ECLI:NL:RBNHO:2025:15634

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
11996141 BM VERZ 25-2583
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator voor verwerping nalatenschap minderjarige

De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 18 december 2025 besloten een bijzondere curator te benoemen voor een minderjarige wiens moeder is overleden. De moeder liet vermoedelijk een negatieve nalatenschap achter, en de vader, die het ouderlijk gezag uitoefent, is niet in staat of bereid de nalatenschap te verwerpen.

De minderjarige is sinds 2015 onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst, met verlengingen tot 2026. De vader is onbereikbaar en voert zijn gezagsverplichtingen niet uit, waardoor het risico bestaat dat de minderjarige de nalatenschap automatisch beneficiair aanvaardt en mogelijk met schulden wordt belast.

De kantonrechter acht een belangenconflict tussen de minderjarige en de vader aanwezig en benoemt daarom een bijzondere curator. Deze krijgt de opdracht om de nalatenschap namens de minderjarige te verwerpen, met ruimte voor een zelfstandige belangenafweging. De benoeming geldt tot de meerderjarigheid van de minderjarige in september 2027, met mogelijkheid tot eerder ontslag of verlenging.

Uitkomst: De kantonrechter benoemt een bijzondere curator om namens de minderjarige de nalatenschap van de moeder te verwerpen.

Uitspraak

beschikking
Handel, Kanton en Bewind
locatie Haarlem
Zaaknummer: 11996141 BM VERZ 25-2583 sc
Uitspraakdatum: 18 december 2025

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
correspondentieadres: postbus 12685, 1100 AR Amsterdam,
hierna ook te noemen: verzoeker,
betreffende de minderjarige:
[minderjarige],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
[adres],
hierna ook te noemen: [minderjarige],
als belanghebbende wordt aangemerkt:
[belanghebbende],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
[adres],
hierna ook te noemen: [belanghebbende].

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 2 december 2025.
De kantonrechter heeft afgezien van het houden van een mondelinge behandeling.

feiten

Voor zover de kantonrechter dat uit de beschikbare stukken kan afleiden, wordt het ouderlijk gezag over [minderjarige] alleen uitgeoefend door [belanghebbende], de vader van [minderjarige], nadat [moeder] [minderjarige], de moeder van [minderjarige], hierna: de moeder, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], is overleden te [overlijdensplaats] op [overlijdensdatum].
Bij beschikking van de kinderrechter van 8 juni 2015 is de beslissing van de kinderrechter van
5 juni 2015 om [minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden vastgelegd. Bij beschikking van de kinderrechter van 18 juni 2015 is [minderjarige] vervolgens definitief onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling daarna steeds is verlengd en heeft geduurd tot 18 juni 2020.
Bij beschikking van de kinderrechter van 8 augustus 2023 is [minderjarige] opnieuw onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling daarna steeds is verlengd en u nog duurt tot 8 augustus 2026.
Bij beschikking van de kinderrechter van 8 juni 2015 is de beslissing van de kinderrechter van
5 juni 2015 om een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen bij pleegouders voor de duur van vier weken vastgelegd. Bij beschikking van de kinderrechter van 18 juni 2015 is vervolgens een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 18 september 2015.
Bij beschikking van de kinderrechter 20 april 2017 is opnieuw een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen bij pleegouders, welk machtiging bij beschikking van de kinderrechter van 22 december 2017 is gewijzigd naar een spoedmachtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van vier weken. Bij beschikking van de kinderrechter van 5 januari 2018 is vervolgens een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, welke machtiging daarna steeds is verlengd en heeft geduurd tot 18 juni 2020.
Bij beschikking van de kinderrechter van 8 augustus 2023 is opnieuw een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, welke machtiging daarna is verlengd en nu nog duurt tot 8 augustus 2026

beoordeling

De verzoeker stelt dat sprake is van een conflict van belangen tussen [minderjarige] en [belanghebbende] en verzoekt de kantonrechter een bijzondere curator te benoemen op grond van artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) ten behoeve van [minderjarige].
Het is verzoeker bekend dat de moeder van [minderjarige] is overleden en dat de erfenis van de moeder (vermoedelijk) negatief is. Familieleden in de eerste lijn hebben de erfenis verworpen en dit moet, volgens verzoeker, voor [minderjarige] ook gebeuren. [belanghebbende] zou de aangewezen persoon zijn om de erfenis te verwerpen. Maar sinds aanvang van de ondertoezichtstelling en de periode daarvoor is [belanghebbende] weinig tot niet in beeld bij [minderjarige]. Er is geen vaste omgangsregeling en [belanghebbende] is onvoorspelbaar in de belcontacten met [minderjarige]. [minderjarige] heeft [belanghebbende] sinds de zitting met betrekking tot de verlenging van de machtiging uithuisplaatsing in november 2024 niet meer gezien. Bij de laatste zitting in juli 2025 was [belanghebbende] niet aanwezig. [belanghebbende] geeft geen enkele uitvoering aan zijn gezag. [belanghebbende] is structureel onbereikbaar voor verzoeker. [belanghebbende] reageert niet als verzoeker belt, mailt of appt en ook op brieven van verzoeker reageert [belanghebbende] niet. [belanghebbende] stond lange tijd niet ingeschreven in Nederland en het was onbekend waar hij verbleef. Na het overlijden van de moeder van [minderjarige] heeft de verzoeker vele malen en op meerdere manieren contact proberen te krijgen met [belanghebbende], maar zonder resultaat. Ook [minderjarige] heeft [belanghebbende] na het overlijden van de moeder nog niet gesproken. Dit heeft tot gevolg dat [belanghebbende] zijn verantwoordelijkheid om de erfenis van de moeder in het belang van [minderjarige] te (laten) verwerpen, niet zal nakomen. Het risico bestaat dat [minderjarige] de erfenis automatisch beneficiair zal aanvaarden en hij mogelijk na zijn 18e jaar wordt belast met de schulden van de moeder. Dit acht verzoeker niet in het belang van [minderjarige]. Verzoeker verzoekt de kantonrechter om deze redenen een bijzondere curator te benoemen die in het belang van [minderjarige] de erfenis kan verwerpen.
Verzoeker heeft het verzoek niet besproken met [minderjarige] omdat [minderjarige], gezien zijn ontwikkelingsniveau en problematiek, niet zal begrijpen wat een benoeming van een bijzondere curator inhoudt. Wel is bekend dat [minderjarige] niet zou willen dat hij met de schulden van zijn moeder wordt belast.
De kantonrechter is gezien het voorgaande van oordeel dat sprake is van mogelijke tegenstrijdige belangen tussen [minderjarige] aan de ene kant en [belanghebbende] aan de andere kant. In het kader van het toezicht op het vermogen van de minderjarige acht de kantonrechter, gezien de inhoud van het verzoekschrift, benoeming van een bijzondere curator in het belang van [minderjarige]. Gelet op de stukken is de kantonrechter van oordeel dat voldaan is aan de voorwaarden voor benoeming van een bijzondere curator volgens artikel 1:250 BW Pro, zodat zij tot benoeming hiervan zal overgaan.
De kantonrechter geeft de volgende opdracht aan de bijzondere curator: de kantonrechter verzoekt de bijzondere curator om de erfenis van de moeder van [minderjarige] te verwerpen met behoud van de mogelijkheid van de bijzondere curator voor een zelfstandige belangenafweging ten behoeve van [minderjarige] op grond van zijn bevindingen.
De kantonrechter zal de benoeming tot 30 september 2027 laten duren in verband met de meerderjarigheid van [minderjarige] op dat moment. Mocht de bijzondere curator eerder ontslagen wensen te worden, kan hij dit de rechtbank schriftelijk in overweging geven. Indien verlenging in zijn visie nodig is, kan hij daartoe zo nodig op termijn een verzoek indienen.
De kantonrechter heeft [curator] bereid gevonden om tot bijzondere curator te worden benoemd. Tegen de benoeming van [curator] bestaat geen bezwaar.

beslissing

De kantonrechter:
- benoemt tot bijzondere curator over de minderjarige [minderjarige],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], teneinde hem in en buiten rechte te vertegenwoordigen ter zake van het verwerpen van de nalatenschap van de moeder van [minderjarige]: [curator], correspondentieadres: [adres].
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Rijn, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak (dit dient te geschieden door een advocaat).