ECLI:NL:RBNHO:2025:14908

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
11861592 \ CV EXPL 25-3096
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid van de kantonrechter in een geschil over een agentuurovereenkomst

In deze zaak verzoekt de gedaagde partij, Stoeterij van alle Winden B.V., de kantonrechter zich onbevoegd te verklaren om van de vorderingen van de eisende partij, H.O.D.N. [naam 1], kennis te nemen en de zaak te verwijzen naar de handelskamer van de rechtbank. De kantonrechter beoordeelt of verwijzing nodig is aan de hand van haar eigen voorlopig oordeel over het onderwerp van het geschil. De kantonrechter komt tot de conclusie dat de zaak niet een agentuurovereenkomst betreft en verklaart zich onbevoegd. De zaak wordt verwezen naar de handelskamer van de rechtbank Noord-Holland in Alkmaar.

De procedure begint met de dagvaarding en de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid. De eisende partij vordert onder andere betaling van € 37.812,50, vermeerderd met wettelijke handelsrente en proceskosten, gebaseerd op een agentuurovereenkomst. De gedaagde partij betwist echter dat er sprake is van een agentuurovereenkomst en stelt dat de overeenkomst een eenmalige gebeurtenis betreft, namelijk de stalling, verzorging en verkoop van een paard.

De kantonrechter oordeelt dat de vordering van de eisende partij de bevoegdheidsgrens van € 25.000,00 overstijgt en dat de kantonrechter daarom absoluut onbevoegd is. De rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, wordt als relatief bevoegd aangemerkt op basis van de forumkeuze in de algemene voorwaarden van de eisende partij. De kantonrechter verwijst de zaak naar de handelskamer van deze rechtbank en wijst de proceskosten toe aan de eisende partij, die grotendeels in het ongelijk is gesteld.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11861592 \ CV EXPL 25-3096 (SJ)
Vonnis van 26 november 2025
in de zaak van
[eiser] , H.O.D.N. [naam 1],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. M.A. Mak,
tegen
STOETERIJ VAN ALLE WINDEN B.V.,
te Wassenaar,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Stoeterij van alle Winden,
gemachtigde: mr. S.A. Wensing.
De zaak in het kort
De gedaagde partij verzoekt de kantonrechter zich onbevoegd te verklaren om van de vorderingen van de eisende partij kennis te nemen en de zaak te verwijzen naar de handelskamer van de rechtbank. De kantonrechter beoordeelt de vraag of verwijzing nodig is aan de hand van haar eigen voorlopig oordeel over het onderwerp van het geschil. De kantonrechter is van oordeel dat de zaak niet een agentuurovereenkomst betreft. De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de handelskamer van de rechtbank Noord-Holland in Alkmaar.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid;
- de conclusie van antwoord in het incident.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling van de bevoegdheid van de kantonrechter

2.1.
In de hoofdzaak vordert [eiser] – onder andere – om Stoeterij van alle Winden te veroordelen tot betaling van € 37.812,50, een en ander vermeerderd met de wettelijke handelsrente en proceskosten. [eiser] heeft haar vordering gebaseerd op een agentuurovereenkomst die zij met Stoeterij van alle Winden heeft gesloten.
2.2.
Stoeterij van alle Winden betwist dat sprake is van een agentuurovereenkomst. Volgens Stoeterij van alle Winden betrof de (mondelinge) overeenkomst van opdracht een eenmalige gebeurtenis, te weten de stalling, verzorging, training en het te koop aanbieden van het [paard] , waarbij [eiser] bij een geslaagde verkoop recht zou hebben op een commissie. De aard van de overeenkomst is die van bewaarneming en bemiddeling (eenmalig). Gelet op de hoogte van de vordering is de kantonrechter absoluut onbevoegd. Verder stelt Stoeterij van alle Winden dat zij is gevestigd in Wassenaar, zodat de rechtbank Den Haag de bevoegde rechter is. [1] Stoeterij van alle Winden betwist dat de algemene voorwaarden van [eiser] van toepassing zijn.
2.3.
[eiser] voert daartegen aan dat de bevoegdheid van de kantonrechter wordt bepaald aan de hand van de stellingen van de eiser (de dagvaarding) en dat de kantonrechter zichzelf in eerste instantie bevoegd moet achten als de eiser stelt dat het om een agentuurovereenkomst gaat. Volgens [eiser] gaat het in deze zaak wel degelijk om een agentuurovereenkomst. Zij wijst op het gestelde in de dagvaarding. Dat het gaat om de verkoop van een zaak maakt dat niet anders. Het doel was het [paard] te verkopen en te bemiddelen bij de verkoop en de totstandkoming van overeenkomsten. [eiser] beroept zich verder op een forumkeuzebeding in haar algemene voorwaarden, zodat de rechtbank Noord-Holland relatief bevoegd is.
De kantonrechter is absoluut onbevoegd
2.4.
De kantonrechter behandelt en beslist zaken betreffende vorderingen met een beloop van ten hoogste € 25.000,00 en – voor zover hier van belang – zaken betreffende een agentuurovereenkomst ongeacht het beloop of de waarde van de vordering. [2] Omdat de vordering van [eiser] een beloop heeft van meer dan € 25.000,00 gaat het voor de bevoegdheid van de kantonrechter om de vraag of sprake is van een zaak die een agentuurovereenkomst betreft. Anders dan [eiser] stelt, is voor het antwoord op die vraag niet bepalend de grondslag van de vordering zoals die volgens de dagvaarding is ingesteld, maar het onderwerp van het geschil. De vraag of verwijzing nodig is, beoordeelt de kantonrechter namelijk aan de hand van haar eigen voorlopig oordeel over het onderwerp van het geschil [3] en niet alleen op basis van de stellingen van de eiser, in dit geval [eiser] .
2.5.
Een agentuurovereenkomst is een overeenkomst waarbij de ene partij (de principaal) aan de andere partij (de handelsagent) opdraagt, en deze zich verbindt, voor een bepaalde of onbepaalde tijd en tegen beloning bemiddeling te verlenen bij de totstandkoming van overeenkomsten, en deze eventueel op naam en voor rekening van de principaal te sluiten zonder aan deze ondergeschikt te zijn. [4] Voor een agentuurovereenkomst is kenmerkend dat de handelsagent in beginsel alleen beloond wordt (door middel van ontvangen provisie) indien en voor zover er door diens bemoeiingen overeenkomsten tussen de principaal en derden tot stand komen. Verder is kenmerkend dat partijen beogen een betrekking van duurzame aard aan te gaan. Hierin ligt het onderscheid met de bemiddelingsovereenkomst die gericht is op één of meer bepaalde overeenkomst(en). Of sprake is van een agentuurovereenkomst, hangt niet af van hoe partijen dit beoordelen, maar uitsluitend van de vraag of is voldaan aan de voorwaarden die de wet stelt, waarbij mede van belang is hetgeen partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond en de wijze waarop zij de overeenkomst feitelijk hebben uitgevoerd.
2.6.
Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is er geen sprake van een agentuurovereenkomst. Tussen partijen staat vast dat de overeenkomst ziet op het bemiddelen bij de verkoop van alleen het [paard] . Dit is een eenmalige gebeurtenis. Na verkoop van het [paard] heeft [eiser] aanspraak op een commissie. [eiser] stelt in de dagvaarding zelf ook dat het om één overeenkomst gaat. Daarmee is niet voldaan aan de voorwaarde dat partijen hebben beoogd een betrekking van duurzame aard aan te gaan.
2.7.
De kantonrechter concludeert dat de vordering van [eiser] niet een agentuurovereenkomst betreft. Omdat de gevorderde hoofdsom de bevoegdheidsgrens van
€ 25.000,00 overstijgt, is de kantonrechter onbevoegd om kennis te nemen van het geschil. Daarom zal de kantonrechter de zaak verwijzen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken (de handelskamer).
De rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Alkmaar is relatief bevoegd
2.8.
De kantonrechter oordeelt dat de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar de relatief bevoegde rechter is. Normaal gesproken is op basis van de woonplaats van Stoeterij van alle Winden de rechtbank in Den Haag relatief bevoegd. Maar in dit geval hebben partijen in de algemene voorwaarden van [eiser] afgesproken dat de rechter in het arrondissement Noord-Holland exclusief bevoegd is om te oordelen over geschillen. [5] Deze algemene voorwaarden zijn naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter op de overeenkomst tussen partijen van toepassing op basis van het volgende.
2.9.
[eiser] is een dienstverrichter. [6] Zij moet een wederpartij een redelijke mogelijkheid bieden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. [7] Dat kan zij bijvoorbeeld doen door de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij langs elektronische weg ter beschikking te stellen op zo’n wijze dat deze door haar kunnen worden opgeslagen en voor haar toegankelijk zijn ten behoeve van latere kennisneming.
2.10.
Uit de stellingen van [eiser] die Stoeterij van alle Winden niet of onvoldoende heeft betwist blijkt het volgende. Op 16 mei 2025 heeft [naam 2] namens Stoeterij van alle Winden aan [eiser] gevraagd om [paard] in training te nemen voor de verkoop en naar kopers te zoeken. [eiser] was akkoord en heeft daarbij aangegeven dat bij alle opdrachten haar algemene voorwaarden gelden. [eiser] heeft toen een WhatsAppbericht dat is gericht aan een andere klant ( [naam 3] ) en de algemene voorwaarden in pdf bestand aan [naam 2] doorgestuurd. [naam 2] heeft [paard] dezelfde dag afgeleverd bij de stal van [eiser] , waarna [eiser] haar werkzaamheden is begonnen.
2.11.
De kantonrechter heeft geen reden om aan te nemen dat ( [naam 2] handelend namens) Stoeterij van alle Winden het doorgestuurde WhatsAppbericht en de algemene voorwaarden niet heeft ontvangen. Uit de schermafbeelding van de WhatsAppberichten blijkt namelijk dat deze om 14:05 uur aan [naam 2] zijn verstuurd en door hem zijn ontvangen; er staan twee vinkjes achter de tijd. Uit de schermafbeelding blijkt ook dat [naam 2] later (om 14:34) heeft terug geappt (over [naam 4] ).
2.12.
[eiser] heeft met het doorgestuurde WhatsAppbericht en de WhatsApp met de algemene voorwaarden in combinatie met haar eerdere mededeling voldoende duidelijk aangegeven dat de algemene voorwaarden deel uitmaken van de overeenkomst. Met de WhatsApp met de algemene voorwaarden in pdf bestand heeft [eiser] de algemene voorwaarden op zo’n wijze aan Stoeterij van alle Winden verstrekt dat zij deze kan opslaan en weergeven. Daarmee heeft [eiser] Stoeterij van alle Winden een redelijke mogelijkheid geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. Stoeterij van alle Winden heeft geen bezwaar gemaakt tegen de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. Partijen hebben vervolgens uitvoering gegeven aan de overeenkomst. Daarmee is de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van [eiser] overeengekomen.
2.13.
Op basis van de forumkeuze in de algemene voorwaarden is de rechtbank Noord-Holland bevoegd kennis te nemen van het geschil. De kantonrechter zal daarom de zaak verwijzen naar de handelskamer van deze rechtbank.
2.14.
[eiser] heeft de zaak aangebracht in Alkmaar. Stoeterij van alle Winden voert geen verweer tegen de behandeling van de zaak door de handelskamer van de zittingsplaats Alkmaar en verzoekt subsidiair de zaak naar die handelskamer te verwijzen. De kantonrechter zal de zaak daarom verwijzen naar die handelskamer.
De proceskosten
2.15.
[eiser] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) in het incident betalen. De proceskosten van Stoeterij van alle Winden worden begroot op:
- salaris gemachtigde
271,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
406,00.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank, zittingsplaats Alkmaar,
3.2.
verwijst de zaak daartoe naar de civiele rol, niet zijnde de civiele rol voor kantonzaken, van
woensdag 24 december 2025om 10:00 uur,
3.3.
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure moeten worden vertegenwoordigd door een advocaat,
3.4.
wijst [eiser] erop dat na verwijzing een verhoogd griffierecht is verschuldigd van € 1.374,00 en dat het griffierecht binnen vier weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven, waarvoor [eiser] van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) een nota met betaalinstructies ontvangt,
3.5.
wijst Stoeterij van alle Winden erop dat na verwijzing een griffierecht is verschuldigd van € 2.995,00 en dat het griffierecht binnen vier weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven, waarvoor Stoeterij van alle Winden een nota met betaalinstructies ontvangt van het LDCR,
3.6.
wijst Stoeterij van alle Winden erop dat van een persoon die onvermogend is, een lager griffierecht wordt geheven, indien hij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven heeft overgelegd:
- een afschrift van het besluit tot toevoeging als bedoeld in de Wet op de rechtsbijstand, of indien dit niet mogelijk is ten gevolge van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan hem zijn toe te rekenen, een afschrift van de aanvraag om een toevoeging, dan wel
- een inkomensverklaring van de Raad voor de Rechtsbijstand ten behoeve van vermindering van griffierechten (zonder gebruikmaking van een toevoeging).
3.7.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van het incident van € 406,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] , niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
3.8.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.H. Lips en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025.

Voetnoten

1.Artikel 99 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)
2.Artikel 93 Rv
3.Artikel 71 lid 3 Rv
4.Artikel 7:428 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW)
5.Artikel 23
6.Artikel 6:230a BW
7.Artikel 6:233 onder b BW