Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met productie(s) van 14 november 2025 van [gedaagde] ,
- de mondelinge behandeling van 27 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
3.Het geschil
- een verklaring voor recht dat [gedaagde] bij het sluiten van de overeenkomst niet heeft voldaan aan de op hem rustende (pre)contractuele informatieplichten en de hoofdsom daarom wordt verminderd met 50%,
- een verklaring voor recht dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst,
- dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot nakoming van de restauratiewerkzaamheden uit de pro-formafactuur van 17 april 2025, op straffe van verbeurte van een dwangsom,
- dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 982,97 aan buitengerechtelijke incassokosten en tot betaling van de proces- en nakosten.
4.De beoordeling
€ 8.747,42 heeft geoffreerd nadat [gedaagde] de auto een paar dagen in zijn garage voor inspectie op de brug heeft gehad, zodat hij een duidelijk beeld heeft kunnen krijgen van de staat van de auto. Dat [gedaagde] [eiser] vervolgens bij het offreren van de prijs onvoldoende heeft geïnformeerd over de mogelijkheid van meerkosten en de berekening daarvan komt voor zijn rekening en risico.