Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die voorwerp(en) onmiddellijk afkomstig was/waren uit enig eigen misdrijf.
2.Voorvragen
3.Inleiding
4.Beoordeling van het bewijs
5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
in een authentieke akte een valse opgave doen opnemen aangaande een feit van welks waarheid de akte moet doen blijken, met het oogmerk om die akte te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware zijn opgave in overeenstemming met de waarheid.
valsheid in geschrift.
De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat het dossier hiervoor geen aanknopingspunten bevat. Dit maakt dat de rechtbank de gedragingen van de verdachte niet kan kwalificeren als witwassen als bedoeld in artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
6.Strafbaarheid van de verdachte
7.Motivering van de sanctie
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
vier maanden, met bevel dat deze straf
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
60 uren taakstrafdie bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 30 dagen hechtenis.