Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De verdere procedure
2.De verdere beoordeling
€ 73,48 zal worden toegewezen.
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak heeft de kantonrechter op 24 december 2025 een verstekvonnis gewezen in een civiele procedure tussen de Stichting Sint Franciscus Vlietland Groep en een gedaagde partij die niet is verschenen. De eisende partij had in een tussenvonnis van 3 september 2025 de gelegenheid gekregen om zich uit te laten over de oneerlijkheid van een beding in de algemene voorwaarden met betrekking tot incassokosten. De kantonrechter heeft geoordeeld dat het beding, dat de mogelijkheid biedt om incassokosten in rekening te brengen na een aanmaning, in strijd is met de wettelijke bepalingen van artikel 6:96 BW. Dit maakt het beding onredelijk bezwarend en daarmee oneerlijk. De kantonrechter heeft het beding vernietigd en de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afgewezen. De gevorderde hoofdsom en rente zijn echter toegewezen, omdat deze vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond zijn. De gedaagde partij is veroordeeld tot betaling van € 73,48, vermeerderd met wettelijke rente, en is ook in de proceskosten veroordeeld, met uitzondering van de kosten voor de akte die voor rekening van de eisende partij blijven. Het vonnis is openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.