ECLI:NL:RBNHO:2025:14962

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
28 november 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
C/15/371673 / FA RK 25-5784
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening van een zorgmachtiging op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Op 28 november 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, een beschikking gegeven in een zaak betreffende de verlening van een zorgmachtiging op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De officier van justitie had op 13 november 2025 een verzoekschrift ingediend voor het verlenen van een zorgmachtiging ten aanzien van de betrokkene, die lijdt aan een psychische stoornis, mogelijk een psychotische stoornis in het kader van schizofrenie of een bipolaire stoornis. Bij het verzoekschrift waren verschillende bijlagen gevoegd, waaronder een medische verklaring en een zorgplan.

Tijdens de mondelinge behandeling op 28 november 2025 zijn de betrokkene, zijn advocaat, een psychiater en de moeder van de betrokkene gehoord. De rechtbank heeft vastgesteld dat de betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn psychische stoornis, wat leidt tot levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, en andere ernstige gevolgen. De rechtbank concludeert dat er geen mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis en dat verplichte zorg noodzakelijk is om de geestelijke en fysieke gezondheid van de betrokkene te stabiliseren.

De rechtbank heeft de zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden, met specifieke vormen van verplichte zorg, waaronder het toedienen van medicatie en het beperken van de bewegingsvrijheid. De rechtbank oordeelt dat de voorgestelde verplichte zorg evenredig en effectief is, en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De beschikking is openbaar uitgesproken door rechter A.K. Mireku, in tegenwoordigheid van griffier S. Dekker.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Haarlem
machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
zaak-/rekestnr.: C/15/371673 / FA RK 25-5784
Beschikking van de enkelvoudige kamer van 28 november 2025,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
wonende te [plaats] ,
hierna: betrokkene,
advocaat mr. R.P.G. van der Weide, gevestigd te Amsterdam

1.Procedure

1.1.
Bij het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 13 november 2025, heeft de officier van justitie verzocht om afgifte van een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring van 6 november 2025;
  • het zorgplan van 29 oktober 2025;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur van 12 november 2025;
  • een historisch overzicht van eerder gegeven machtigingen in het kader van de Wvggz.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 28 november 2025, bij het [accommodatie] , locatie [locatie] te [plaats] .
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [psychiater] , psychiater;
  • de moeder van betrokken.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een psychotische stoornis mogelijk in het kader van schizofrenie of een bipolaire stoornis.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat door voornoemde stoornis ernstig nadeel voor betrokkene en een ander is, te weten:
  • levensgevaar;
  • ernstig lichamelijk letsel;
  • ernstige psychische schade;
  • ernstige verwaarlozing;
  • maatschappelijke teloorgang;
  • de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
  • de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
2.3.
Betrokkene heeft zorg nodig om:
- ernstig nadeel af te wenden;
- de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren;
- de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat betrokkene diens autonomie zoveel mogelijk herwint;
- de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van de psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel voor die fysieke gezondheid.
2.4.
Gebleken is dat geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene functioneert nu goed door zijn medicatie, maar betrokkene heeft wel last van de bijwerkingen van de medicatie. Om die reden is in samenspraak met de behandelaar de dosering van de medicatie verlaagd. De behandelaar heeft tijdens de mondelinge behandeling goed toegelicht dat dit proces zorgvuldig in de gaten gehouden dient te worden. Verplichte zorg is noodzakelijk op het moment dat blijkt dat verlaging van de medicatie niet het gewenste effect heeft en betrokkene dreigt terug te vallen.
Op grond van de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, acht de rechtbank gedurende de volledige geldigheidsduur van de zorgmachtiging de volgende vormen van verplichte zorg nodig:
- het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, het nakomen van afspraken met de ambulante hulpverlening en het toestaan van huisbezoeken.
Uit de overgelegde stukken maakt de rechtbank op dat slechts in het geval dat betrokkene ernstig (psychisch) ontregelt, wordt overgegaan tot opname en de daarbij behorende vormen van verplichte zorg.
Indien dat het geval is en het ernstig nadeel niet langer kan worden afgewend door middel van de hiervoor vermelde vormen van verplichte zorg, worden gedurende de volledige geldigheidsduur van de zorgmachtiging ook de volgende vormen van verplichte zorg nodig geacht:
- het beperken van bewegingsvrijheid,
telkens voor de duur van drie maanden;
- het insluiten van betrokkene,
telkens maximaal 7 dagen;
- het uitoefenen van toezicht op betrokkene,
telkens maximaal 3 weken;
- onderzoek aan kleding of lichaam,
telkens voor de duur van drie maanden;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen,
telkens voor de duur van drie maanden;
- het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen,
telkens voor de duur van drie maanden;
- opnemen in een accommodatie,
telkens voor de duur van drie maanden.
2.5.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief.
2.6
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Hoewel betrokkene nu goed meewerkt en samenwerkt met de behandelaar, is betrokkene duidelijk in zijn wens dat hij het liefst helemaal geen medicamenteuze behandeling wil. Juist daarom ziet de rechtbank geen aanleiding om de duur van de zorgmachtiging te verkorten, zoals subsidiair door de raadsman is bepleit. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
- verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene], geboren op
[geboortedatum] , met de vormen van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.4 vermeld voor de volledige duur van de zorgmachtiging, tenzij onder 2.4 een kortere duur is vermeld;
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
28 november 2026.
Deze beschikking is gegeven door A.K. Mireku, rechter, in tegenwoordigheid van S. Dekker als griffier en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 9 december 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.