De rechtbank Noord-Holland heeft op 18 december 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte die op 1 februari 2025 op Schiphol 4.024,70 gram cocaïne heeft ingevoerd. De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde feit bewezen en kwalificeerde dit als opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. De verdachte werd verminderd toerekeningsvatbaar geacht vanwege cognitieve beperkingen en een conversiestoornis, wat strafverminderend werd meegewogen.
De rechtbank hield rekening met de recidive van de verdachte, die eerder veroordeeld was voor soortgelijke feiten en het feit binnen enkele weken na het aflopen van haar proeftijd pleegde. De strafmaat werd bepaald aan de hand van nieuwe uitgangspunten die de rechtbank hanteert voor drugskoeriers op Schiphol, waarbij de straffen zijn gematigd ten opzichte van de LOVS-oriëntatiepunten vanwege de relatief beperkte rol van koeriers.
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 20 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en verbond bijzondere voorwaarden zoals meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, dagbesteding en inzage in financiën. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht op het onvoorwaardelijke deel van de straf.