ECLI:NL:RBNHO:2025:14899

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
11875942 \ CV EXPL 25-2632
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand

In deze zaak vordert de stichting Wooncompagnie ontbinding van de huurovereenkomst met een huurder wegens een huurachterstand van negen maanden. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de huurder, ondanks eerdere veroordelingen tot betaling van huurachterstanden en ontruiming, opnieuw in gebreke is gebleven. De huurder heeft weliswaar aangevoerd dat hij inmiddels weer een stabiel inkomen heeft, maar de kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand zo aanzienlijk is dat ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd is. De kantonrechter heeft de vordering tot ontbinding en ontruiming toegewezen, evenals de vordering tot betaling van de achterstallige huur en bijkomende kosten. De huurder is veroordeeld om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis het gehuurde te ontruimen. Tevens is de huurder veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De uitspraak is gedaan op 18 december 2025.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zaanstad
Zaaknummer: 11875942 \ CV EXPL 25-2632 TB
Vonnis van 18 december 2025
in de zaak van
de stichting
STICHTING VOLKSHUISVESTINGSGROEP WOONCOMPAGNIE,
te Hoorn,
eisende partij,
hierna te noemen: Wooncompagnie,
gemachtigde: T. Bierlee,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. M. Raaijmakers.
De zaak in het kort
De verhuurder van een sociale huurwoning vordert ontbinding van de huurovereenkomst en betaling van 9 maanden achterstallige huur. De kantonrechter is van oordeel dat de huurachterstand kan worden toegewezen. Deze huurachterstand rechtvaardigt de ontbinding van de huurovereenkomst. Daarbij weegt de kantonrechter mee dat al twee keer eerder in een procedure bij de kantonrechter de huurovereenkomst is ontbonden en de huurder is veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde en tot betaling van een huurachterstand. Er is dus sprake van een herhaalde wanbetaling. Ook de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde worden daarom toegewezen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 september 2025
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 4 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Wooncompagnie verhuurt met ingang van 7 augustus 2014 aan [gedaagde] de woning aan het [adres] te [plaats] , [gemeente] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 565,52 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn Algemene Huurvoorwaarden Zelfstandige woonruimte van 1 oktober 2005 (hierna: algemene voorwaarden) van toepassing.
2.2.
Wooncompagnie heeft [gedaagde] eerder in rechte betrokken in verband met een huurachterstand, hetgeen heeft geleid tot een veroordelend vonnis van de kantonrechter van 25 november 2021 en 4 mei 2023, waarin onder meer ontbinding van de huurovereenkomst is toegewezen en ontruiming van het gehuurde.
2.3.
[gedaagde] heeft de huur opnieuw niet betaald. Wooncompagnie heeft [gedaagde] aangemaand op 3 juli 2025, om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.

3.Het geschil

3.1.
De vordering van Wooncompagnie strekt tot ontbinding van de huurovereenkomst tussen partijen, ontruiming van het gehuurde en betaling van de (achterstallige) huurpenningen en bijkomende kosten.
3.2.
De vordering is gebaseerd op een huurachterstand, die bij dagvaarding feitelijk € 3.335,70 beliep, berekend tot en met september 2025. Wooncompagnie maakt daarnaast aanspraak op rente (tot en met 5 september 2025 een bedrag van € 40,46) en buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 401,66 inclusief btw. Op de zitting heeft Wooncompagnie meegedeeld dat de huurachterstand verder is opgelopen en tot en met de maand december 2025 € 5.032,26 bedraagt. Zij heeft haar vordering in zoverre gewijzigd en voor het overige bij haar vorderingen volhard. [gedaagde] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Wooncompagnie de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. Daar komt bij dat sprake is van herhaalde wanprestatie aangezien [gedaagde] twee keer eerder bij vonnis van de kantonrechter is veroordeeld tot betaling van een huurachterstand en waarbij de huurovereenkomst is ontbonden. Wooncompagnie heeft er destijds niet voor gekozen om de ontruiming ten uitvoer te leggen, maar is nu niet meer bereid om daarvan af te zien.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] erkent de huurachterstand, maar hij beroept zich op persoonlijke en financiële omstandigheden. Hij is inmiddels weer volledig aan het werk en er is weer sprake van een stabiel inkomen. De huurachterstand zal daarom niet verder oplopen. Wooncompagnie heeft er daarom geen belang meer bij om de huurovereenkomst te ontbinden. Daarnaast zal [gedaagde] in een noodtoestand komen te verkeren als hij zijn woning moet verlaten. [gedaagde] zal dakloos raken en in een neerwaartse spiraal belanden waar hij zelf noch het maatschappelijk belang mee gediend is. De tekortkoming rechtvaardigt de ontbinding met haar gevolgen dus niet.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Ambtshalve toetsing van de huurovereenkomst en de algemene huurvoorwaarden
4.1.
De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen).
4.2.
De voor de vordering relevante bedingen in artikel 4 van de algemene voorwaarden zijn getoetst en niet oneerlijk bevonden.
De huurachterstand moet worden betaald en de bijkomende kosten
4.3.
Wooncompagnie heeft ter zitting gesteld dat de actuele huurachterstand tot en met december 2025 € 5.032,26 bedraagt. [gedaagde] heeft erkend dat er een huurachterstand is tot en met november 2025. [gedaagde] heeft op de zitting gesteld dat hij de huur over de maand december 2025 heeft voldaan aan Wooncompagnie. De gemachtigde van Wooncompagnie heeft daarop meegedeeld dat de administratie van Wooncompagnie de betaling nog niet heeft ontvangen dan wel heeft verwerkt en dat deze daarom nog niet in het actuele overzicht is meegenomen. De kantonrechter zal de gevorderde huurachterstand van € 5.032,26 dan ook toewijzen, met dien verstande dat door [gedaagde] gedane betalingen daarop in mindering worden gebracht door Wooncompagnie.
4.4.
[gedaagde] is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen. Daartegen is ook geen verweer gevoerd.
4.5.
Wooncompagnie vordert verder vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Wooncompagnie heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 401,66 worden toegewezen.
De huurovereenkomst wordt ontbonden
4.6.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1] De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen.
4.7.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand zes maanden. Dat is op zichzelf genomen al een forse huurachterstand. Daarna is de huurachterstand verder opgelopen en inmiddels bedraagt de huurachterstand negen maanden. Deze huurachterstand is daarom dusdanig groot dat deze een ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt.
Dat [gedaagde] inmiddels een stabiel inkomen heeft en daarom de huur weer kan betalen en de huurachterstand snel kan inlopen, staat daaraan niet in de weg. [gedaagde] heeft dat verder niet onderbouwd. Bovendien heeft [gedaagde] , ondanks de stelling dat hij sinds september 2025 weer een stabiel inkomen heeft, geen toereikende verklaring gegeven voor het onbetaald laten van de huur over (in ieder geval) de maanden september tot en met november 2025. Hij heeft pas voor het eerst, zo stelt hij, begin deze maand een betaling van de lopende huur gedaan. Ook is niet gebleken dat hij enig bedrag heeft betaald om de huurachterstand in te lopen.
4.8.
Ook weegt mee dat [gedaagde] moet worden aangemerkt als gewaarschuwd. Hij is al twee maal eerder in een procedure betrokken en de kantonrechter heeft in die zaken de huurovereenkomst ontbonden en hem veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde vanwege een huurachterstand. Gelet op de eerdere veroordelingen aan de zijde van [gedaagde] is sprake van een herhaalde wanprestatie. [gedaagde] heeft ook niet weersproken dat hij vanaf het begin van de huurovereenkomst de huur niet op tijd dan wel niet volledig heeft betaald. Kennelijk hebben de eerdere vonnissen hem er niet van weerhouden om weer een, in dit geval forse, huurachterstand te laten ontstaan. Dat komt voor rekening van [gedaagde] en maakt dat aan het belang van Wooncompagnie thans zwaarder gewicht toekomt. Van een noodtoestand, zoals door [gedaagde] gesteld, is niet gebleken. Gebleken is verder dat Wooncompagnie voorafgaand aan deze procedure heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
4.9.
Alles overwegende is de kantonrechter van oordeel dat het belang van Wooncompagnie om weer over het gehuurde te kunnen beschikken op dit moment zwaarder weegt dan het belang van [gedaagde] om in het gehuurde te kunnen blijven wonen. Voor een afzonderlijke toetsing aan de maatstaven van redelijkheid en billijkheid ziet de kantonrechter geen ruimte en daarin is ook geen grond gelegen voor een ander oordeel.
4.10.
Gelet op hetgeen op de zitting is besproken ziet de kantonrechter in dit geval onvoldoende grond voor een zogeheten terme de grâce. [gedaagde] heeft daarnaast ook niet aangetoond of aannemelijk gemaakt dat hij binnen afzienbare tijd alsnog volledig aan al zijn betalingsverplichtingen kan voldoen. Hij heeft op de zitting wel benoemd dat hij hulp wil van een bewindvoerder voor zijn financiën, maar ook dit heeft hij niet onderbouwd. Het staat partijen uiteraard vrij om in onderling overleg alsnog een betalingsregeling te treffen, maar daartoe is de medewerking van Wooncompagnie nodig. De bereidheid daartoe ontbreekt op dit moment en dat is niet onbegrijpelijk.
4.11.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [gedaagde] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
[gedaagde] moet tot de ontruiming € 565,52 per maand betalen
4.12.
Wooncompagnie wil ook dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 565,52, te rekenen vanaf de maand januari 2026 tot het moment dat [gedaagde] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagde] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
4.13.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Wooncompagnie worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,01
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.475,01

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] in [plaats] , [gemeente] ;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Wooncompagnie zijn, en de sleutels af te geven aan Wooncompagnie;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan Wooncompagnie:
- € 5.032,26 aan achterstallige huur tot en met december 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijnen tot de dag van voldoening, en bepaalt dat wat [gedaagde] reeds heeft betaald daarop in mindering strekt;
- € 565,52 per maand vanaf januari 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden;
- € 401,66 aan buitengerechtelijke kosten;
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.475,01, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Slijkhuis en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025.

Voetnoten

1.Artikel 6:265 BW.