ECLI:NL:RBNHO:2025:15054

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
C/15/365263 HA RK 25-75
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • E.B. van den Heuvel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 196 RvArt. 3:303 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopig deskundigenbericht geluidsoverlast tussen buren

De buren [verzoekers] ervaren geluidsoverlast van de naastgelegen woning en hebben een deskundigenonderzoek laten uitvoeren door Sonitus, dat geluidhinder constateerde maar geen normoverschrijding. [Verzoekers] verzochten de rechtbank om een voorlopig deskundigenbericht te bevelen voor nader onderzoek naar de geluids- en trillingshinder.

De rechtbank overweegt dat het verzoek onvoldoende belang heeft omdat er al een onafhankelijk en volledig rapport is opgesteld zonder aanwijzingen voor onvolledigheid. De deskundige concludeerde dat de hinder wordt veroorzaakt door de constructie van de vloer en dat aanvullende metingen met een hamerapparaat niet noodzakelijk zijn.

Verweerders verzetten zich tegen het verzoek en wijzen op lopende bestuursrechtelijke en strafrechtelijke procedures. De rechtbank benadrukt dat een voorlopig deskundigenbericht niet bedoeld is voor herhaling van reeds uitgevoerd onderzoek of als fishing expedition.

De rechtbank wijst het verzoek af en adviseert partijen om het geschil via mediation te proberen op te lossen. De beslissing is gegeven door mr. E.B. van den Heuvel en uitgesproken op 29 december 2025.

Uitkomst: Verzoek tot voorlopig deskundigenbericht wordt afgewezen wegens het ontbreken van belang.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: C/15/365263 / HA RK 25-75
Beschikking van 29 december 2025
in de zaak van

1.[verzoeker sub 1] ,

te [woonplaats] ,
2.
[verzoeker sub 2],
te [woonplaats] ,
verzoekende partijen,
hierna samen te noemen: [verzoekers] ,
advocaat: mr. F.L.P. Vulto,
tegen
1.
[bewindvoerder],
handelend onder de naam Adviesmix Bewindvoering, handelend in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen en het vermogen van [onderbewindgestelde] ,
te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [verweerster sub 1] ,
advocaat: mr. D.M.R. Janssen,
2.
[verweerster sub 2],
te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [verweerster sub 2] ,
advocaat: mr. M.P.V. den Engelsman,
verwerende partijen,
hierna samen te noemen: verweerders.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht van 13 mei 2025 met producties 1 tot en met 6,
- de brief van 20 mei 2025 van de rechtbank aan verweerders met de vraag of en op welke wijze zij verweer willen voeren,
- de e-mails van 24 en 26 mei 2025 van [verweerster sub 2] aan de rechtbank inzake de (on)bevoegdheid van de rechtbank,
- de e-mail van 26 mei 2025 van mr. Vulto aan de rechtbank waarin een reactie staat op de door [verweerster sub 2] gestelde (on)bevoegdheid van de rechtbank,
- de e-mail van 26 mei 2025 van [verweerster sub 2] aan de rechtbank met een aanvulling op haar eerdere e-mail,
- de e-mail van 26 mei 2025 van mr. Vulto aan de rechtbank waarin bezwaar gemaakt wordt tegen de e-mails van [verweerster sub 2] omdat laatstgenoemde de e-mails niet per gelijke mail naar hem stuurt terwijl er verweren in de e-mails staan,
- de brief van 27 mei 2025 van de rechtbank aan partijen over verplichte vertegenwoordiging door een advocaat bij schriftelijk verweer en de (on)bevoegdheid van de rechtbank,
- de brief van 3 juni 2025 van mr. Den Engelsman aan de rechtbank, waarin hij verwijst naar de als bijlagen overgelegde eerder door [verweerster sub 2] gezonden e-mails van 24 en 26 mei 2025,
- de brief van 7 juli 2025 van de rechtbank aan de bewindvoerder van [verweerster sub 1] ,
- de brief van 1 augustus 2025 van de rechtbank aan partijen waarin de rechtbank mededeelt dat zij geen reden ziet voor verwijzing van de zaak naar de sector kanton en dat zij de zaak - als bevoegde instantie - verder in behandeling zal nemen,
- de brief van 19 augustus 2025 van de bewindvoerder van [verweerster sub 1] aan de rechtbank,
- de brief van 4 november 2025 van mr. Janssen aan de rechtbank met producties 1 tot en met 3,
- de e-mail van 4 november 2025 van mr. Vulto aan de rechtbank, waarin hij de rechtbank verzoekt de door mr. Janssen ingediende productie 1 t/m 3 buiten beschouwing te laten,
- de e-mail van mr. Janssen van 4 november 2025 met daarin een reactie op het verzoek van mr. Vulto van 4 november 2025,
- het verweerschrift van 5 november 2025 van - zoals nadien is gebleken - [verweerster sub 1] ,
- de e-mail van 5 november 2015 van mr. Vulto, waarin hij de rechtbank verzoekt het verweerschrift van [verweerster sub 1] buiten beschouwing te laten,
- de e-mail van mr. Janssen van 5 november 2025 met daarin een reactie op het verzoek van mr. Vulto van 5 november 2025,
- de e-mail van de rechtbank van 5 november 2025 aan mr. Janssen over de vertegenwoordiging van de bewindvoerder,
- de e-mail van 5 november 2025 van mr. Janssen aan de rechtbank waarin staat dat zij (ook) de bewindvoerder vertegenwoordigt,
- de op 6 november 2025 gehouden mondelinge behandeling. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Mr. Janssen heeft spreekaantekeningen overgelegd.
1.2.
Na afloop van de mondelinge behandeling hebben partijen verzocht om aanhouding van de te nemen beslissing, omdat zij wilden proberen hun geschil via mediation op te lossen. Op 14 november 2025 heeft mr. Vulto om beschikking gevraagd, omdat [verzoekers] hebben besloten af te zien van het mediationtraject. De datum van de beschikking is vervolgens bepaald op vandaag en aan partijen bericht.

2.De feiten

2.1.
[verzoekers] en [verweerster sub 1] (hierna: de buurvouw) zijn buren van elkaar. [verzoekers] wonen op de [adres 1] in [woonplaats] . De buurvrouw woont op nummer [adres 2] . [verweerster sub 2] is de eigenaar van de woning waarin de buurvrouw woont.
2.2.
[verzoekers] ervaren geluidsoverlast vanuit de naastgelegen woning, waarin de buurvouw woont.
2.3.
Bij brief van 18 februari 2024 hebben [verzoekers] de geluidsoverlast gemeld aan de buurvrouw en verzocht om een overleg over een oplossing. [verzoekers] hebben op 28 juni 2024 nogmaals een brief gestuurd. Verweerders hebben niet gereageerd op de brieven.
2.4.
Daarna hebben [verzoekers] om buurtbemiddeling via de gemeente gevraagd, maar de gemeente heeft hen naar de rechtsbijstandsverzekeraar verwezen. De rechtsbijstandsverzekeraar heeft zonder resultaat getracht een mediator in te schakelen.
2.5.
Vervolgens hebben [verzoekers] een deskundige ingeschakeld om een onafhankelijk geluidsonderzoek te laten uitvoeren. De resultaten hiervan zijn neergelegd in een rapport van 20 februari 2025 (hierna: het rapport), opgesteld door de heer M. Klarenbeek van Sonitus (hierna: Klarenbeek).
2.6.
In het rapport heeft Klarenbeek onder andere, voor zover hier van belang, het volgende geschreven:
“(…)
III. HET ONDERZOEK
De geluidmetingen zijn uitgevoerd om de mate van geluidtoetreding in de woning van buitenaf te kunnen bepalen. Het onderzoek is uitgevoerd van 30 december 2024 t/m 6 januari 2025.
De metingen zijn uitgevoerd met behulp van een klasse 1 geluidmeter, (…). De meetgegevens zijn geanalyseerd met behulp van analysesoftware (…).Gedurende de meetperiode is er continu gemeten, zogenaamde loggende metingen. De meetduur is telkens 1 uur geweest. Na dit uur wordt het meetbestand afgesloten en start een nieuwe meetperiode van 1 uur. Elke seconde wordt een meting verricht waarbij niet alleen is gekeken naar het gemiddelde geluidsniveau maar ook op 1/3 oktaafniveau. Dit betekent dat het volume van geluiden met specifieke toonhoogtes wordt bepaald. Hierdoor is het mogelijk om specifiek naar bepaalde tonen te kijken. (…)
IV. RESULTATEN GELUIDONDERZOEK(…)De hinderlijke geluiden zijn dus aanwezig en meetbaar. Er is geen normoverschrijding geconstateerd qua geluid. De gemiddelde geluidniveaus blijven onder de wettelijke normwaarde. Maar desalniettemin is er wel degelijk sprake van voortdurende hinder.(…)De geluiden vanaf de buren van nummer [adres 2] zijn duidelijk herkenbaar en komen boven het wekniveau van 25 dB(A) uit. (…)
V. BOUWKUNDIGE BEOORDELINGDe woning vormt een onderdeel van een groter bouwplan. (…)
Belangrijk in deze kwestie is de funderingsstrook. Na het slaan van de heipalen wordt er een betonnen balkenframe gemaakt door de aannemer. Dit balkenframe verbindt de heipalen met elkaar en vormt een basis voor het leggen van de vloerplaten en opbouwen van de muren. Het is dus een sterk en belangrijk element. De zwarte leidingen die omhoog lopen komen terecht in de meterkast.
Door metingen blijkt dat de woningen de funderingsstrook delen. Er is staat dus 1 rij heipalen onder de tussenmuur van nummer 34 en 36 met hierboven op 1 gedeelde funderingsstrook. De vloerplaten van beide woningen liggen dus op dezelfde funderingsstrook.
Dit aspect is belangrijk voor de overdracht van contactgeluid.
(…)
Bij de inspectie is gebleken dat de woningen niet beschikken over een zogenaamde zwevende dekvloer. (…)Een zwevende dekvloer betekend het volgende; (…) Er vindt dan ook geen overdracht plaatst tussen de woningen. In theorie is dit de oplossing van deze problematiek. We zien dat bij latere projecten deze methodiek veel meer wordt toegepast, vooral bij flats en appartementen.
In deze situatie is er dus geen sprake van een zwevende dekvloer. Er moet dus gekeken worden naar de bestaande vloerafwerking en de methode van applicatie van deze. Een tegelvloer zal veel meer geluid doorlaten dan tapijt.
Omdat we niet in de woning van de buren zijn geweest kunnen wij hier niet een gefundeerd antwoord op geven.
(…)
VII. BEANTWOORDING VRAGEN PAGINA 10

Is er sprake van overlast?
Getalsmatig is er geen overschrijding van de normwaarde geconstateerd. We zien wel de dathinder aanwezig is. Lage tonen als gevolg van contactgeluid zijn geconstateerd en komen overeen met het logboek.

Wat is de oorzaak van de overlast?
De overlast heeft te maken met de constructie van de begane grond vloer. Door het ontbreken van een zwevende dekvloer verplaatsen de trillingen zich door de gehele constructie. (…) Het geluid van een harde vloerafwerking, zoals tegels of laminaat, verergeren de zaak. Tapijt of PVC zijn meer dempend en vangen een deel van het geluid af wat bijdraagt aan een verlaging van de overlast.

Is de mogelijke overlast norm overschrijdend?
Nee, op dit moment is dit niet geconstateerd.

Wat is de bron van het geluid?De bron van het geluid zijn de direct naast gelegen buren. (…)
(…)

Zijn er hinderverminderende maatregelen mogelijk?
De hinder kan worden verlaagd door de toepassing van een losliggende ondervloer. (…) De ondervloer zou dan wel bij de buren moeten worden geïnstalleerd (…).Een simpele oplossing kan ook zijn om speciale geluiddempende dopjes onder de stoelen te plaatsen. De investering is minimaal en zal snel resultaat geven.
VIII. CONCLUSIE ONDERZOEK
Op basis van de uitgevoerde metingen en inspectie kunnen de volgende conclusies worden getrokken;
Er is sprake van regelmatig geluidhinder afkomstig van de buren van [adres 2] .
Het bijgehouden logboek een waarheidsgetrouwe weergave is van datgene dat de familie [verzoekers] ervaart.
Er niet wordt voldaan aan het Bouwbesluit en de NEN 1070-1976 wanneer er een straftoeslag wordt toegekend van =10 dB(a) tgv geluidhinder.
Wanneer we sec naar het volume van het invallend geluid kijken blijft deze in deze meetperiode onder de wettelijke grenswaarde.
Ondanks de lagere geluidwaardes is er wel sprake van geluidhinder. We zien dat geluiden vanuit [adres 2] eenvoudig hun weg vinden naar [adres 1] . Hierdoor ontstaat een constante hinderlijke situatie. Mede omdat de geluiden die waargenomen worden ontstaan bij normaal leefgedrag. Er is geen bewijs gevonden van extreem woongedrag. Dit maakt de situatie zorgelijker. De verklaring hiervoor is dat de vloeren van de begane grond direct met elkaar zijn verbonden en dat de vloerafwerking bij nummer [adres 2] zeer hoogst waarschijnlijk geen dempend vermogen bezit. (…)”
2.7.
Op 19 april 2025 hebben [verzoekers] aangifte gedaan bij de politie van erfvredebreuk door de buren van [adres 2] .
2.8.
Op 23 oktober 2025 hebben [verzoekers] aanvullende gronden van bezwaar ingediend bij de gemeente Hollands Kroon tegen het besluit van die gemeente van 3 oktober 2025, waarbij het handhavingsverzoek van [verzoekers] wegens geluidsoverlast door de bewoners van [adres 2] is afgewezen.
2.9.
Bij het gerechtshof Amsterdam loopt een procedure op grond van artikel 12 van Pro het Wetboek van Strafvordering naar aanleiding van de klacht van [verzoekers] over de beslissing van het openbaar ministerie om de buurvouw niet te vervolgen.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoekers] verzoeken de rechtbank – samengevat – bij beschikking:
- een voorlopig deskundigenonderzoek te bevelen met betrekking tot de in het verzoekschrift weergegeven geluids- en trillingshinder tussen de percelen van partijen te [woonplaats] met benoeming van (bij voorkeur) de heer ir. Michel Klarenbeek, verbonden aan bureau Sonitus, dan wel een andere onafhankelijke deskundige op het gebied van bouwakoestiek en geluidsmetingen in woonomgeving,
- te bepalen dat de deskundige tot taak krijgt de in het verzoekschrift geformuleerde onderzoeksvragen 1 t/m 7 te beantwoorden,
- voorts te bepalen dat de deskundige voor de aanvang van zijn werkzaamheden een begroting van de kosten indient bij de rechtbank,
- tevens te bepalen dat [verzoekers] het voorschot ter dekking van de deskundigenkosten zullen deponeren bij de griffie,
- en tot slot te bepalen dat verweerders hun medewerking dienen te verlenen aan het onderzoek, waaronder het toelaten van de deskundige tot hun woning en het verstrekken van relevante inlichtingen.
3.2.
Aan het verzoek hebben [verzoekers] het volgende ten grondslag gelegd. [verzoekers] zijn voornemens een civiele procedure tegen verweerders te starten vanwege en tot beëindiging van onrechtmatige hinder. Een deskundigenonderzoek kan objectieve gegevens en bevindingen opleveren die essentieel zijn om te kunnen beoordelen of de hinder onrechtmatig is. [verzoekers] lijden al meer dan een jaar onder voortdurende overlast, wat een gerechtvaardigd belang bij dit onderzoek oplevert.
3.3.
[verweerster sub 1] verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en voert aan dat er al twee onderzoeken zijn verricht naar geluidsoverlast. Een onderzoek door Sonitus en een (onaangekondigd) onderzoek door buitengewoon opsporingsambtenaren in het kader van het door [verzoekers] ingediende handhavingsverzoek bij de gemeente Hollands Kroon. Door deze twee onderzoeken is al aangetoond dat geen sprake is van onrechtmatige hinder. [verzoekers] heeft al daarom geen belang bij een deskundigenonderzoek en is ook sprake van strijd met de goede procesrecht en misbruik van procesrecht om dit toch te verzoeken. Daarbij is een deskundigenbericht ongeschikt om geluidsoverlast door onbetamelijk gedrag aan te tonen. Degene die onderzocht wordt weet dat en zal zijn of haar gedrag hierop aanpassen. Het verzoek heeft daarnaast het karakter van een fishing expedition en is onevenredig in verhouding tot de belangen van [verweerster sub 1] die op deze manier gedwongen wordt om zich op allerlei fronten te verweren tegen de ongefundeerde klachten van [verzoekers] [verweerster sub 1] verwijst daarbij naar de lopende bestuursrechtelijke - en strafrechtelijke procedures over de gestelde geluidsoverlast door de buurvrouw en de door de gemeente Hollands Kroon aan [verzoekers] gestuurde waarschuwingsbrief, waarin staat dat als [verzoekers] hun gedrag - bestaande uit uitzonderlijk veel meldingen “zonder objectieve grondslag” - niet stoppen, een gedragsaanwijzing zal worden opgelegd.
3.4.
[verweerster sub 2] verzet zich ook tegen toewijzing van het verzoek. Volgens haar hebben [verzoekers] geen belang bij toewijzing van het verzoek, omdat - zoals al blijkt uit de onderzoeken die al gedaan zijn - nooit sprake kan zijn van een toewijsbare vordering vanwege onrechtmatige hinder. [verweerster sub 2] wijst ook op de al lopende bestuursrechtelijke
- en strafrechtelijke procedures en vindt dat er een pas op de plaats gemaakt moet worden. Vanwege de al verrichte onderzoeken, de al lopende procedures en de met een deskundigenonderzoek gemoeide kosten, is ook sprake van gewichtige redenen die zich tegen toewijzing van het verzoek verzetten.

4.De beoordeling

Toetsingskader
4.1.
Het verzoekschrift is ingediend na 1 januari 2025. Vanaf deze datum is het nieuwe bewijsrecht in werking getreden, neergelegd in de artikelen 196 en verder van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), waardoor deze artikelen op deze procedure van toepassing zijn. De wettelijke regeling strekt ertoe partijen in de gelegenheid te stellen te beoordelen welke kansen zij hebben in een eventueel geding. Een partij zou aan de hand van het deskundigenbericht zekerheid kunnen krijgen over de voor de beslissing van het geschil relevante feiten en omstandigheden. Aan de hand van die feiten en omstandigheden kan besloten worden of het verstandig is de procedure aan te vangen dan wel voort te zetten.
Voor het verzoek tot een voorlopig deskundigenbericht gelden dezelfde criteria als onder het oude regime.
4.2.
Concreet houden die criteria in dat een rechter een verzoek tot een voorlopig deskundigenbericht in beginsel moet toewijzen, als het daartoe strekkende verzoek ter zake dienend en voldoende concreet is en feiten betreft die met het deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden. [1]
Het verzoek mag vervolgens op grond van artikel 196 lid 2 Rv Pro alleen worden afgewezen als de verzoeker onvoldoende belang heeft bij het verzoek, als het verzoek in strijd is met de goede procesorde, als misbruik wordt gemaakt van de bevoegdheid om dit middel te gebruiken of als er andere gewichtige redenen tegen de toewijzing van het verzoek bestaan.
Verweer
4.3.
[verweerster sub 1] en [verweerster sub 2] hebben onder meer aangevoerd dat [verzoekers] geen belang hebben bij het door hen verzochte voorlopige deskundigenverzoek en dat het verzoek daarom moet worden afgewezen. Van het ontbreken van belang kan onder meer sprake zijn als er al eerder een (zelfde) deskundigenonderzoek is uitgevoerd en er geen concrete aanleiding is (in de vorm van zwaarwegende bezwaren tegen het eerdere onderzoek) om dit onderzoek (opnieuw) te laten verrichten.
Inhoudelijk
4.4.
Zoals hiervoor al gezegd, verzoeken [verzoekers] een deskundigenonderzoek naar de geluids- en trillingshinder tussen de woningen van partijen.
4.5.
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van (in elk geval) één van voornoemde afwijzingsgronden zodat het verzoek van [verzoekers] dient te worden afgewezen. De rechtbank licht dat als volgt toe.
4.6.
[verzoekers] geven in het verzoekschrift aan dat zij belang hebben bij een voorlopig deskundigenonderzoek omdat het vaststellen van geluidsniveaus, trillingen en bouwkundige oorzaken specialistische kennis vereist. Zonder deskundigenbericht zouden zij in een bodemprocedure bewijstechnisch kwetsbaar staan. Ter zitting hebben zij daaraan toegevoegd dat het onderzoek van Sonitus onvolledig is, omdat slechts een constateringsonderzoek is gedaan en niet de oorzaak in de woning van [verweerster sub 1] is onderzocht. Er is volgens het rapport nog een volledig technisch onderzoek met hamerapparaat conform NEN 5077 noodzakelijk. Het rapport is volgens [verzoekers] daarom slechts een begin van bewijs.
4.7.
Als gezegd, is al een geluidonderzoek gedaan door Sonitus. Sonitus, een onafhankelijke deskundige, heeft geluidmetingen uitgevoerd om de mate van geluidtoetreding in de woning van [verzoekers] van buitenaf te kunnen bepalen. In het rapport heeft Sonitus de mate van overlast inzichtelijk gemaakt en de meetgegevens getoetst aan de wettelijke gestelde grenzen. Sonitus heeft geconcludeerd dat er tijdens de meetperiode hinder aanwezig was, maar ook is geconstateerd dat de overlast niet de wettelijke norm overschrijdt. Volgens de deskundige wordt de overlast verklaard door de constructie van de begane grond vloer. Door het ontbreken van een zwevende dekvloer verplaatsen de trillingen zich door de gehele constructie. [verzoekers] - en [verweerster sub 1] en [verweerster sub 2] - betwisten de conclusies uit het rapport op zichzelf niet.
4.8.
In tegenstelling tot het betoog van [verzoekers] heeft Klarenbeek in zijn rapport niet geconcludeerd dat aanvullend onderzoek in de woning van de buurvrouw gedaan moet worden. Over een (aanvullend) onderzoek met een hamerapparaat staat niets in het rapport. Verder is het rapport duidelijk over de oorzaak van de (door Sonitus benoemde) hinder. Dat in het kader van (‘hinderverminderende’) oplossingen door de deskundige wordt opgemerkt dat hem niet bekend is welke vloerafwerking de buurvrouw heeft (een harde, zoals tegels of laminaat, of een minder harde, zoals tapijt of PVC), betekent niet dat de oorzaak van de hinder niet bekend is. Die wordt immers genoemd door de deskundige. Overigens heeft de buurvrouw meegedeeld dat zij (bij aankoop in de woning al aanwezige) plavuizen als vloerafwerking heeft. Van een onvolledig onderzoek is naar oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake. [verzoekers] hebben daarom niet aannemelijk gemaakt dat er concrete aanleiding is (in de vorm van zwaarwegende bezwaren tegen het eerdere onderzoek) waardoor op bevel van de rechtbank nader onderzoek moet plaatsvinden.
4.9.
Voor zover [verzoekers] nog hebben betoogd dat met het rapport van Sonitus nog onvoldoende bewijs van
onrechtmatigehinder is geleverd en dat daarom opnieuw een deskundigenonderzoek moet plaatsvinden, volgt de rechtbank dat betoog niet. Een voorlopig deskundigenverzoek strekt er, als gezegd, toe partijen in de gelegenheid te stellen te beoordelen welke kansen zij hebben in een eventueel geding. De regeling van een voorlopig deskundigenonderzoek strekt er niet toe eenzelfde onderzoek te laten verrichten als al is verricht, alleen vanuit de hoop of verwachting om daarmee in een betere bewijspositie te komen.
4.10.
De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat [verzoekers] onvoldoende belang hebben bij hun verzoek en zonder voldoende belang komt niemand een rechtsvordering toe [2] .
4.11.
Tot slot merkt de rechtbank het volgende op. Klarenbeek heeft in zijn rapport geschreven dat een simpele en goedkope oplossing is het plaatsen van geluiddempende dopjes onder de stoelen. Ter zitting heeft de buurvrouw medegedeeld dat zij in navolging van het deskundigenonderzoek geluiddempende dopjes onder haar meubilair heeft geplaatst. [verzoekers] hebben ter zitting gezegd dat de door hen ervaren overlast vanaf dat moment minder is geworden, maar na drie maanden toch weer toenam. Dat de buurvrouw op geen enkele manier wil meedenken over of meewerken aan een oplossing, zoals [verzoekers] stellen, blijkt de rechtbank daarom niet. Hierom en vanwege het feit dat over de door [verzoekers] ervaren geluidsoverlast meerdere procedures in meerdere rechtsgebieden lopen, geeft de rechtbank partijen (nogmaals) uitdrukkelijk in overweging om met elkaar (bij voorkeur met een mediator) in overleg te gaan om te proberen het geschil in der minne op te lossen.
Conclusie
4.12.
Gelet op het voorgaande wijst de rechtbank het verzoek tot het voorlopig deskundigenbericht af. De overige verweren van verweerders kunnen daarom onbesproken blijven.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst het verzoek van [verzoekers] af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.B. van den Heuvel en in het openbaar uitgesproken op 29 december 2025.

Voetnoten

1.HR 22 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:272
2.Artikel 3:303 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)