In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland op 17 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen SIVO MEDIA HOLDING B.V. (hierna: SiVO) en ROYAL COFFEE & TEA INNOVATIONS B.V. (hierna: RCTI). SiVO vorderde betaling van RCTI van een bedrag van € 4.842,91, vermeerderd met rente en kosten, terwijl RCTI in reconventie een vordering instelde tegen SiVO voor een bedrag van € 1.264,45, eveneens vermeerderd met rente en kosten. De kern van het geschil betrof de vraag of SiVO niet-ontvankelijk was in haar vordering, omdat RCTI stelde dat er geen sprake was van cessie, maar van een contractsovername, waarvoor instemming van RCTI vereist was.
De kantonrechter oordeelde dat de akte die door SiVO was overgelegd, niet als een cessie kon worden aangemerkt, maar als een contractsovername. Dit hield in dat de gehele rechtsverhouding van SiVO Media Group B.V. naar SiVO was overgedragen, en niet enkel het vorderingsrecht. De rechter concludeerde dat er geen rechtsgeldige contractsovername had plaatsgevonden, omdat de instemming van RCTI ontbrak. Hierdoor werd de vordering van SiVO afgewezen en werd SiVO veroordeeld in de proceskosten.
In reconventie werd de vordering van RCTI eveneens afgewezen, omdat RCTI zich in dezelfde zaak op het standpunt stelde dat er geen contract was met SiVO. De rechter oordeelde dat RCTI haar vordering alleen kon instellen tegen SiVO Media Group B.V. en niet tegen SiVO. Ook RCTI werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.