ECLI:NL:RBNHO:2025:15394

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
31 december 2025
Zaaknummer
027558-25
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onttrekking aan het verkeer van een onbruikbaar gemaakt aanvalswapen met bladgoud en Swarovski kristallen

Op 22 december 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in Haarlemmermeer uitspraak gedaan in een rekestprocedure betreffende de onttrekking aan het verkeer van een aanvalswapen van het merk Cugir, model AKM, kaliber 7,62x39mm. Dit wapen was op 1 februari 2025 in beslag genomen door de Douane te Schiphol, omdat het vermoedelijk onder de Wet Wapens en Munitie viel. De officier van justitie vorderde de onttrekking aan het verkeer, stellende dat het wapen niet voldeed aan de eisen voor onbruikbare wapens, aangezien de markeringen die de onbruikbaarheid moesten aantonen, door bladgoud en Swarovski kristallen niet meer zichtbaar waren. De rechtbank oordeelde dat het wapen, ondanks de onbruikbaarmaking, nog steeds als vuurwapen in de zin van de wet kwalificeerde en dat de vordering tot onttrekking aan het verkeer toewijsbaar was. De rechtbank verklaarde de vordering van de officier van justitie toe en onttrok het wapen aan het verkeer, waarbij zij ook opmerkte dat er geen verzoek om compensatie was ingediend door de belanghebbenden. De beslissing werd openbaar uitgesproken en er staat beroep in cassatie open voor zowel het openbaar ministerie als de belanghebbenden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Haarlemmermeer
raadkamernummer : 027558-25
datum : 22 december 2025
van de meervoudige raadkamer op de vordering tot onttrekking aan het verkeer op grond van artikel 552f Wetboek van Strafvordering (Sv), gericht tegen

[belanghebbende]

gevestigd op het adres:
[adres]
en

[belanghebbende]

ingeschreven op het adres:
[adres]
hierna te noemen: belanghebbenden.

Procesgang

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
- de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 1 februari 2025 te Schiphol door de Douane in beslag is genomen:
  • een kunstwerk, zijnde een in epoxy gegoten aanvalsgeweer (merk Cugir, model AKM, kaliber 7,62x39mm);
  • een certificate of authenticity;
  • een deactivation certificate nr: [...]
  • een deaktivieringsbescheidung nr: [...]
- de vordering van de officier van justitie ex artikel 552f Sv, ingediend op 24 oktober 2025 ter griffie van deze rechtbank;
- de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
De vordering is behandeld in openbare, meervoudige raadkamer op 8 december 2025. Gehoord is de officier van justitie mr. M. Kubbinga.
De belanghebbenden zijn behoorlijk opgeroepen, maar niet in raadkamer verschenen. [belanghebbende] heeft bij e-mail van 4 december 2025 aan het Openbaar Ministerie laten weten niet langer gevestigd te zijn in Nederland, en mede namens [belanghebbende] laten weten niet te zullen verschijnen ter zitting en afstand te doen van het inbeslaggenomen voorwerp.

Bevoegdheid

De rechtbank is op grond van artikel 552f, eerste lid, Sv bevoegd tot het nemen van een beslissing als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, aanhef en onder 4º, van het Wetboek van Strafrecht (Sr), aangezien de zaak in eerste aanleg bij deze rechtbank had kunnen worden vervolgd.

Ontvankelijkheid

In artikel 36b, eerste lid, aanhef en onder 4º Sr is de mogelijkheid geopend om voorwerpen bij afzonderlijke rechterlijke beschikking aan het verkeer te onttrekken, op een vordering als bedoeld in artikel 552f, tweede lid, Sv.
De belanghebbenden, noch enig ander (rechts)persoon zijn door het Openbaar Ministerie als verdachte aangemerkt en bij de behandeling in raadkamer is door de officier van justitie bevestigd dat er geen vervolging ingesteld zal worden.
De officier van justitie is daarom ontvankelijk in de vordering tot onttrekking aan het verkeer.

Feiten

Uit de stukken van het geding kan over de procesgang tot nu toe het volgende worden opgemaakt. Op 28 januari 2025 heeft de douane te Schiphol een zending van [belanghebbende] met bestemming Malta gecontroleerd. In de zending is een voorwerp aangetroffen, waarvan werd vermoed dat dit onder de Wet Wapens en Munitie (WWM) viel. Het voorwerp bleek een aanvalswapen van het merk Cugir, model AKM, kaliber 7,62x39mm te zijn. Het aanvalswapen was bekleed met bladgoud en Swarovski kristallen en volledig gegoten in doorzichtig epoxy. Bij de zending zaten de hierboven genoemde certificaten van de onbruikbaarmaking van het vuurwapen.
Op 1 februari 2025 is besloten tot inbeslagname van het voorwerp.
De douane heeft het voorwerp voor een nadere determinatie aangeboden aan de afdeling Wapens, Munitie en Explosieven (WME) van de politie Eenheid Noord-Holland. In het proces-verbaal determinatie wordt de conclusie getrokken dat het voorwerp niet geschikt, maar wel bestemd is (geweest) om projectielen door een loop af te schieten en dat het voorwerp om die reden te classificeren is als een vuurwapen van categorie III.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie vordert primair dat het voorwerp moet worden onttrokken aan het verkeer, omdat het is te kwalificeren als een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 WWM en van een vrijstelling zoals genoemd in de Regeling Wapens en Munitie (RWM) geen sprake is. Subsidiair vordert de officier van justitie de onttrekking aan het verkeer omdat het zonder erkenning verhandelen en overbrengen van dit voorwerp naar een lidstaat van de Europese Unie strafbaar is gesteld in art. 9, eerste lid, WWM. De officier stelt zich op het standpunt dat met betrekking tot dit voorwerp een strafbaar feit is begaan en het inbeslaggenomen voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

Beoordeling

Ingevolge het bepaalde in artikel 36c, aanhef en onder 2º, Sr zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer alle voorwerpen met betrekking tot welke het feit is begaan. Met “feit” wordt een begaan strafbaar feit bedoeld. De rechtbank zal moeten vaststellen of het voorwerp in een in artikel 36c Sr beschreven verband staat tot een begaan strafbaar feit.
Het is vaste rechtspraak dat vuurwapens in de zin van de WWM aan het verkeer kunnen worden onttrokken. In dit geval, waarin een vuurwapen bewerkt is, zal de rechtbank moeten beoordelen of de verleende vrijstelling voor het uitgaan, vervoeren, voorhanden hebben of overdragen nog geldt. Voor die beoordeling dient eerst vastgesteld te worden of het inbeslaggenomen voorwerp nog een vuurwapen is in de zin van de WWM is.
In Richtlijn (EU) 2017/853 is een aparte definitiebepaling opgenomen van een “vuurwapen” en van een “onbruikbaar gemaakt wapen”. Daarmee zijn onbruikbaar gemaakte vuurwapens onder Richtlijn (EEG) 91/477 komen te vallen. Per 26 april 2021 is Richtlijn (EU) 2021/555 in werking getreden, waarbij Richtlijn (EEG) 91/477 is ingetrokken. De definitie van een onbruikbaar gemaakt wapen, zoals deze al was opgenomen in Richtlijn (EU) 2017/853, is echter onveranderd gebleven, namelijk: “onbruikbaar gemaakte wapens zijn vuurwapens die voorgoed onbruikbaar zijn gemaakt door een neutralisatie die inhoudt dat alle essentiële onderdelen van het vuurwapen in kwestie voorgoed onbruikbaar worden gemaakt en onmogelijk zodanig verwijderd, vervangen of aangepast kunnen worden dat het vuurwapen op enigerlei wijze opnieuw gebruiksklaar zou kunnen worden gemaakt”. De rechtbank zal die definitie aanhouden, nu artikel 1 aanhef en onder 16º en onder 18º WWM nog steeds verwijst naar de in april 2021 ingetrokken Richtlijn (EEG) 91/477. Gelet op bovenstaande feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat – ondanks de onbruikbaarmaking van het wapen – nog steeds sprake is van een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 WWM.
Overige eisen en vrijstelling
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2403, gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/337, zijn enkele voorschriften en technische specificaties voor de onbruikbaarmaking van vuurwapens in de Unie vastgesteld.
Bijlage I bij Uitvoeringsregeling (EU) 2015/2403 geeft de technische specificaties voor de ongebruikmaking van vuurwapens. Bijlage II schrijft voor dat en op welke wijze onbruikbaar gemaakte vuurwapens moeten worden gemarkeerd. Op grond van artikel 5 van de Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2403 moet de conform bijlage II aangebrachte markering onder meer duidelijk zichtbaar en niet te verwijderen zijn. Indien aan deze vereisten is voldaan kan er een vrijstelling worden verleend op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef onder a en derde lid, onder i RWM voor onder meer het voorhanden hebben van een vuurwapen.
De rechtbank stelt vast dat de op grond van bijlage II van de Uitvoeringsregeling (EU) 2015/2403 de aangebrachte markeringen niet meer zichtbaar zijn. De plaatsen waar de vereiste markeringen zijn aangebracht, zijn overgoten met bladgoud (en Swarovski kristallen). Als gevolg hiervan zijn de twee afgegeven certificaten van deactivering niet langer te koppelen aan dit specifieke vuurwapen. Dat druist in tegen één van de doelstellingen van Richtlijn (EU) 2017/853, namelijk het verbeteren van de traceerbaarheid van vuurwapens binnen de Europese Unie. Voor onbruikbaar gemaakte vuurwapens is een certificaat vereist waaruit blijkt dat het betreffende wapen voor gebruik ongeschikt is gemaakt op een manier zoals beschreven in meergenoemde Bijlage I van de Uitvoeringsverordening. Gelet op het aangebrachte bladgoud (en Swavorski kristallen) zijn de vereiste markeringen niet meer zichtbaar en komt daarmee de geldigheid van de door [betrokken partij] afgegeven certificering te vervallen. Daarmee vervalt de op grond van 18, eerste lid, aanhef onder a en derde lid, onder i RWM verleende vrijstelling.
Het voorhanden hebben van dit vuurwapen is gelet op het vorenstaande in strijd met artikel 26 WWM.
Naar het oordeel van de rechtbank is vast komen te staan dat met betrekking tot dit voorwerp, een aanvalswapen van het merk Cugir, model AKM, kaliber 7,62x39mm, aldus een strafbaar feit ia begaan en dat dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. Zij acht het voorwerp, een (in epoxy gegoten) aanvalswapen van het merk Cugir, model AKM, kaliber 7,62x39mm dus vatbaar voor onttrekking aan het verkeer en de vordering toewijsbaar.

Compensatie

In artikel 36b, tweede lid, Sr is de mogelijkheid van compensatie op grond van artikel 33c, tweede lid, Sr van overeenkomstige toepassing verklaard. Op grond van die bepaling kan de rechter een vergoeding toekennen aan wie het voorwerp toebehoort, als deze bij onttrekking aan het verkeer onevenredig zou worden getroffen. Een dergelijk verzoek is niet gedaan evenmin kan de rechtbank ambtshalve vaststellen of de belanghebbenden onevenredig worden getroffen door de verbeurdverklaring. De rechtbank kent dan ook geen vergoeding toe.

Beslissing

De rechtbank:
- wijst toe de vordering van de officier van justitie;
- verklaart onttrokken aan het verkeer: het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een aanvalswapen van het merk Cugir, model AKM, kaliber 7,62x39mm
Deze beschikking is gegeven door
mr. J.F. van Halderen, voorzitter,
mr. C.S. Schoorl en mr. N.M.L. Rogmans, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. T.J.A. Krips, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2025.
Mr. N.M.L. Rogmans is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.
Tegen deze beschikking staat voor het openbaar ministerie en belanghebbende beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien dagen na de dagtekening van de beschikking.