3.1.Schonenvaert vordert, samengevat, en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
1. de erfdienstbaarheid ten laste van Schonenvaert onvoorwaardelijk op te heffen op grond van artikel 5:79 van het Burgerlijk Wetboek (BW);
subsidiair:
2. de erfdienstbaarheid ten laste van Schonenvaert op te heffen onder in goede justitie te bepalen voorwaarden op grond van artikel 5:81 lid 1 BW;
primair en subsidiair:
3. Van der Valk voor zover vereist te veroordelen tot volledige medewerking aan de opheffing van de erfdienstbaarheid ten laste van Schonenvaert, waaronder de doorhaling van erfdienstbaarheid in de openbare registers, een en ander op verbeurte van een dwangsom van € 100.000,- per dag dat Van der Valk daarmee in gebreke blijft met een maximum van € 3.000.000,-;
4. te bepalen dat de inhoud van het vonnis ingevolge artikel 3:300 BW in de plaats treedt van de medewerking van Van der Valk aan de inschrijving van de opheffing van de erfdienstbaarheid ten laste van Schonenvaert in de openbare registers, indien Van der Valk na verbeurte van het maximumbedrag aan dwangsommen nog steeds in gebreke blijft met het verlenen van volledige medewerking aan de opheffing van de erfdienstbaarheid;
5. te verklaren voor recht dat het kettingbeding ten laste van Schonenvaert is vervallen;
meer subsidiair:
6. Van der Valk te veroordelen tot nakoming van de erfdienstbaarheid door over te gaan tot het verwijderen van de door Van der Valk geplaatste borden bij de ingang van de parkeerterreinen van Van der Valk en Schonenvaert;
7. Van der Valk te veroordelen tot betaling van de boete wegens overtreding van de erfdienstbaarheid vanaf de datum van deze dagvaarding tot de datum waarop Van der Valk de borden bij de ingang van de parkeerterreinen van Schonenvaert en Van der Valk heeft verwijderd;
8. te verklaren voor recht dat de ontwikkeling van het project géén inbreuk maakt op de erfdienstbaarheid ten laste van Schonenvaert;
in alle gevallen:
9. te verklaren voor recht dat Van der Valk de erfdienstbaarheid heeft overtreden en nog steeds overtreedt;
10. Van der Valk te veroordelen tot betaling van de boete wegens overtreding van de erfdienstbaarheid vanaf het moment dat Van der Valk de borden bij de ingang van de parkeerterreinen van Schonenvaert en Van der Valk heeft geplaatst, althans vanaf 17 april 2024 tot de datum van deze dagvaarding, groot € 912.098,23;
11. Van der Valk te veroordelen tot betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.