Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De verdere procedure
2.De verdere beoordeling
€ 73,48 zal worden toegewezen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
In deze incassoprocedure heeft de kantonrechter ambtshalve het incassokostenbeding in de algemene voorwaarden van de eisende partij getoetst. De eisende partij stelde dat het beding geen incassokostenbeding betrof, maar een reguliere aanmaning. Dit verweer werd verworpen omdat het beding toch afweek van de wettelijke regeling in artikel 6:96 BW Pro, waardoor het onredelijk bezwarend en daarmee oneerlijk was.
De kantonrechter oordeelde dat het niet relevant is of de eisende partij het beding in de praktijk toepast, maar dat de beoordeling plaatsvindt op het moment van het aangaan van de overeenkomst en op de mogelijke toepassing van het beding. Daarom werden de artikelen 3.10 en 3.11 van de algemene voorwaarden vernietigd voor zover zij buitengerechtelijke incassokosten betroffen.
Het rentebeding in artikel 3.11 werd wel getoetst en niet oneerlijk bevonden. De gevorderde hoofdsom en rente werden toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond waren. De reeds door de gedaagde betaalde €70,00 werd in mindering gebracht op de rente en hoofdsom, zodat een bedrag van €73,48 werd toegewezen.
De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 22 januari 2025, en tot betaling van proceskosten. De kosten van de akte bleven voor rekening van de eisende partij omdat het op haar initiatief was opgesteld. De veroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Incassokostenbeding vernietigd, hoofdsom en rente toegewezen, incassokosten afgewezen, gedaagde veroordeeld tot betaling van €73,48 plus rente en proceskosten.