Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.[gedaagde 1] B.V.,
2.
[gedaagde 2] B.V.,
3.
[gedaagde 3] B.V.,
[gedaagde 4],
5.5. [gedaagde 5],
1.De procedure in de gevoegde zaken
2.De feiten in de gevoegde zaken
OVER ONS
SLOTVERKLARING VERKOPER/KOPER
[e-mailadres]op het moment van verzending al was opgeheven. Op 26 september 2024 is namens [eiser 1] een vernietigingsbrief aan het adres van TVP aangetekend verstuurd en op 8 oktober 2024 namens [eiser 3]. Bewijs van overhandiging van die brieven is echter niet overgelegd.
3.Het geschil
- te verklaren voor recht dat de koopovereenkomst van grond tussen [eiser 1] en TVP is vernietigd, dan wel deze te vernietigen; dan wel te bevestigen dat deze buitengerechtelijk is ontbonden dan wel deze te ontbinden;
- gedaagden te veroordelen mee te werken aan de teruglevering van de gekochte grond,
- gedaagden te veroordelen aan [eiser 1] terug te betalen het aankoopbedrag van € 30.000, te vermeerderen met wettelijke rente, te rekenen per 24 september 2024 tot en met de dag der algehele voldoening, en buitengerechtelijke incassokosten ad € 1.000,-;
- gedaagden te veroordelen in de kosten van het geding, te vermeerderen met nakosten en nasalaris.
- te verklaren voor recht dat de overeenkomst tussen [eiser 2] en TVP buitengerechtelijk is vernietigd, dan wel deze te vernietigen dan wel dat deze is ontbonden dan wel deze te ontbinden, alles met ongedaanmaking van de gevolgen door mee te werken aan teruglevering van het aangekochte en restitutie van de aankoopprijs van € 150.000,- , te vermeerderen met de wettelijke rente en € 1.000,- buitengerechtelijke incassokosten vanaf 16 augustus 2024;
- gedaagden te veroordelen in de kosten van het geding, te vermeerderen met nakosten en nasalaris.
- te verklaren voor recht dat de overeenkomst tussen [eiser 3] en TVP buitengerechtelijk is vernietigd dan wel deze te vernietigen dan wel te bevestigen dat deze is ontbonden dan wel deze te ontbinden;
- gedaagden te veroordelen om mee te werken aan teruglevering en terugbetaling van de koopprijs van € 30.000,-;
- gedaagden te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten ter hoogte van € 1.000,-;
- gedaagden te veroordelen in de kosten van het geding, te vermeerderen met nakosten en nasalaris.
- te verklaren voor recht dat de overeenkomst tussen [eiser 4] B.V. en TVP buitengerechtelijk is vernietigd dan wel deze te vernietigen dan wel te bevestigen dat deze is ontbonden dan wel deze te ontbinden;
- gedaagden te veroordelen tot ongedaanmaking van de prestaties, dus medewerking te geven aan teruglevering van de grond en terugbetaling van € 45.000,-;
- gedaagden te veroordelen tot betaling van € 1.000,- aan buitengerechtelijke kosten;
- gedaagden te veroordelen in de kosten van het geding, te vermeerderen met nakosten en nasalaris.
kansop bestemmingswijziging en daarmee rendement, maar dit is nooit door TVP gegarandeerd. Die kans is er nu nog steeds en is gebaseerd op zorgvuldige selectie van de locaties door TVP. Eisers hebben TVP zelf benaderd vanwege hun wens in grond te investeren. Tijdens het verkoopproces zijn eisers daarbij uitdrukkelijk gewezen op de risico’s van grondspeculatie, waaronder de mogelijkheid dat een bestemmingswijziging nooit zal plaatsvinden en dat hun investering dan mogelijk minder waard zou worden. Dat staat uitdrukkelijk zo opgenomen in de koopovereenkomst en daarnaast heeft de notaris bij de levering eisers hier nog extra op gewezen. Dat eisers deze waarschuwingen in de wind hebben geslagen komt voor hun eigen risico en er is dan ook sprake van eigen schuld. Tot slot zijn gedaagden als (indirect) bestuurders niet aansprakelijk voor de door eisers geleden schade, omdat aan hen geen persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. Gedaagden hebben het verkoopproces van TVP zorgvuldig ingericht om zo aan hun zorgplicht tegenover eisers te voldoen. Daarnaast is er geen sprake geweest van verhaalsfrustratie bij de turboliquidatie van TVP.
4.De beoordeling
absolutezekerheid biedt en er geen juridische aanspraken aan ontleend kunnen worden, maar dat is nog geen waarschuwing dat bestemmingswijziging ook zou kunnen uitblijven en dat er dan verlies geleden wordt op de investering. Ook de algemene uitsluiting van aansprakelijkheid die achterin de brochure is opgenomen, is dat niet. Op de laatste pagina van de brochure werd via een QR-code verwezen naar de website van TVP. Het is onbestreden, althans onvoldoende, dat op de website soortgelijke reclame-uitingen vermeld stonden, maar dat er daarop ook geen enkele waarschuwing gegeven werd over de risico’s van de belegging. Het ontbreken van dergelijke waarschuwingen in de brochure en op de website acht de rechtbank een misleidende omissie.
buitenhet zoekgebied bevinden zoals dat door TVP in de brochure op basis van het rapport van EIB is aangemerkt als gebied waar potentiële woningbouw zou kunnen plaatsvinden. Dit terwijl in de brochure staat vermeld dat de kavels
binnendat kansrijke gebied zouden bevinden. [eiser 1] en [eiser 3] hebben ter zitting geantwoord niet te weten of voor hun kavels hetzelfde geldt, maar feit is dat de door eisers gekochte kavels zich allemaal in hetzelfde gebied bevinden.
de landbouwgrond die we bij TVP selecteren(…). Ook in die zin is de brochure dus misleidend.
Het ismogelijkdat de grond zelfs tussentijds in waardekandalen) en verder is dat niet relevant, omdat gedaagden zich daarachter niet kunnen verschuilen, als dat al waar zou zijn.
U koopt grond voor een prijs die waarschijnlijk aanmerkelijk hoger ligt dan de agrarische waarde.” Dit geldt hoogstens als een halve waarschuwing, omdat TVP eisers had moeten informeren dat de koopprijs niet waarschijnlijk, maar zonder enige twijfel exponentieel hoger was dan de gemiddelde agrarische grondprijs van ca. € 8,00 per m2. Hetzelfde geldt voor de passages: “
Echter, in geval de bestemming van de grond niet wordt gewijzigd, dan heeft u mogelijk te veel voor de landbouwgrond betaald.” en onder 3: “
Het is mogelijk dat de grond zelfs tussentijds in waarde kan dalen.” Het is namelijk een gegeven dat als bestemmingswijziging uitblijft, de grond dan hoogstens de agrarische waarde zal hebben. Daarmee is het niet slechts “mogelijk”, maar staat het vast dat in dat geval de waarde van de investering een fractie is van de inleg. Daarover had TVP eisers veel duidelijker moeten waarschuwen. Overigens houdt de passage onder 3 in dat de waarde van de grond tussentijds
kandalen. Dat suggereert dat de door eisers betaalde koopprijs in beginsel de waarde van de grond vertegenwoordigt, hetgeen feitelijk onjuist is, omdat zij een veelvoud van de waarde van de grond betalen.
Mocht er door bovenstaande punten twijfel ontstaan bij het doen van de aankoop dan verzoeken wij u deze NIET te tekenen.”
binnenhet door TVP in de brochure aangewezen gebied met woningbouwpotentie ligt. Dit is door [eiser 4] B.V. weliswaar niet specifiek gesteld, maar indien de bewuste kavel niet in het grijs-gekleurde gebied valt, heeft TVP niet geleverd hetgeen zij heeft verkocht en heeft [eiser 4] B.V. daarover gedwaald – een stelling die zij wel nadrukkelijk inneemt is dat zij iets heeft gekocht wat niet de eigenschappen bezit die aangeprezen zijn. Vast staat dat alle in deze gevoegde zaken verkochte kavels deel uitmaakten van hetzelfde perceel (zie 4.13-4.15). De rechtbank is van oordeel dat de onderzoeksplicht van [eiser 4] B.V. niet zo ver strekte dat zij voorafgaand aan de koop had moeten onderzoeken of de kavel wel echt in het aangewezen gebied lag. Dit betreft namelijk een eigenschap van de kavel die essentieel was voor de koper waarover TVP zonder meer juist had moeten informeren. Als blijkt dat de door [eiser 4] B.V. gekochte kavel inderdaad buiten het gebied met de gestelde woningbouwpotentie ligt, dan heeft de kavel in dat opzicht geen enkele bijzondere eigenschap en zijn de uitlatingen van TVP over een
kansop bestemmingswijziging sowieso onjuist. De rechtbank zal in dat geval oordelen dat [eiser 4] B.V. heeft gedwaald.
5.De beslissing
buitenhet door TVP in de brochure aangewezen (grijs-gekleurde) gebied met woningbouwpotentie ligt,
woensdag 28 januari 2026voor uitlating door [eiser 4] B.V. of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
bewijsstukkenwillen overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moeten brengen,
getuigenwillen laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden
februaritot en met
mei 2026dan direct moeten opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
alle partijenuiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,