijk handelen van [eiser 3] en [eiser 4], in hun samenvallende hoedanigheden van bestuurders van de stichting, UBO’s van RC Medical en CR Beheer en indirect mede-aandeelhouders van MKV Radiologie binnen de kleinschaligheid en de context van de vennootschappelijke structuur waarbinnen partijen samenwerkten, (ook) tegenover de andere aandeelhouder van MKV Radiologie en haar UBO - Radiologie Velsen en [gedaagde 2] - een onrechtmatige daad oplevert. De voorzieningenrechter deelt de opvatting van de voorzieningenrechter in het eerdere kort geding, weergeven in alinea 2.20, dat het opzeggen van de samenwerking en het ontzeggen van de toegang van [gedaagde 2] als een te ‘ruige’ omgang met de belangen van MKV Radiologie en - daarmee indirect ook - van [gedaagde 2] bij behoud van haar arbeidsmogelijkheden moet worden gekwalificeerd. De verklaringen van collega’s op de werkvloer op grond waarvan de voorzieningenrechter en het hof hebben geoordeeld dat terugkeer van [gedaagde 2] in de kliniek niet zonder voldoende herstel van de onderlinge verhoudingen mogelijk was, liggen blijkens de e-mail van 31 december 2024 van de stichting niet aan de beëindiging ten grondslag en zijn pas twee dagen voor de zitting van het eerdere kort geding met [gedaagde 2] gedeeld. De voorzieningenrechter kan zich niet aan de indruk onttrekken dat MKV c.s. zich in die periode vooral hebben ingespannen om materiaal te verzamelen waarmee de onhoudbaarheid van de terugkeer van [gedaagde 2] kon worden onderbouwd, in plaats van de mogelijkheid tot terugkeer te onderzoeken. Bij die inzet past ook dat MKV c.s. niet hebben betwist dat de aansporingen van zowel de voorzieningenrechter als (impliciet) het hof om een traject in te richten gericht op herstel van de verhoudingen, door hen nimmer serieus zijn genomen.
4.9.
De vraag of en tussen welke van de betrokkenen in verband met welke aspecten van het verweten handelen een verbintenis tot schadevergoeding is ontstaan, is complex en zal in de bodemprocedure moeten worden beantwoord. In dit geding kan daar niet op worden vooruitgelopen. Van een summierlijk ondeugdelijke vordering kan om deze redenen op dit moment niet worden gesproken.
Ad c., d. en e. Geen herbegroting vordering, belangenafweging
4.10.
Gezien het voorgaande ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding het bedrag waarvoor het beslagverlof is verleend te herbegroten. Wel ziet de voorzieningenrechter op grond van de navolgende belangenafweging aanleiding voor een gedeeltelijke opheffing van het beslag onder voorwaarden.
4.11.
Onweersproken is dat de totale waarde van de activa die Radiologie Velsen c.s. met de beslagen hebben getroffen minimaal € 2.678.000 bedraagt. Dit bedrag is een veelvoud van het bedrag waarvoor het verlof is verleend, € 774.402,96, zodat de huidige beslagen een buitenproportionele zekerheid vertegenwoordigen. MKV c.s. hebben gesteld dat de beslagen op de bankrekeningen van de stichting en RC Medical ernstige gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering, onder meer omdat op die bankrekeningen zorggelden staan. Deze toelichting is niet weersproken en komt de voorzieningenrechter aannemelijk voor.
4.12.
Ter zitting is besproken dat de verhaalswaarde van de beslagen op de woningen van [eiser 3] en [eiser 4], uitgaande van voormelde begroting, als zekerheid toereikend zijn, indien die zekerheid ook het verhaal van de vorderingen op de vennootschappen zou afdekken. Dit volgt uit de (grove) waardebepalingen van de huizen zijnde minimaal € 1.587.000 en € 1.247.000, van de laatste heeft [eiser 4] een onverdeeld aandeel van 50%, en de door MKV c.s. gestelde hoogte van de daaraan verbonden hypothecaire geldleningen van ca. € 732.000 resp. € 612.000. Deze waardes zijn door Radiologie Velsen c.s. niet gemotiveerd bestreden.
Ter zitting waren partijen dicht bij een regeling die strekte tot opheffing van de bankbeslagen na uitbreiding van de verhaalsmogelijkheid die de beslagen op het onroerend goed bieden tot zekerheid voor het verhaal van de vorderingen op de vennootschappen. Dat is afgestuit omdat Radiologie Velsen c.s. vasthield aan haar vordering in reconventie. De daarover in dit vonnis gegeven oordelen, als hierna uiteengezet, maken de weg vrij om die regeling, naar keuze van MKV c.s., op de hierna omschreven wijze als faciliteit op te leggen.
4.13.
De voorzieningenrechter zal de subsidiair gevorderde opheffing van de beslagen op de bankrekeningen van MKV c.s. toewijzen onder de voorwaarde dat MKV c.s. aan Radiologie Velsen c.s. schriftelijk verklaren dat de door Radiologie Velsen c.s. gelegde beslagen op de woningen van [eiser 3] en [eiser 4] als onder 2.23 omschreven mede tot zekerheid strekken voor hetgeen MKV c.s. en CR Beheer naar het oordeel van de rechtbank in de bodemprocedure aan Radiologie Velsen en [gedaagde 2] verschuldigd blijken te zijn. In de verklaring mag worden opgenomen dat deze de door de wet gegeven mogelijkheid van opheffing van deze beslagen tegen toereikende vervangende zekerheid dan wel op vordering in kort geding onverlet laat.
De termijn waarbinnen Radiologie Velsen c.s. de beslagen op de bankrekeningen dienen op te heffen stelt de voorzieningenrechter op drie werkdagen na ontvangst van de verklaring.
Dwangsom
4.14.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding om, zoals onder IV gevorderd, aan de veroordeling tot opheffing een dwangsom te verbinden. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd zoals hierna in de beslissing is vermeld.
Geen spoedeisend belang bij afschrift van gegevens
4.15.
MKV c.s. hebben verder gevorderd Radiologie Velsen te veroordelen om verschillende bescheiden met betrekking tot andere inkomsten van Radiologie Velsen c.s. af te geven. Voor toewijzing van een vordering die op grond van artikel 194 Rv in kort geding wordt ingesteld is - naast de eisen van artikel 194 Rv zelf – vereist dat de eisende partij hierbij een spoedeisend belang heeft.
4.16.
De voorzieningenrechter overweegt dat Radiologie Velsen c.s. door op zitting inzage in en/of afschrift te geven van de overeenkomst van [gedaagde 2] met Zaans Medisch Centrum en de verklaring van [gedaagde 2] dat zij zich tot het aangaan van die overeenkomst heeft gericht op terugkeer bij MKV Radiologie en niet op het vinden van ander werk, een deel van de vragen van MKV c.s. heeft beantwoord. Niet is gesteld of gebleken dat er sprake is van klemmende omstandigheden aan de kant van MKV c.s. om op korte termijn over de overige gevraagde informatie te beschikken. Niet valt in te zien waarom deze vordering, voor zover MKV c.s. daar nog belang bij hebben, niet in de lopende bodemprocedure kan worden betrokken. De vordering zal daarom worden afgewezen.
Proceskosten
4.17.
MKV c.s. zijn grotendeels in het ongelijk gesteld, want de gevorderde opheffing van de beslagen wordt slechts beperkt en voorwaardelijk toegewezen en de vordering tot afgifte van de bescheiden wordt afgewezen. Zij moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Radiologie Velsen c.s. worden begroot op:
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.999,00
in reconventie
4.18.
In kort geding kan bij wijze van voorlopige voorziening een voorschot op schadevergoeding worden gevorderd, maar de lat voor toewijzing ligt hoog. Om voor toewijzing van een geldvordering in kort geding in aanmerking te komen moet niet alleen worden aangetoond dat er sprake zijn van een spoedeisend belang, maar ook moet het bestaan van de vordering en de omvang ervan voldoende aannemelijk zijn, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede de vraag naar – kort gezegd – het risico van onmogelijkheid van terugbetaling zal moeten betrekken, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening. [6]
4.19.
De complexiteit van het geschil tussen partijen die in conventie ten gunste van Radiologie Velsen c.s. werkt, werkt in reconventie ten nadele van hen. De voorzieningenrechter acht op basis van de huidige stand van het dossier onvoldoende aannemelijk dat in de lopende bodemprocedure een schadevergoeding zal worden toegewezen. De aard van de schade - gederfde arbeidsinkomsten - kan aanleiding zijn om de hiervoor vermelde maatstaf minder strikt toe te passen, maar dan zal aannemelijk moeten zijn dat het ontbreken van die inkomsten tot een klemmende situatie leidt, waardoor een onmiddellijke voorziening is vereist. Dat is hier niet het geval.
Weliswaar heeft Radiologie Velsen sinds januari 2025 geen inkomsten van de stichting ontvangen, maar dat er sprake is van een financieel klemmende situatie die noopt tot een voorziening die strekt tot bevoorschotting is niet gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt. Dat het in conventie voorwaardelijk en gedeeltelijk opheffen van de beslagen, als hiervoor onder 4.13 omschreven, de positie van Radiologie Velsen c.s. zou ondergraven, zoals zij stellen, maakt dit niet anders. Daarom zal de voorzieningenrechter de vordering tot betaling van een voorschot afwijzen.
De voorzieningenrechter kan zich overigens wel voorstellen dat de afweging anders zou kunnen uitvallen wanneer [gedaagde 2] na afloop van het huidige tijdelijke contract van arbeidsmogelijkheden gedurende langere tijd van arbeidsmogelijkheden verstoken zou zijn
en meer inzicht geeft in haar financiële situatie.
Proceskosten
4.20.
Radiologie Velsen c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van MKV c.s. worden begroot op:
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.285,00
4.21.
Omdat een hoofdelijke veroordeling in de proceskosten is gevorderd, niet is bestreden en ook in de rede ligt, zal de voorzieningenrechter dit expliciet te beslissen.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
in conventie
5.1.
veroordeelt Radiologie Velsen c.s. om de conservatoir beslagen ten laste van MKV c.s. onder Rabobank, ABN AMRO Bank en ING-bank op te heffen, onder de voorwaarde dat MKV c.s. aan Radiologie Velsen c.s. schriftelijk verklaren dat de door Radiologie Velsen c.s. gelegde beslagen op de woningen van [eiser 3] en [eiser 4] als onder 2.23 omschreven mede tot zekerheid strekken voor hetgeen MKV c.s. en CR Beheer naar het oordeel van de rechtbank in de bodemprocedure aan Radiologie Velsen en [gedaagde 2] verschuldigd blijken te zijn,
5.2.
bepaalt dat Radiologie Velsen c.s. de beslagen op de bankrekeningen binnen drie werkdagen na ontvangst van onder 5.1 omschreven verklaring moeten opheffen,
5.3.
veroordeelt Radiologie Velsen c.s. om aan MKV c.s. een dwangsom te betalen van € 5.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de veroordeling onder 5.1. met inachtneming van de termijn van 5.2. voldoen, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,
5.4.
veroordeelt MKV c.s. in de proceskosten van € 1.999,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als MKV c.s. niet tijdig aan deze procesveroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
5.6.
wijst de vorderingen van Radiologie Velsen c.s. af,
5.7.
veroordeelt Radiologie Velsen c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 1.285,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Radiologie Velsen c.s. niet tijdig aan deze procesveroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.8.
veroordeelt Radiologie Velsen c.s. tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
in conventie en reconventie
5.9.
verklaart dit vonnis wat betreft de beslissingen onder 5.1. t/m 5.4., 5.7. en 5.8. uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025.
1680

Voetnoten

1.vonnis van rechtbank Noord-Holland, 28 februari 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:2172
2.arrest van gerechtshof [plaats 3], 17 juni 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:1580
3.beschikking van de Ondernemingskamer van 21 oktober 2025, zaaknummer: 200.354.164/01 0K
4.CR Beheer B.V. verzorgt de faciliteiten van de kliniek. [eiser 3] en [eiser 4] zijn (indirect) bestuurders van CR Beheer.
5.vergelijk arrest van de Hoge Raad van 14 juni 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2105, rov. 3.3.
6.vergelijk arrest van de Hoge Raad van 28 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP0263, rov. 3.5.1