ECLI:NL:RBNHO:2025:15399

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 december 2025
Publicatiedatum
31 december 2025
Zaaknummer
C/15/371111 / JU RK 25-1502
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling van minderjarigen in het kader van gezinsproblematiek en veiligheid

Op 1 december 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, uitspraak gedaan in de zaak betreffende de verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarigen, [de minderjarige 1], [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3]. De kinderrechter heeft de beschikking gegeven in het kader van een verzoek van de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers (GI) om de ondertoezichtstelling te verlengen voor de duur van zes maanden. De ouders van de minderjarigen zijn belast met het ouderlijk gezag, maar de situatie is complex door de scheiding van de ouders en de zorgen rondom de thuissituatie. De vader heeft grote stappen gezet in zijn ontwikkeling, maar er blijven zorgen over zijn woonsituatie en middelengebruik. De moeder heeft een nieuwe partner, wat ook zorgen met zich meebrengt. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ontwikkeling van de kinderen ernstig bedreigd blijft en dat vrijwillige hulpverlening niet voldoende is gebleken. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling verlengd tot 22 juni 2026 en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De situatie zal over zes maanden opnieuw worden beoordeeld.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/371111 / JU RK 25-1502
Datum uitspraak: 1 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen: de GI,
wonende in Amsterdam,
over
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] ),
hierna te noemen [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige 2] ,
[de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader],
hierna te noemen de: vader,
wonende in [plaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 20 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 december 2025. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:
- de vader, bijgestaan door een tolk in de Arabische taal;
- een vertegenwoordiger van de GI.
1.3.
De moeder is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet op de zitting verschenen.
1.4.
[de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] zijn in de gelegenheid gesteld om hun mening te geven, maar hier hebben zij geen gebruik van gemaakt.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] .
2.2.
[de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] wonen bij hun moeder.
De ondertoezichtstelling over [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] is laatstelijk verlengd bij beschikking van 25 juni 2025, tot 22 december 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI onderbouwt het verzoek als volgt. Ondanks de beëindiging van de relatie tussen de ouders is de situatie onvoldoende verbeterd. De moeder en de kinderen moesten plotseling verhuizen en van school wisselen, nadat de vader hun woonadres had achterhaald en bij school was verschenen. Ook hebben zij enige tijd in een Blijfhuis gewoond. Dit heeft een grote impact gehad op de kinderen. Verder heeft de moeder een nieuwe vriend van wie zij in augustus 2025 is bevallen. De GI heeft zorgen dat de (stief)vader de kinderen slaat en kwetsende uitspraken richting hen doet. Er zijn verschillende verhalen binnen het gezin, waardoor de GI nog onvoldoende zicht heeft op deze situatie. De moeder ontkent dat sprake is van een onveilige thuissituatie. De vader heeft op dit moment begeleide omgang met de kinderen en zij zijn altijd blij om hem te zien. De omgangsmomenten gaan goed. Ook zijn de laatste tijd geen signalen geweest dat de vader onder invloed was tijdens de omgangsmomenten. Wel heeft de vader aangegeven elke dag een joint te roken. Zijn woon- en leefsituatie is daarbij nog steeds instabiel. De combinatie van de instabiele woon- en leefsituatie van de vader, de zorgen rondom de nieuwe partner van de moeder en de moeder zelf, maakt dat de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen ernstig bedreigd blijft.
3.3.
De GI heeft op de zitting aangegeven dat gestart is met semi-begeleide omgang tussen de kinderen en de vader. Dit vindt nu iedere week plaats en gaat goed. De relatie tussen de vader en de kinderen is liefdevol. De GI heeft hulpverlening ingezet om zicht te krijgen op de thuissituatie van de moeder. Op dit moment wil de GI zich nog niet focussen op de kinderen. Het gaat goed met hen en ze doen het goed op school. Ook is vorige week een ondertoezichtstelling uitgesproken voor de pasgeboren baby van de moeder en de (stief)vader. Op deze manier is de GI ook betrokken bij de (stief)vader. Tot nu toe houdt de moeder zich aan de gemaakte veiligheidsafspraken. Het perspectief voor de kinderen is nog steeds om bij de moeder op te groeien. De begeleider zal wekelijks bij de moeder op bezoek gaan voor opvoedondersteuning en praktische ondersteuning. Voor de vader is nog geen zicht op een huis of op hulpverlening. De termijn van twaalf maanden is nodig om de doelen te kunnen behalen en alle hulpverlening op te starten.

4.Het standpunt van de vader

4.1.
De vader heeft op de zitting aangegeven dat hij een ondertoezichtstelling van zes maanden wil en dat na deze zes maanden de situatie opnieuw beoordeeld moet worden.
In de tussentijd zal de vader een huis zoeken en zal de situatie rustiger zijn. Het gaat goed met de vader en hij is klaar met zijn traject bij de Brijder. Hij heeft op dit moment nog geen vaste woonplek en verblijft bij verschillende vrienden. De vader vindt de omgangsmomenten kort, maar ze gaan goed. Hij zou de kinderen graag vaker en langer zien.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Er waren initieel veel zorgen over de vader en hij was een instabiele factor in het leven van de kinderen. Ook was de vader wisselend in het contact met de GI. De afgelopen periode heeft de vader grote stappen gezet. Op basis van de stukken en wat op de zitting naar voren is gekomen, blijkt dat de kinderen dol zijn op de vader. De omgang die er is, gaat goed en liefdevol en er zijn geen twijfels over de vraag of de vader een goede vader is. De vader is niet meer zichtbaar onder invloed tijdens de omgangsmomenten en hij houdt zich aan de veiligheidsafspraken. Wel bestaan nog zorgen over zijn woonsituatie en is niet duidelijk hoe het met zijn middelengebruik zit buiten de omgangsmomenten. Verder is weinig zicht op de situatie bij de moeder en blijven verschillende verhalen bestaan over de veiligheidssituatie met de (stief)vader. Het is van belang dat de GI in de komende tijd zicht krijgt op de thuissituatie bij de moeder en de invloed van de (stief)vader. Verder zal worden gekeken naar uitbreiding van de omgang met de vader.
5.3.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. In het verleden is onvoldoende gebleken dat vrijwillige hulpverlening van de grond komt.
5.4.
De kinderrechter ziet de goede stappen die de vader de afgelopen periode heeft gezet en wil hem de kans geven om de komende zes maanden zijn leven op de rit te krijgen. Na deze zes maanden zal worden bekeken of de vader stabiele huisvesting heeft gevonden, hoe het gaat met zijn middelengebruik, of hij zich nog steeds houdt aan alle veiligheidsafspraken, of de omgangsregeling kon worden uitgebreid en zo ja, hoe dat gaat De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] daarom voor de duur van zes maanden. Ook de situatie van de moeder en (stief)vader zal over zes maanden opnieuw worden beoordeeld in het kader van de ondertoezichtstelling. Vanzelfsprekend zal de GI goed in de gaten blijven houden hoe het met de kinderen gaat
5.5.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van
[de minderjarige 1] , [de minderjarige 2]en
[de minderjarige 3]tot 22 juni 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
houdt de beslissing voor het overige verzochte aan tot een nader te bepalen zittingsdatum;
6.4.
verzoekt de GI uiterlijk twee weken voor de ander te bepalen zittingsdatum de kinderrechter en belanghebbenden schriftelijk te informeren over de huidige stand van zaken.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2025 door
A.K. Mireku, kinderrechter, in aanwezigheid van S.E. Apon, als griffier, en op schrift gesteld op 15 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW.
2.Artikel 2 Besluit gezagsregisters.