ECLI:NL:RBNHO:2025:15568

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
11967050 \ VV EXPL 25-167
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot ontruiming van een woning door een verhuurder wegens niet-bewoning door de huurder

In deze zaak heeft de Stichting Ymere, gevestigd te Amsterdam, een kort geding aangespannen tegen een gedaagde partij die niet is verschenen. De vordering betreft de ontruiming van een woning aan [straat] [nummer] te [plaats]. Ymere stelt dat de gedaagde al circa tien jaar niet meer in de woning woont en dat hij zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst niet nakomt. Dit is vastgesteld aan de hand van meldingen van buren en het ontbreken van reactie op brieven en telefoontjes van Ymere. De kantonrechter heeft op 12 december 2025 uitspraak gedaan in deze zaak, waarbij de vordering van Ymere is toegewezen. De ontruimingstermijn is vastgesteld op veertien dagen, gezien de spoedeisendheid van de situatie en het belang van de woning in de schaarse sociale huursector. De gedaagde is in het ongelijk gesteld en moet de proceskosten van € 932,40 betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11967050 \ VV EXPL 25-167
Vonnis in kort geding van 12 december 2025
in de zaak van
STICHTING YMERE,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Ymere,
gemachtigde: mr. L.C. Strating,
tegen
[gedaagde],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling van 8 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2.De beoordeling

2.1.
Ymere vordert ontruiming van het pand aan [straat] [nummer] te [plaats], met veroordeling van [gedaagde] in de kosten.
2.2.
Ymere legt aan haar vordering – kort gezegd – ten grondslag dat [gedaagde] niet langer zijn hoofdverblijf heeft in de woning, hetgeen in strijd is met zijn wettelijke verplichting om zich als een goed huurder te gedragen [1] en zijn verplichtingen uit de bij de huurovereenkomst overeengekomen algemene voorwaarden [2] . Ymere heeft (van buren) vernomen dat [gedaagde] al circa tien jaar niet meer in de woning woont, maar destijds bij zijn vriendin is ingetrokken. Na haar overlijden twee of drie jaar geleden schijnt [gedaagde] niet naar de woning te zijn teruggekeerd.
Bij de huisbezoeken die Ymere aan de woning heeft gebracht naar aanleiding van deze melding, werd niet opengedaan en waren spinnenwebben op de voordeur en dode planten in de vensterbank te zien. Op brieven van Ymere is niet gereageerd en de telefoon werd niet opgenomen. Vooruitlopend op de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst, vordert Ymere in deze procedure ontruiming van de woning. Zij heeft daarbij (spoedeisend) belang omdat de woning behoort tot de schaarse voorraad sociale huurwoningen waarvoor een lange wachtlijst bestaat.
2.3.
De kantonrechter zal de vorderingen ten aanzien van Ymere toewijzen, nu deze naar haar aard en gelet op hetgeen Ymere heeft aangevoerd, spoedeisend is en haar niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Omdat het gaat om een ingrijpende maatregel wordt de ontruimingstermijn op veertien dagen gesteld.
2.4.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Ymere worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
543,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
932,40

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [straat] [nummer] te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Ymere zijn, en de sleutels af te geven aan Ymere,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 932,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken op
12 december 2025.

Voetnoten

1.Artikel 7:213 van het Burgerlijk Wetboek.
2.Artikel 9.2 van de algemene voorwaarden.