ECLI:NL:RBNHO:2025:15751
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen beslissing OM geen voorwaardelijke invrijheidstelling te verlenen ongegrond verklaard
De veroordeelde is door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf en een maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking. Hij kon vanaf 12 april 2025 in aanmerking komen voor voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.). Het Openbaar Ministerie stelde het verlenen van v.i. meerdere malen uit en besloot uiteindelijk op 7 oktober 2025 geen v.i. te verlenen. De veroordeelde maakte hiertegen bezwaar, stellende dat hij onterecht werd beschuldigd van geweld tegen een medegedetineerde en dat hij gemotiveerd is om mee te werken aan zijn resocialisatie.
De rechtbank nam kennis van rapporten van de Dienst Justitiële Inrichtingen en de reclassering, waaruit bleek dat de veroordeelde ondanks positieve aspecten zoals inzet bij arbeid en motivatie, ook negatief gedrag vertoonde, waaronder agressie en het weigeren van medewerking aan diagnostisch onderzoek. Het recidiverisico werd als hoog ingeschat. De rechtbank oordeelde dat het Openbaar Ministerie bij de belangenafweging in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen.
De raadsman voerde aan dat de veroordeelde nu wel wil meewerken aan diagnostiek, maar dit leidde niet tot een ander oordeel. Het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard. De beslissing werd genomen door een meervoudige raadkamer van de rechtbank Noord-Holland op 9 december 2025.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de beslissing van het Openbaar Ministerie om geen voorwaardelijke invrijheidstelling te verlenen is ongegrond verklaard.