Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.GEMEENTELIJKE GEZONDHEIDSDIENST HOLLANDS NOORDEN, AFDELING VEILIG THUIS,
2.
GEMEENTE HOORN,
1.De procedure
2.De feiten
‘ouders aangeven dat zij er voor gaan zorgen dat de spanning niet oploopt in de thuissituatie en dat dit goed gaat’. Verder is vermeld dat ‘ouders een grote bereidwillendheid ten opzichte van elkaar hebben’.
een tweede zorgmeldingontvangen van de politie in verband met fysiek geweld gepleegd door [eiser] tegen moeder in het bijzijn van [dochter] .
‘nogmaals geen concrete aanwijzingen lijken te zijn voor kidnap’.
“Wij gaan ervan uit dat het Gebiedsteam de melding verder bespreekt met ouders. (…) Volgens protocol nemen wij over drie maanden contact op om te vragen naar het verloop van de hulpverlening na de overdracht van de melding betreffende dit gezin”.
“In overleg met collega (…) wat de stand van zaken is omtrent deze zaak. (…) geeft aan destijds de zaak met spoed binnen is gekomen bij VT, het is daarom opvallend dat er vanuit het wijkteam tot op heden het minimale in deze zaak is gedaan, uitgaande van het verhaal van vader.”
een derde zorgmeldingontvangen van de politie. De politie heeft gemeld dat moeder op het bureau was voor aangifte van mishandeling door [eiser] . Bij moeder was letsel zichtbaar in de vorm van blauwe plekken, bijtwonden en schaafwonden.
“Wat is de grootste zorg/angst van VT over wat er kan gebeuren als we niets doen?”in haar digitale dossier geantwoord:
“Dat ouders elkaar fysiek te lijf gaan en het kind hier ook tussen inzit.”.
een vierde zorgmeldingvan de politie ontvangen. Moeder had de politie gebeld in verband met verbaal geweld van [eiser] tegen haar in het bijzijn van [dochter] . Veilig Thuis heeft hierover in haar digitale dossier onder meer genoteerd dat haar grootste zorg was escalaties door spanningen en ruzies tussen ouders en dat er geen sprake was van direct gevaar.
19 augustus 2015 heeft Veilig Thuis hen een afsluitbrief gestuurd.
“Ik denk er serieus over na om [moeder] met [dochter] naar Iran te laten reizen eind februari”(…)
Afgelopen kerst hebben wij de verhouding tussen ons aangepakt. De afgelopen twee maanden gaat het veel beter. Ik ben nu ook eindelijk met sollicitaties bezig en met het plan rondom jeugdzorg. Ik geloof dat de neergaande spiraal nu opwaarts gaat.”
“Inmiddels heb ik jullie de laatste periode met enige regelmaat gesproken. Beiden hebben jullie je zorgen uitgesproken over de toekomst. Jullie proberen elkaar tegemoet te komen in belang van [dochter] wat ik erg knap van jullie beiden vind. Naast dat ik het knap vind, vind ik het ook noodzakelijk gezien de situatie waarin hebben gezeten en nog zitten.”[regiemedewerker] heeft daarbij gezegd het voor het proces van belang te vinden dat [eiser] ondersteuning heeft en dat moeder haar opnieuw heeft gevraagd om een therapeut/psycholoog te vinden. Verder vermeldt [regiemedewerker] dat er duidelijkheid moet komen over het al dan niet volgen van het traject bij Parlan.
“Eerder heb ik aangegeven een inbreng in het schakeloverleg te gaan doen gezien de zorgen die ik heb over de huidige situatie. Inmiddels heeft [eiser] een gesprek met mij gehad waarin hij aangaf nog een kans te willen met elkaar dit plan vorm te geven en daarna Ouderschap Blijft op te gaan starten. Ik wil dit een kans geven, temeer omdat jullie beiden gemotiveerd zijn dit plan te maken, uit te werken en openstaan voor Ouderschap Blijft waardoor ik de melding met de huidige stand van zaken er niet door zal krijgen.”
“Vader is emotioneel rustiger, heeft psychische ondersteuning en kan zijn woning naar alle waarschijnlijkheid behouden. Beide ouders staan open voor hulp. Beide ouders geven aan dat de onderlinge communicatie voldoende verloopt voor nu en dat er geen reden is voor overbrugging vanuit 1.Hoorn wat wel is aangeboden en er zijn vanuit beide ouders geen zorgen omtrent de veiligheid [dochter] . Vader geeft aan blij te zijn met de plek waar moeder en dochter nu verblijven.”
“Momenteel staan ouders op de wachtlijst voor Ouderschap Blijft. (…) Mdr geeft aan nog steeds open te staan voor hulp, en graag geholpen te willen worden met t vinden van een woning. Dit heb ik met haar gedaan. Moeder heeft ook aangegeven psychische ondersteuning te hebben gezocht. (…) Ik regelmatig gesprekken met vader, moeder en oma de veiligheid van het meisje geverifieerd. Telkens gaven alle partijen aan geen directe zorgen te hebben over de veiligheid van het meisje.”
“• er was geen speciale alertheid voor aanmeldingen die via Veilig Thuis bij 1.Hoorn binnenkwamen; de complexiteit van de zorgvraag in deze casus werd sterk onderschat;
“Het hof constateert dat uit het nader onderzoek niet naar voren komt dat uit hetgeen waarneembaar was voor de betrokken organisaties (en personen) kan worden afgeleid dat zij zich ervan bewust hadden kunnen en moeten zijn, dat er sprake was van een levensbedreigende situatie voor [dochter] of dat verandering in het gedrag van klagers ex-vrouw aanleiding had moeten geven [eiser] te handelen dan zij hebben gedaan. Op grond van de inhoud van de meldingen die zijn gedaan is naar het oordeel van het hof niet vast te stellen dat de instanties reeds vóór het noodlottige feit hadden moeten vermoeden of weten dat de ex-vrouw van klager zichzelf en [dochter] iets aan zou doen of dat [dochter] concreet gevaar liep.
3.Het geschil
IV. Veilig Thuis en 1.Hoorn veroordeelt in de (na)kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.De beoordeling
“…laagdrempelige (opvoed en zorg) ondersteuning, faciliteert, werkt preventief, verbindt, signaleert, zet specialistische hulp in waar nodig, voert zorgcoördinatie uit, werkt volgens het principe 1 gezin/huishouden, 1 plan. 1 regisseur, houdt de vinger aan de pols, gaat erop af waar nodig, is netwerkpartner en verzorgt de toegang tot een groot deel van de (jeugd) hulp/zorg.”
“1. Het lukt niet om samen met het gezin een plan te maken en/of uit te voeren, terwijl de zorgen m.b.t. de ontwikkeling van het kind onverminderd groot zijn.