2.4.Gebleken is dat geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene functioneert nu goed door zijn medicatie, maar betrokkene heeft wel last van de bijwerkingen van de medicatie. Om die reden is in samenspraak met de behandelaar de dosering van de medicatie verlaagd. De behandelaar heeft tijdens de mondelinge behandeling goed toegelicht dat dit proces zorgvuldig in de gaten gehouden dient te worden. Verplichte zorg is noodzakelijk op het moment dat blijkt dat verlaging van de medicatie niet het gewenste effect heeft en betrokkene dreigt terug te vallen.
Op grond van de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, acht de rechtbank gedurende de volledige geldigheidsduur van de zorgmachtiging de volgende vormen van verplichte zorg nodig:
- het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, het nakomen van afspraken met de ambulante hulpverlening en het toestaan van huisbezoeken.
Uit de overgelegde stukken maakt de rechtbank op dat slechts in het geval dat betrokkene ernstig (psychisch) ontregelt, wordt overgegaan tot opname en de daarbij behorende vormen van verplichte zorg.
Indien dat het geval is en het ernstig nadeel niet langer kan worden afgewend door middel van de hiervoor vermelde vormen van verplichte zorg, worden gedurende de volledige geldigheidsduur van de zorgmachtiging ook de volgende vormen van verplichte zorg nodig geacht:
- het beperken van bewegingsvrijheid,
telkens voor de duur van drie maanden;
- het insluiten van betrokkene,
telkens maximaal 7 dagen;
- het uitoefenen van toezicht op betrokkene,
telkens maximaal 3 weken;
- onderzoek aan kleding of lichaam,
telkens voor de duur van drie maanden;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen,
telkens voor de duur van drie maanden;
- het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen,
telkens voor de duur van drie maanden;
- opnemen in een accommodatie,
telkens voor de duur van drie maanden.