ECLI:NL:RBNHO:2025:15173
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV is afgewezen omdat hij volgens verzekeringsartsen over arbeidsvermogen beschikt. Eiser betoogt dat het onderzoek onzorgvuldig was, met name dat onvoldoende is onderzocht of sprake is van excessief ziekteverzuim en dat zijn medische klachten onvoldoende zijn meegewogen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is ondanks een beperkte termijnoverschrijding vanwege de psychische beperkingen van eiser. Het onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep is zorgvuldig bevonden, mede omdat eiser op een hoorzitting is gehoord en dossieronderzoek is verricht. Er is geen bewijs van excessief ziekteverzuim en de conclusie dat eiser één uur aaneengesloten kan werken en ten minste twee uur per dag belastbaar is, is voldoende gemotiveerd.
De rechtbank volgt de verzekeringsarts in de beoordeling dat eiser ondanks zijn klachten over arbeidsvermogen beschikt, mede omdat zijn beperkingen niet hebben verhinderd dat hij zijn masteropleiding afrondde. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.