ECLI:NL:RBNHO:2025:15558

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
7 januari 2026
Zaaknummer
C/15/367719 FA RK 25-3706
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om wijziging partneralimentatie na onvoldoende onderbouwing van behoefte

In deze zaak heeft de rechtbank Noord-Holland op 11 december 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot wijziging van partneralimentatie. De vrouw, die van 26 juli 2019 tot 12 april 2024 met de man getrouwd was, verzocht de rechtbank om een eenmalige bijdrage van € 38.322 of, subsidiair, een maandelijkse bijdrage van € 1.369. De man betwistte het verzoek en stelde dat de vrouw haar behoefte onvoldoende had onderbouwd. Tijdens de mondelinge behandeling op 4 december 2025 werd de vrouw bijgestaan door haar advocaat en de man door zijn advocaat. De rechtbank oordeelde dat de vrouw niet voldoende bewijs had geleverd om haar behoefte aan alimentatie aan te tonen. De enige onderbouwing die zij had gegeven was een jaaropgave van 2024, waaruit een inkomen van € 25.036 bleek, maar zij had geen informatie verstrekt over haar huidige werkuren of andere inkomsten. De rechtbank concludeerde dat de vrouw haar verdiencapaciteit niet had aangetoond en dat het verzoek om partneralimentatie daarom werd afgewezen. De beslissing werd openbaar uitgesproken en partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na de uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familierecht
Zaaknummer: C/15/367719 FA RK 25-3706
Partneralimentatie
Beschikking van 11 december 2025
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende in [plaatsnaam],
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. H. Loonstein,
e n
[verweerder],
geëmigreerd naar [landnaam],
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. P.J.H. Vinke.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
het verzoekschrift van vrouw met bijlagen 1 tot en met 6, binnengekomen op
18 juli 2025;
het verweerschrift van man met bijlagen 1 tot en met 15;
het bericht van de vrouw van 24 november 2025 met bijlage 7;
het bericht van de man van 26 november 2025 met ongenummerde bijlage;
het bericht van de vrouw van 28 november 2025 met daarin een wijziging van haar verzoek en met bijlage 8;
het bericht van de man van 2 december 2025 met ongenummerde bijlage.
1.2.
Het verzoek en het verweer zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling van
4 december 2025. Hiervan zijn aantekeningen gemaakt. Tijdens deze behandeling zijn via (video)bellen gehoord:
de vrouw, bijgestaan door mr. J.R. Núñez Casanova, waarnemend voor haar advocaat, en
de man, bijgestaan door zijn advocaat.
Door de advocaat van de vrouw is een pleitnota overlegd.

2.Waar gaat het over?

Wat staat vast?
2.1.
De vrouw en de man zijn met elkaar getrouwd geweest van 26 juli 2019 tot
12 april 2024.
Wat ligt voor?
2.2.
De vrouw verzoekt de rechtbank om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:
primair de door de man aan de vrouw te betalen geldsom ineens op groot € 38.322 wordt vastgesteld ter zake de bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw;
subsidiair per 12 april 2024 de man € 1.369 (bruto) per maand aan de vrouw dient te voldoen in het kader van een bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw.
2.3.
De man is het niet eens met het verzoek. Hij vindt dat de vrouw haar verzoek onvoldoende heeft onderbouwd. Daarbij komt dat hij deze bedragen ook niet kan betalen.

3.De beoordeling

conclusie
3.1.
De rechtbank zal het verzoek van de vrouw afwijzen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. Daarbij gaat zij in op de standpunten van partijen, voor zover die voor de beoordeling van belang zijn.
reden voor afwijzing
3.2.
De rechtbank bespreekt om doelmatigheidsredenen eerst de behoefte van de vrouw.
3.3.
Het is de vrouw die stelt dat zij behoefte heeft aan alimentatie. Nu de man die stelling betwist, is het aan de vrouw om haar stelling te motiveren en met concrete gegevens te onderbouwen. Dat heeft de vrouw onvoldoende gedaan. Ter onderbouwing van haar behoefte heeft zij (alleen) een jaaropgave 2024 overgelegd waaruit een inkomen blijkt van € 25.036. Zij heeft geen informatie verstrekt over de omvang van dat dienstverband, noch informatie waaruit blijkt dat zij in dat jaar niet ook nog ander inkomen heeft genoten, terwijl de man wel om die bewijsstukken heeft verzocht. Ook heeft zij geen informatie verstrekt over haar inkomenssituatie in 2025. Het is onbekend hoeveel uren per week zij nu werkt en wat zij daar dan mee verdient. Als gevolg daarvan is ook niet vast te stellen of de vrouw haar verdiencapaciteit ten volle benut. De rechtbank kan daarom niet vaststellen dat de vrouw behoefte heeft aan de alimentatie zoals die door haar is verzocht. De (enkele) verklaring van de vrouw op de mondelinge behandeling dat zij 40,5 uur per week werkt en haar verdiencapaciteit volledig benut, kan niet tot een ander oordeel leiden omdat de vrouw die stelling niet met stukken heeft onderbouwd. Dat had wel op haar weg gelegen gelet op het verweer van de man dat zij voldoende inkomen heeft dan wel kan verwerven. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw om partneralimentatie daarom afwijzen. Dat betekent dat alle overige stellingen onbesproken kunnen blijven.

4.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek van de vrouw af.
Dit is de beslissing van rechter mr. M.P. den Hollander, tot stand gekomen in samenwerking met A.R. Beeren, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025 in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof in Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.