Bij beschikking van 24 december 2020 was een bewind ingesteld wegens verkwisting of problematische schulden. Betrokkene verzocht om opheffing van het bewind omdat de schulden zijn afgelost en zij, al dan niet met hulp van een budgetcoach, haar financiën weer kan beheren.
De bewindvoerder maakte bezwaar en stelde dat de grond voor het bewind nog steeds aanwezig is vanwege een openstaande persoonlijke lening. De kantonrechter stelde vast dat de bewindvoerder onvoldoende had onderzocht of deze schuld verjaard is. Ook bleek dat het budget van betrokkene krap is, maar dat dit op zich onvoldoende reden is om het bewind voort te zetten.
Betrokkene vraagt zelden extra leefgeld aan en kan hulp krijgen van een budgetcoach. De kantonrechter oordeelde dat de noodzaak voor het bewind niet meer aanwezig is en besloot het bewind met ingang van 30 januari 2026 op te heffen.