ECLI:NL:RBNHO:2025:15585

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
C/15/355575/ HA ZA 24-439
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot terugbetaling door gemeente Alkmaar aan Huyswaert Zorg B.V. wegens tekortkomingen in zorgverlening

In deze zaak vordert de gemeente Alkmaar terugbetaling van vergoedingen die zij aan Huyswaert Zorg B.V. heeft betaald voor jeugdzorg. De gemeente stelt dat Huyswaert Zorg tekort is geschoten in de nakoming van de zorgovereenkomsten, zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin. De rechtbank heeft de vorderingen van de gemeente afgewezen, omdat deze niet voldoende onderbouwd waren. De gemeente had niet aangetoond dat Huyswaert Zorg niet voldeed aan de contractuele verplichtingen. De rechtbank oordeelt dat de gemeente haar stelplicht niet heeft nageleefd, waardoor de vorderingen niet konden worden toegewezen. De proceskosten worden aan de gemeente opgelegd, die in het ongelijk is gesteld. Het vonnis is uitgesproken op 24 december 2025.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: C/15/355575 / HA ZA 24-439
Vonnis van 24 december 2025
in de zaak van
GEMEENTE ALKMAAR,
te Alkmaar,
eisende partij,
hierna te noemen: de gemeente,
advocaten: mr. E.C.W. van der Poel en mr. M.J.G. Stork,
tegen

1.HUYSWAERT ZORG B.V.,

te Alkmaar,
2.
[gedaagde sub 2],
te [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: Huyswaert Zorg c.s. en ieder afzonderlijk Huyswaert Zorg respectievelijk [gedaagde sub 2] ,
advocaat: mr. M. Moszkowicz.
De zaak in het kort
De gemeente heeft zorgcontracten met Huyswaert Zorg gesloten voor jeugdzorg met verblijf en PGB’s verstrekt aan zorgcliënten waarmee deze zelf zorg hebben ingekocht bij Huyswaert Zorg. De gemeente vordert in deze procedure terugbetaling van een deel van de door haar (in)direct aan Huyswaert Zorg betaalde vergoedingen. De vorderingen zijn gebaseerd op diverse verwijten die de gemeente heeft gemaakt over de kwaliteit en de kwantiteit van de door Huyswaert Zorg geleverde zorg. Omdat de rechtbank de gegrondheid van deze verwijten niet kan vaststellen, worden de vorderingen van de gemeente afgewezen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 29 juli 2024 met producties 1 tot en met 65;
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 48;
- het tussenvonnis van 13 november 2024;
- de akte houdende nadere producties van de gemeente met de producties 66 tot en met 69;
- de akte houdende nadere producties van de gemeente met productie 70;
- de akte houdende nadere producties van Huyswaert Zorg c.s. met producties 49 tot en met 52;
- de mondelinge behandeling van 10 oktober 2025. De griffier heeft van deze zitting aantekeningen gemaakt. De advocaten van de gemeente en Huyswaert Zorg c.s. hebben gebruik gemaakt van spreekaantekeningen, die zij hebben overgelegd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Huyswaert Zorg, opgericht in 2016, is een zorgaanbieder die zorg verleent aan jongeren (vanaf 15 jaar) en volwassenen die geïndiceerd zijn voor jeugdhulp met verblijf en of WMO/WLZ beschermd wonen. De zorglocaties van Huyswaert Zorg zijn voornamelijk gelegen in de binnenstad van Alkmaar.
2.2.
[gedaagde sub 2] is middellijk aandeelhouder en indirect bestuurder van Huyswaert Zorg.
2.3.
De gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Heiloo, Uitgeest en Dijk en Waard (hierna tezamen: “de gemeenten”) hebben vanaf 2018 afzonderlijk contracten gesloten met Huyswaert Zorg voor ‘jeugdhulp met verblijf’. Nadat over de jaren 2020 tot en met 2022 gebruik is gemaakt van een drietal jaarcontracten met een looptijd van een jaar, hebben de gemeenten en Huyswaert Zorg op 31 augustus 2022 een overeenkomst gesloten voor een aangesloten periode van 2023 - 2030.
2.4.
De gemeente Alkmaar heeft daarnaast op grond van de WMO aan volwassenen persoonsgebonden budgetten (PGB’s) verleend. Met deze PGB’s hebben deze cliënten zorg ingekocht bij Huyswaert Zorg, onder meer voor beschermd wonen.
2.5.
Op 13 januari 2020 hebben de gemeenten Huyswaert Zorg c.s. bij brief in gebreke gesteld. De gemeenten hebben daarin – voor zover van belang – het navolgende bericht:
“(..) is geconstateerd dat u niet voldoet aan de toelatingseisen SKJ en/of BIG registratie van uw medewerkers en de kwaliteitscertificering van uw organisatie. Contractmanagement heeft u gevraagd een plan van aanpak aan te leveren waarin u aangeeft op welke wijze u alsnog gaat voldoen aan de eis SKJ en/of BIG registratie en kwaliteitscertificering. Uit het door u op 19 december 2019 opgestelde plan van aanpak bevestigt u dat u niet voldoet en blijkt dat u ook niet binnen een aanzienlijke tijd gaat voldoen aan de (..) in de overeenkomst gestelde eisen. (..)
Gemeenten stellen u, wellicht ten overvloede, in gebreke en verzoeken u om binnen een termijn van 14 dagen de contractuele voorwaarden na te komen.”
2.6.
Na een tip van het Openbaar Ministerie is een Bibob-onderzoek gestart naar Huyswaert Zorg c.s. Het resultaat van het Bibob-onderzoek was negatief.
2.7.
De gemeenten hebben de overeenkomsten jeugdhulp met verblijf per brief van 5 juli 2023 buitengerechtelijk ontbonden. Daarin hebben de gemeenten aan Huyswaert Zorg onder meer het navolgende bericht:
“Op 4 juli 2023 is door de gemeente Alkmaar besloten om de Overeenkomst te ontbinden vanwege het niet voldoen aan de kwalitatieve en kwantitatieve eisen uit de overeenkomst én vanwege de bevindingen uit het integriteitsonderzoek. De overige vijf gemeenten hebben zich daarbij aangesloten en de gemeente Alkmaar gemandateerd om de overeenkomst mede namens hen te ontbinden. Middels deze brief stellen wij u (..) formeel in kennis van dit besluit.”
2.8.
Medio augustus 2023 heeft de gemeente gesprekken gevoerd met PGB-cliënten die zorg inkopen bij Huyswaert Zorg, om hun zienswijze te geven over het voorgenomen besluit van de gemeente om de PGB gefinancierde zorg door Huyswaert Zorg per 1 november 2023 te beëindigen. In de periode oktober tot en met november 2023 heeft de gemeente voor de diverse PGB-cliënten beslist dat de maatwerkvoorziening waarbij PGB-zorg werd ingekocht bij Huyswaert Zorg te beëindigen. Deze beschikkingen zijn inmiddels onherroepelijk.

3.Het geschil

3.1.
De gemeente vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
de overeenkomsten 2020, 2021, 2022 en 2023 ontbindt;
voor recht verklaart dat Huyswaert Zorg is tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomsten 2020, 2021, 2022 en 2023 en voor recht verklaart dat Huyswaert Zorg hiervoor aansprakelijk en schadeplichtig is;
Huyswaert Zorg en [gedaagde sub 2] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 1.770.898,00 vermeerderd met wettelijke rente;
Huyswaert Zorg en [gedaagde sub 2] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van aanvullende schade/kosten van € 149.381,00 vermeerderd met wettelijke rente;
Huyswaert Zorg en [gedaagde sub 2] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 8.197,75 aan buitengerechtelijke incassokosten;
Huyswaert Zorg en [gedaagde sub 2] hoofdelijk veroordeelt in de (na)kosten van het geding vermeerderd met de wettelijke rente.
3.2.
Sterk samengevat heeft de gemeente aan het gevorderde ten grondslag gelegd dat Huyswaert Zorg in kwantitatief en in kwalitatief opzicht niet de zorg heeft geleverd zoals de gemeenten en de individuele zorgcliënten met Huyswaert Zorg zijn overeengekomen. Daarbij heeft de gemeente - die in deze procedure ook optreedt als lasthebber van de gemeenten Bergen, Castricum, Heiloo, Uitgeest en Dijk en Waard - meerdere uiteenlopende verwijten aan Huyswaert Zorg gemaakt. Huyswaert Zorg is tezamen met haar bestuurder [gedaagde sub 2] gehouden de door de gemeenten teveel aan Huyswaert Zorg betaalde vergoedingen terug te betalen. Het onder 3.1 sub C gevorderde bedrag heeft voor een deel van € 978.569,05 betrekking op jeugdzorg met verblijf en voor het resterende gedeelte van € 792.328,95 op de door de gemeente aan zorgcliënten verstrekte PGB’s. Het onder 3.1 sub D gevorderde bedrag betreft aanvullende schade en is het gevolg van de wanprestatie van Huyswaert Zorg, aldus de gemeente.
3.3.
Huyswaert Zorg c.s. voeren verweer.
3.4.
Op de verdere stellingen en weren van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
inleiding, uitgangspunten bij de beoordeling
4.1.1.
In essentie draait deze zaak om de vraag of Huyswaert Zorg zich heeft gehouden
  • aan de met de gemeenten gemaakte afspraken in het kader van jeugdhulp met verblijf (2.3), en
  • aan de afspraken die individuele zorgcliënten hebben gemaakt met behulp van het aan hen door de gemeente verstrekte PGB budget (2.4).
4.1.2.
De rechtbank stelt voorop dat het in de eerste plaats op de weg ligt van de gemeente - als partij die zich op de rechtsgevolgen van haar stellingen beroept - om de gestelde juridische grondslagen van voldoende gemotiveerde feitelijke en met stukken onderbouwde stellingen te voorzien. Pas als de gemeente daaraan heeft voldaan, is het aan Huyswaert Zorg respectievelijk [gedaagde sub 2] , om deze stellingen gemotiveerd en specifiek te weerleggen. Hierna zal de rechtbank uitleggen waarom zij van oordeel is dat de gemeente haar verwijten aan Huyswaert Zorg c.s. onvoldoende concreet heeft onderbouwd en dus niet aan haar stelplicht heeft voldaan. Aan bewijslevering komt de rechtbank niet toe.
4.1.3.
De rechtbank constateert dat beide partijen ter feitelijke onderbouwing van hun standpunt een fors aantal (deels onleesbare) producties in het geding hebben gebracht. Als uitgangspunt in een procedure als deze geldt echter dat een procespartij haar stellingen voldoende kenbaar en duidelijk in haar processtukken moet laten verwoorden, in dit geval door haar advocaat (zie o.a. HR 17 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BE7628). Dit brengt met zich dat een procespartij niet kan volstaan met een enkele verwijzing naar de door haar in het geding gebrachte stukken, maar dat zij concreet moet maken welke stellingen zij op basis van die stukken inneemt en waar die stellingen in de stukken steun vinden of onderbouwd worden. Dit op een zodanige wijze dat voor de rechter duidelijk is welke stellingen hem ter beoordeling worden voorgelegd en dat voor de wederpartij duidelijk is waartegen hij zich dient te verweren. Met name de gemeente heeft veelvuldig verwezen naar in het geding gebrachte stukken (producties), terwijl zij in de processtukken zelf niet toelicht wat daaruit valt af te leiden, laat staan welke relevantie die stukken hebben voor de betrokken stellingen.
4.2.
Tegen deze achtergrond zullen de stellingen en weren van partijen in de beoordeling worden betrokken. De rechtbank zal aansluiten bij het door de gemeente in de stukken gemaakte onderscheid tussen ‘jeugdhulp met verblijf’ en ‘PGB’s’.
4.3.
Jeugdhulp met Verblijf
Ontbinding/tekortkoming
4.3.1.
De rechtbank begrijpt uit de stellingen van de gemeente dat haar vorderingen onder A. en B. betrekking hebben op de diverse tussen de gemeenten en Huyswaert Zorg gesloten Jeugdzorgovereenkomsten. Allereerst zal de rechtbank de primaire grondslag voor haar vorderingen bespreken, de ontbinding van de Jeugdzorgovereenkomsten. Uitgangspunt is dat voor een geslaagd beroep op (buitengerechtelijke) ontbinding ten minste vast moet staan dat sprake is van een tekortkoming van Huyswaert Zorg in de nakoming van een overeenkomst. De rechtbank komt tot het oordeel dat zij uit wat de gemeente heeft aangevoerd niet kan afleiden dat daarvan sprake is. Het gevorderde ligt daarom voor afwijzing gereed. De rechtbank legt dit uit.
4.3.2.
In essentie hebben de door de gemeente gestelde tekortkomingen betrekking op zorg die niet, van onvoldoende kwaliteit en/of door onvoldoende gekwalificeerd personeel is geleverd. De gemeente heeft daarnaast gesteld dat mogelijk sprake is van zorgfraude en mede op die grond en de uitkomst van Bibob-onderzoeken vraagtekens geplaatst bij de integriteit van Huyswaert Zorg en haar bestuurder [gedaagde sub 2] .
4.3.3.
Al deze tekortkomingen heeft Huyswaert Zorg c.s. al voor het aanhangig maken van deze procedure uitvoerig betwist. Partijen hebben daarover immers in de jaren 2020-2023 al uitvoerig met elkaar gecorrespondeerd. Dat gegeven alleen al had voor de gemeente aanleiding moeten zijn om in de dagvaarding helder uiteen te zetten (i) welke zorg zij met Huyswaert Zorg heeft gecontracteerd, (ii) welke verplichtingen daaruit over en weer voortvloeien en (iii) in welke mate deze door Huyswaert Zorg niet zijn nagekomen. Dat heeft de gemeente niet gedaan. Als gevolg daarvan omvat de dagvaarding niet meer dan een algemene bloemlezing van diverse zeer uiteenlopende verwijten en verdenkingen, zonder dat deze in perspectief (kunnen) worden geplaatst van concrete afspraken tussen partijen. De gemeente kan ter illustratie van deze verwijten en verdenkingen niet volstaan met niet-nader toegelichte verwijzingen naar diverse producties zoals toelatings- en aanbestedingsdocumenten. Deze werkwijze geeft onvoldoende invulling aan de op haar rustende stelplicht. Complicerend is verder dat de in geschil zijnde overeenkomsten niet als processtuk in het geding zijn gebracht. De rechtbank verwijst naar hetgeen zij hiervoor onder 4.1.3 heeft overwogen.
Bij de mondelinge behandeling heeft de rechtbank met haar vraagstelling aan de gemeente in ruime mate aandacht besteed aan dit (basale) punt, maar enige duidelijkheid is ook bij die gelegenheid niet verkregen. Omdat de gemeente de voor een adequate beoordeling benodigde basisinformatie niet heeft verschaft, is het voor de rechtbank ondoenlijk om vast te stellen of en zo ja in welke mate Huyswaert Zorg haar verplichtingen uit de overeenkomsten is nagekomen. Dat komt voor rekening van de gemeente.
4.3.4.
Voor zover de gemeente nog aanvullend heeft gesteld dat mogelijk sprake is van zorgfraude, kan zij daarin niet worden gevolgd. De enkele verwijzing naar het Bibob-onderzoek en de in de visie van de gemeente opmerkelijke verhouding tussen omzet per medewerker, winst en dividenduitkeringen aan [gedaagde sub 2] in vergelijking tot andere zorgondernemingen, zijn onvoldoende concreet om vast te stellen dat Huyswaert Zorg is tekortgeschoten in de nakoming van verplichtingen uit de overeenkomst en, als al van een tekortkoming sprake zou zijn, van welke verplichting. Datzelfde geldt ook voor zover de gemeente heeft verwezen naar het strafrechtelijk verleden van [gedaagde sub 2] , individuele klachten van bewoners en algemene verwijzingen naar, bijvoorbeeld, het rapport van het Regionaal Informatie en Expertisecentrum (RIEC). De klachten zijn daartoe onvoldoende onderbouwd en weinig concreet en bovendien is de gegrondheid daarvan voor de rechtbank niet kenbaar. De beperkte stellingen van de gemeente dragen hoofdzakelijk het karakter van verdachtmakingen. Voor zover de gemeente al opmerkelijke zaken benoemt, zijn deze onvoldoende van gewicht om daaruit een tekortkoming, dan wel (subsidiair) onrechtmatig handelen van Huyswaert Zorg af te kunnen leiden.
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling?
4.3.5.
De rechtbank volgt de gemeente niet in haar (meer) subsidiaire standpunten dat Huyswaert Zorg ongerechtvaardigd is verrijkt met het onder 3.1C gevorderde bedrag dan wel dat de gemeente dit bedrag onverschuldigd aan Huyswaert Zorg heeft betaald. Daargelaten dat deze grondslagen zeer beperkt zijn toegelicht, borduren deze allen voort op de onjuiste veronderstelling dat de hiervoor besproken verwijten aan Huyswaert Zorg doel treffen. De rechtbank verwijst daarom naar wat zij hiervoor heeft overwogen.
4.4.
PGB’s
onrechtmatig handelen
4.4.1.
Dan de PGB’s. De gemeente heeft ter zitting verklaard het gevorderde primair te baseren op onrechtmatig handelen van Huyswaert Zorg en zij heeft daaraan dezelfde hiervoor besproken verwijten ten grondslag gelegd. Ook hier tast de rechtbank in het duister welke verplichtingen Huyswaert Zorg volgens de gemeente op zich heeft genomen in de met zorgcliënten gecontracteerde zorg en welke zij daarbij niet is nagekomen. De stellingen van de gemeente zijn vaag en weinig concreet. De gemeente heeft geen stukken in het geding gebracht, zoals overeenkomsten met individuele zorgcliënten, aan de hand waarvan de rechtbank in staat wordt gesteld de gemaakte verwijten concreet te beoordelen.
4.4.2.
Dit geldt ook voor het verwijt dat Huyswaert Zorg in gevallen van Beschermd Wonen met een PGB niet heeft voldaan aan de eis van dagelijks 16 uur ondersteuning en toezicht. De gemeente heeft dat weliswaar (ongemotiveerd) gesteld, maar Huyswaert Zorg heeft dat bestreden. Opmerking verdient daarbij dat de gemeente zelf stelt dat partijen in de jaren 2021 – 2023 uitvoerig hebben gecorrespondeerd over de kwalitatieve en kwantitatieve aspecten van de door Huyswaert Zorg te leveren zorg, zo ook over de kwestie van 16 uur ondersteuning en toezicht. Naar aanleiding van het in haar opdracht uitgebrachte rapport van Bureau HHM van februari 2021 heeft de gemeente daarover met Huyswaert Zorg gesproken. Volgens eigen zeggen van de gemeente zijn in de daaropvolgende periode van april 2021 – juni 2022 ten minste twaalf signalen binnengekomen. Dit alles heeft de gemeente er niet van weerhouden de samenwerking met Huyswaert Zorg voort te zetten door per augustus 2022 een overeenkomst te sluiten voor jeugdzorg met verblijf voor de periode 2023 – 2030. Ook als vast zou komen te staan dat Huyswaert Zorg niet heeft voldaan aan haar verplichtingen, valt tegen deze achtergrond niet goed in te zien dat het handelen van Huyswaert Zorg onrechtmatig is. Weliswaar is opmerkelijk dat Huyswaert Zorg ondanks herhaalde verzoeken van de gemeente zeer beperkt openheid van zaken heeft gegeven over bijvoorbeeld het aantal geleverde begeleidingsuren en werkroosters van daarbij betrokken medewerkers, maar dat doet niet af aan de stelplicht van de gemeente. Het is immers in de eerste plaats aan de gemeente om de grondslag van haar vordering aan de rechtbank te presenteren. Voor het overige overweegt de rechtbank gelijk aan hetgeen hiervoor onder 4.3.2 tot en met 4.3.4 is overwogen.
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling?
4.4.3.
De rechtbank volgt de gemeente evenmin in haar (meer) subsidiaire standpunten dat Huyswaert Zorg ongerechtvaardigd is verrijkt met het onder 3.1C gevorderde bedrag dan wel dat de gemeente dit bedrag onverschuldigd aan Huyswaert Zorg heeft betaald. De rechtbank verwijst naar hetgeen hiervoor onder 4.3.5 is overwogen.
4.5.
Resumé
4.5.1.
Dit alles leidt tot de slotsom dat de gemeente haar vorderingen van onvoldoende feitelijke grondslag heeft voorzien. Daarom liggen deze geheel voor afwijzing gereed.
4.5.2.
De gemeente is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Huyswaert Zorg c.s. worden begroot op:
- griffierecht
6.617,00
- salaris advocaat
8.714,00
(2 punten × € 4.357,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
15.509,00
4.5.3.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst het gevorderde af;
5.2.
veroordeelt de gemeente in de proceskosten van € 15.509,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als de gemeente niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
veroordeelt de gemeente tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf, mr. N. Boots en mr. N.E.J. Franken en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.