ECLI:NL:RBNHO:2025:14930
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening voor opvang moeder en zoontje na ontruiming AZC
Verzoekster, een Nigeriaanse vrouw met een zoontje, verbleef in een AZC en werd ontruimd nadat haar uitstel van vertrek was verstreken. Zij vroeg maatschappelijke opvang op grond van de Wmo, maar het college wees dit af. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de afwijzing van het college als een besluit geldt en dat er sprake is van een spoedeisend belang omdat verzoekster en haar zoontje anders dakloos zouden worden. Het college had nog geen onderzoek gedaan naar haar recht op opvang, maar startte dit na de zitting.
De belangenafweging leidde tot toewijzing van de voorlopige voorziening, waarbij het college verplicht wordt opvang te bieden tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd verzoekster vrijgesteld van griffierecht en kreeg zij een proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen opvang te bieden aan verzoekster en haar zoontje tot zes weken na de beslissing op bezwaar.