ECLI:NL:RBNHO:2025:14886

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 oktober 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
11815160 \ CV EXPL 25-2202
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor oproeping in vrijwaring in civiele zaak over ondeugdelijke zonnepaneleninstallatie

In deze civiele procedure vordert eiser schadevergoeding wegens tekortkomingen in de uitvoering van een overeenkomst voor de installatie van zonnepanelen. Eiser stelt dat gedaagde een alternatieve en ondeugdelijke montagevariant heeft toegepast, met roestende houtdraadschroeven en gebreken zoals losliggende kabels en onveilige kabeldoorvoeren. Hierdoor is de waterdichtheid van het dak in het geding.

Gedaagde verzoekt in een incident om toestemming om een derde, de onderaannemer die verantwoordelijk was voor het ondersysteem en de installatie, in vrijwaring op te roepen. Dit omdat gedaagde bij een veroordeling mogelijk regres kan nemen op deze derde.

De kantonrechter oordeelt dat het verzoek gegrond is, gezien het mogelijke regresbelang van gedaagde. Daarom wordt toestemming verleend om de derde op te roepen in vrijwaring. De hoofdzaak wordt verwezen naar een rolzitting voor verdere behandeling, en de beslissing over de kosten wordt aangehouden.

Het vonnis is gewezen door kantonrechter S. Slijkhuis en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2025.

Uitkomst: Gedaagde wordt toegestaan de onderaannemer in vrijwaring op te roepen en de hoofdzaak wordt verwezen naar een rolzitting voor verdere behandeling.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zaanstad
Zaaknummer: 11815160 \ CV EXPL 25-2202 TB
Vonnis van 30 oktober 2025 van de kantonrechter in het incident
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1] ,
eisende partij in de hoofdzaak, verweerster in het incident
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. M.J.M. Groen,
tegen
[gedaagde],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij in de hoofdzaak, eisende partij in het incident
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. L. Muller.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met een eis in de hoofdzaak van [eiser] van 24 juli 2025
- de incidentele conclusie houdende vordering tot oproeping in vrijwaring van [gedaagde] van 4 september 2025
- de conclusie van antwoord in het incident van [eiser] van 2 oktober 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis in het incident bepaald.

2.De vordering in de hoofdzaak

2.1.
[eiser] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt:
I. tot betaling van een schadevergoeding van € 9.516,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 oktober 2023;
II. tot betaling van € 4.330,80 aan expertisekosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 september 2024;
III. tot betaling van € 908,28 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding;
IV. in de kosten van deze procedure en in de nakosten.
2.2.
[eiser] voert daartoe, kort gezegd, als volgt aan. [gedaagde] is tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen, doordat de onderaannemer, [naam] , een alternatieve variant heeft gebruikt om de zonnepanelen op het dak te monteren dan is afgesproken. Er is een ondeugdelijk systeem geïnstalleerd. Daarnaast zijn de gebruikte (alternatieve) houtdraadschroeven binnen een periode van vier jaar gaan roesten. Dit betreft een ernstig gebrek omdat de waterdichtheid van het dak, anders dan de geldende norm voorschrijft, in het geding is. Er is sprake van een ondeugdelijke uitvoering van de overeenkomst. Verder is sprake van losliggende kabels, gebruik van een onveilige kabeldoorvoer en een onjuiste plaatsing van optimizers. Ook deze gebreken kwalificeren als tekortkomingen in de uitvoering van de overeenkomst.
Op het moment dat [gedaagde] niet tijdig tot herstel/nakoming overging, is hij daarmee in verzuim geraakt en heeft [eiser] aanspraak gemaakt op vergoeding van de door haar geleden schade. De schade betreft het demonteren van de zonnepanelen, het herstellen van het dak, het opnieuw plaatsen van de panelen conform de geldende normen en een vergoeding van de expertisekosten en buitengerechtelijke incassokosten.

3.De vordering in het incident

3.1.
[gedaagde] vordert dat hem zal worden toegestaan [naam] te [plaats 3] in vrijwaring op te roepen. Hij legt aan de vordering – kort weergegeven – ten grondslag dat hij belang heeft bij de oproeping omdat bij een veroordeling in de hoofdzaak van [gedaagde] hij de nadelige gevolgen mogelijk kan afwentelen op [naam] [gedaagde] is de contractuele partij van [eiser] en dus eindverantwoordelijke. Uit de montage opdracht blijkt dat [naam] verantwoordelijk was voor het ondersysteem en de installatie van de zonnepanelen. Indien blijkt dat sprake is van eventuele tekortkomingen doordat de installatie ondeugdelijk is, dan zijn deze tekortkomingen terug te voeren op het handelen en/of nalaten van [naam] Indien en voor zover [gedaagde] in de hoofdzaak tot vergoeding van schade wordt veroordeeld, kan [gedaagde] deze schade, gelet op de contractuele verhouding met [naam] , in beginsel verhalen op [naam]

4.Het verweer in het incident

4.1.
[eiser] refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.

5.De beoordeling in het incident

5.1.
Een veroordeling van [gedaagde] in de hoofdzaak kan tot gevolg hebben, dat [gedaagde] op grond van zijn rechtsverhouding met [naam] geheel dan wel gedeeltelijk regres zal kunnen nemen op [naam] Daarom wordt het verzoek toegewezen.
5.2.
De beslissing over de kosten in het incident wordt aangehouden tot de beslissing in de hoofdzaak.

6.De beslissing

De kantonrechter
in het incident:
6.1.
staat [gedaagde] toe [naam] te [plaats 3] , te dagvaarden tegen de rolzitting van 27 november 2025 te 10.00 uur om op de eis in de vrijwaring te antwoorden;
in de hoofdzaak:
6.2.
verwijst de zaak naar de rol van 27 november 2025 te 10.00 uur voor conclusie van antwoord;
in het incident en in de hoofdzaak:
6.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Slijkhuis en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2025.