Uitspraak
STICHTING WONINGBEDRIJF VELSEN,
1.De procedure
- de producties van [gedaagde];
- de mondelinge behandeling van 28 januari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitnota van [gedaagde].
Rechtbank Noord-Holland
Woningbedrijf Velsen vordert ontruiming van een woning die sinds 2010 wordt gehuurd door [gedaagde], omdat zij haar hoofdverblijf niet in de woning zou hebben en de woning zonder toestemming aan derden ter beschikking heeft gesteld. Na een anonieme melding voerde Woningbedrijf Velsen een buurtonderzoek uit en bracht onaangekondigde bezoeken, waarbij zij [gedaagde] niet aantrof maar wel andere personen die in de woning verbleven.
De kantonrechter overweegt dat het begrip hoofdverblijf inhoudt dat het leven van de huurder zich hoofdzakelijk in de woning afspeelt, maar dat tijdelijk elders verblijven dit niet uitsluit. Woningbedrijf Velsen heeft onvoldoende bewijs geleverd dat [gedaagde] niet haar hoofdverblijf in de woning heeft, mede omdat de verklaringen van buurtbewoners weinig gedetailleerd zijn en de woning bij bezoek een rommelige maar bewoonde indruk maakte.
[gedaagde] heeft verklaard dat zij overdag elders werkt en regelmatig tijd doorbrengt bij familie en vrienden, maar dat zij de woning als hoofdverblijf gebruikt. Zij overlegt ondersteunende verklaringen, arbeidsovereenkomsten en bankafschriften. De kantonrechter vindt dat de belangen van [gedaagde] zwaarder wegen en dat de vordering tot ontruiming in kort geding niet kan worden toegewezen.
Woningbedrijf Velsen wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De kantonrechter benadrukt dat Woningbedrijf Velsen voortaan eerst de huurder de gelegenheid tot wederhoor moet geven alvorens een brief te sturen om de huurovereenkomst op te zeggen.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat de huurder niet haar hoofdverblijf in de woning heeft.