Sinds 3 september 2021 huurt de gedaagde een woning van woningstichting Van Alckmaer. De huurovereenkomst bevat algemene huurvoorwaarden die bedrijfsmatige activiteiten, waaronder prostitutie, in de woning verbieden. Op 11 september 2025 is een bestuurlijke controle uitgevoerd waarbij een sekswerker in de woning werd aangetroffen, die verklaarde dat zij wist dat werken als prostitué vanuit een woning verboden is.
Van Alckmaer vordert ontruiming van de woning wegens ernstige tekortkoming door illegale prostitutie, onderverhuur zonder toestemming en overlast. De gedaagde erkent het ter beschikking stellen van de woning, maar betwist overlast en stelt dat hij niet bewust was van de gevolgen. Hij heeft de activiteiten gestaakt en spijt betuigd.
De kantonrechter oordeelt dat het gebruik van de woning voor illegale prostitutie een ernstige tekortkoming vormt die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Verwijtbaarheid is niet vereist en het ontbreken van overlast doet hier niet aan af. De belangenafweging weegt zwaar in het voordeel van Van Alckmaer vanwege haar zorgplicht voor leefbaarheid en rechtvaardige woningverdeling.
De vordering tot ontruiming wordt toegewezen en de gedaagde wordt veroordeeld binnen tien dagen de woning te ontruimen en de sleutels af te geven. Tevens wordt de gedaagde veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.