Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.[eiser 1] V.O.F.,
2.
[eiser 2],
3.
[eiser 3],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 6 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij [eisers] en Simon Lévelt zich hebben bediend van spreekaantekeningen
2.De feiten
- De Waarde van de goodwill, indien en voor zover aanwezig en zo ja, of deze in meer of mindere mate kan worden toegerekend aan Franchisenemer, zal door Partijen in goed onderling overleg worden vastgesteld en op basis van een marktconforme waardering.
- Indien partijen echter niet binnen 4 weken na de start van bovenstaand goed onderling overleg overeenstemming bereiken over de waarde van de goodwill, zal de waarde van de goodwill en de toerekening ervan worden bepaald door een door Franchisegever en Franchisenemer gezamenlijk aan te wijzen onafhankelijke deskundige op basis van een marktconforme waardering. Partijen dragen voor gelijke delen de kosten van de deskundige.
- (…)
vrijdag 15 november om 15:00 uur per e-mail bevestigendat jullie [betrokkene 3] groen licht geven om de onderhandelingen met ons voort te zetten en dat jullie verder niets ondernemen (of nalaten) dat de lopende onderhandelingen over de verkoop van onze vestiging negatief kan beïnvloeden. Voor zover nodig stellen wij Simon Lévelt hierdoor aansprakelijk voor alle schade die wij hebben geleden en mogelijk nog zullen lijden indien niet aan dit verzoek wordt voldaan.
- Er is
- Door Simon Lévelt zijn
- Als de kandidaat op dit moment aangeeft dat hij de onderhandelingen met jullie stillegt in afwachting van groen licht van Simon Lévelt om het proces te vervolgen, dan is dat zijn volledig
integraalworden nagekomen. Tot dat moment neemt Simon Lévelt dus een afwachtende houding aan. (…) Als jullie iets anders berichten aan de kandidaat is dat voor jullie eigen rekening en risico.
€ 5.445,00 (inclusief met 21% BTW) en een bedrag van € 1.000,00 door verrekening daarvan met de aan [eisers] toekomende geldbedragen (omzet uit webshopverkopen).
3.Het geschil
primairstrijdig is met artikel 19 FO Pro en ongeldig is althans
subsidiairop grond van artikel 6:248 lid 2 BW Pro niet van toepassing is;
4.De beoordeling
€ 3.210,14, vermeerderd met de wettelijke rente in plaats van de wettelijke handelsrente omdat geen sprake is van een handelsovereenkomst.
- dagvaarding € 121,99
- griffierecht 2.995,00
- salaris advocaat 1.228,00 (2 punten x 614,00)
- nakosten 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld
5.De beslissing
24 december 2025.