In deze zaak verzoekt de gedaagde partij, Stoeterij van alle Winden B.V., de kantonrechter zich onbevoegd te verklaren om van de vorderingen van de eisende partij, H.O.D.N. [naam 1], kennis te nemen en de zaak te verwijzen naar de handelskamer van de rechtbank. De kantonrechter beoordeelt of verwijzing nodig is aan de hand van haar eigen voorlopig oordeel over het onderwerp van het geschil. De kantonrechter komt tot de conclusie dat de zaak niet een agentuurovereenkomst betreft en verklaart zich onbevoegd. De zaak wordt verwezen naar de handelskamer van de rechtbank Noord-Holland in Alkmaar.
De procedure begint met de dagvaarding en de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid. De eisende partij vordert onder andere betaling van € 37.812,50, vermeerderd met wettelijke handelsrente en proceskosten, gebaseerd op een agentuurovereenkomst. De gedaagde partij betwist echter dat er sprake is van een agentuurovereenkomst en stelt dat de overeenkomst een eenmalige gebeurtenis betreft, namelijk de stalling, verzorging en verkoop van een paard.
De kantonrechter oordeelt dat de vordering van de eisende partij de bevoegdheidsgrens van € 25.000,00 overstijgt en dat de kantonrechter daarom absoluut onbevoegd is. De rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, wordt als relatief bevoegd aangemerkt op basis van de forumkeuze in de algemene voorwaarden van de eisende partij. De kantonrechter verwijst de zaak naar de handelskamer van deze rechtbank en wijst de proceskosten toe aan de eisende partij, die grotendeels in het ongelijk is gesteld.