ECLI:NL:RBNHO:2025:15597

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
31 december 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
11815097 \ CV EXPL 25-4901
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nakomingsovereenkomst en betaling facturen tussen Bouwmaat en Maf

Bouwmaat, een groothandel in bouwmaterialen, vordert nakoming van een overeenkomst met Maf, een horecaonderneming, door betaling van twee facturen ter waarde van €20.791,58. Maf heeft een deel betaald maar stelt opschorting en verrekening in vanwege vermeende onvolledige levering en een bonusregeling.

De rechtbank constateert dat Maf onvoldoende concreet heeft gesteld welk deel van de bestelling niet geleverd zou zijn, welke afspraken er waren over het ophalen van verpakkingsmaterialen, en wat de inhoud van de bonusregeling was. Hierdoor kan geen tegenvordering worden aangenomen die opschorting of verrekening rechtvaardigt.

De rechtbank wijst de vordering van Bouwmaat toe, inclusief wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten. Maf wordt veroordeeld tot betaling van het resterende bedrag en de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. S. Kleij en in het openbaar uitgesproken op 31 december 2025.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt Maf tot betaling van het resterende factuurbedrag met rente en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11815097 \ CV EXPL 25-4901
Vonnis van 31 december 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap
Bouwmaat Nederland B.V.
te Bunschoten-Spakenburg
eisende partij
hierna te noemen: Bouwmaat
gemachtigde: BVCM Collections B.V.
tegen
de besloten vennootschap
Maf Haarlem B.V.
gevestigd te Heemstede, kantoorhoudende te Overveen
gedaagde partij
hierna te noemen: Maf
procederend bij monde van [gemachtigde]
De zaak in het kort
Bouwmaat heeft nakoming van een overeenkomst van Maf gevorderd door betaling van twee facturen. Maf doet een beroep op opschorting van betaling en verrekening. Het verweer van Maf slaagt niet omdat zij onvoldoende concreet heeft gesteld en niet heeft onderbouwd welk gedeelte van de bestelling niet zou zijn geleverd, wat de afspraken waren omtrent het ophalen van de verpakkingsmaterialen en wat de gestelde bonusregeling inhield. Daarom wordt de vordering van Bouwmaat toegewezen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- het tussenvonnis van 3 september 2025 waarin mondelinge behandeling is bepaald.
1.2.
Op de mondelinge behandeling van 11 november 2025 is, hoewel naar behoren aangeschreven, geen van beide partijen verschenen. Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Bouwmaat is een groothandel in bouwmaterialen en aanverwante artikelen.
2.2.
Maf exploiteert een horecaonderneming.
2.3.
Partijen zijn overeengekomen dat Maf goederen dan wel diensten van Bouwmaat zou afnemen. Maf heeft goederen dan wel diensten afgenomen van Bouwmaat.
2.4.
Bouwmaat heeft daarvoor op 29 september en 13 oktober 2024 facturen aan Maf gestuurd, ter hoogte van (in totaal) € 20.791,58.
2.5.
Maf heeft op 3 oktober 2024 een bedrag van € 18.261,00 aan Bouwmaat voldaan, maar voor het overige niet betaald.

3.Het geschil

3.1.
Bouwmaat vordert - samengevat - veroordeling van Maf tot betaling van € 20.791,58, vermeerderd met rente en kosten en te verminderen met de deelbetaling van
€ 18.261,00.
3.2.
Bouwmaat legt aan de vordering ten grondslag dat Maf de facturen niet volledig betaald heeft. Zij vordert nakoming van de overeenkomst door betaling van het resterende gedeelte van de facturen.
3.3.
Maf voert verweer. Maf concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Bouwmaat. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Als onbetwist staat vast dat Maf goederen dan wel diensten van Bouwmaat heeft afgenomen en dat Maf hiervoor in beginsel een bedrag van € 20.791,58 aan Bouwmaat verschuldigd was, waarvan Maf een gedeelte van € 18.261,00 heeft voldaan.
4.2.
De kantonrechter begrijpt dat Maf een beroep doet op opschorting van betaling van het resterende gedeelte van de hoofdsom. Zij voert aan dat de levering onvolledig was omdat er een openstaande deur ontbreekt en dat Bouwmaat de verpakkingsmaterialen en afval van de levering niet heeft opgehaald. Daarnaast doet zij een beroep op verrekening van de openstaande vordering met een bonus die zij nog zou ontvangen van Bouwmaat uit hoofde van een regeling uit 2024.
4.3.
Het verweer van Maf slaagt niet. Zij heeft onvoldoende concreet gesteld en in het geheel niet onderbouwd welk gedeelte van de bestelling niet zou zijn geleverd door Bouwmaat en evenmin of er afspraken zijn gemaakt over het ophalen van de verpakkingsmaterialen dan wel wat deze inhielden. Bij deze stand van zaken kan niet worden geoordeeld dat Maf een (opeisbare) tegenvordering heeft op Bouwmaat, op grond waarvan zij de betaling aan Bouwmaat mocht opschorten.
4.4.
Hetzelfde geldt voor het beroep op verrekening met eventuele betalingen op grond van een bonusregeling. Maf heeft niet, althans onvoldoende concreet gesteld en niet onderbouwd wat deze bonusregeling inhield, om welk(e) bedrag(en) het ging en welke voorwaarden daaraan verbonden waren. Dit betekent dat dit verweer evenmin slaagt. Daarmee is de hoofdsom toewijsbaar. De gevorderde wettelijke handelsrente over de hoofdsom zal als onbetwist worden toegewezen.
4.5.
Bouwmaat vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Bouwmaat heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Bouwmaat heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 378,06 worden toegewezen.
4.6.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- hoofdsom
- rente tot de dag van dagvaarding
- buitengerechtelijke incassokosten

20.791,58
215,40
378,06
+
totaal
21.385,04
- betalingen
18.261,00
-/-
Totaal
3.124,04
4.7.
Maf is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Bouwmaat worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
238,00
(1 punt × € 238,00)
- nakosten
119,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
993,35

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Maf om aan Bouwmaat te betalen een bedrag van € 3.124,04, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over
€ 2.530,58, met ingang van 22 juli 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt Maf in de proceskosten van € 993,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Maf niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij en in het openbaar uitgesproken op 31 december 2025.