In deze zaak heeft de rechtbank Noord-Holland op 23 december 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die zich tweemaal schuldig heeft gemaakt aan winkeldiefstal. De verdachte, geboren in 1981 en nu gedetineerd, heeft onder invloed van alcohol goederen van Kruidvat weggenomen. De tenlastelegging omvat diefstal van parfums en haarverf in de periode van 1 augustus 2025 tot en met 3 september 2025. Tijdens de zitting op 9 december 2025 heeft de officier van justitie, mr. M.A. Hobbelink, gevorderd tot bewezenverklaring van de feiten, terwijl de verdediging, vertegenwoordigd door mr. J.S. Dallinga, een partiële vrijspraak heeft bepleit voor het feit op 1 augustus 2025, omdat de camerabeelden geen objectieve herkenning van de verdachte zouden bevatten.
De rechtbank heeft echter geoordeeld dat er voldoende bewijs is voor de diefstal op beide data. De verdachte is eerder veroordeeld voor vergelijkbare feiten en heeft een lange strafblad. De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van de feiten en de omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn alcoholgebruik en de impact van zijn daden op de maatschappij. De rechtbank heeft besloten om de verdachte een ISD-maatregel van twee jaar op te leggen, omdat eerdere interventies niet hebben geleid tot gedragsverandering. De rechtbank heeft vastgesteld dat aan de voorwaarden voor de ISD-maatregel is voldaan en dat deze maatregel noodzakelijk is om de kans op recidive te verkleinen en de verdachte te helpen stabiliseren in zijn leven.