ECLI:NL:RBNHO:2025:1507
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toegewezen voor voortzetting ambulante jeugdhulp in pgb-vorm
Verzoekster, een alleenstaande moeder met lichamelijke en psychische beperkingen, verzoekt om verlenging van een pgb voor ambulante jeugdhulp voor haar zoon met een aangeboren afwijking en ontwikkelingsachterstand. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen op basis van een onderzoek dat onvoldoende vooruitgang en kwaliteit van de ondersteuning constateerde.
Verzoekster stelt dat het besluit onzorgvuldig is genomen, zonder medisch advies en zonder rekening te houden met een overgangsperiode, en dat de ingekochte hulp wel toereikend is. Verweerder corrigeert het besluit en stelt voor de hulp voort te zetten via ZIN, maar dit is nog niet gerealiseerd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het onderzoek niet volledig en zorgvuldig is geweest en wijst het verzoek toe om de pgb-ondersteuning voorlopig voort te zetten tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en schorst het bestreden besluit tot zes weken na de beslissing op bezwaar, waardoor de pgb-ambulante jeugdhulp wordt voortgezet.