ECLI:NL:RBNHO:2025:15828

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
15/033914-23
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak in mensenhandelzaak na gebrek aan bewijs van dwang en uitbuiting

In deze strafzaak, behandeld door de Rechtbank Noord-Holland, is de verdachte vrijgesproken van mensenhandel. De zaak vond plaats op 23 december 2025, na een openbare terechtzitting op 9 december 2025. De verdachte werd beschuldigd van het werven, vervoeren en uitbuiten van een vermeend slachtoffer, maar zowel het Openbaar Ministerie als de verdediging waren van mening dat niet kon worden bewezen dat het slachtoffer door dwang of geweld was gedwongen tot prostitutie. De rechtbank heeft vastgesteld dat er onvoldoende bewijs was om de beschuldigingen te ondersteunen. De officier van justitie heeft vrijspraak bepleit, en de raadsman van de verdachte heeft eveneens integrale vrijspraak gevraagd, stellende dat er geen bewijs was voor het oogmerk van uitbuiting. De rechtbank heeft deze standpunten overgenomen en geconcludeerd dat de verdachte niet wettig en overtuigend kon worden bewezen wat hem ten laste was gelegd. De rechtbank heeft daarom besloten om de verdachte vrij te spreken van alle beschuldigingen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlem
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/033914-23 (P)
Uitspraakdatum: 23 december 2025
Tegenspraak ex. art. 279 van het Wetboek van Strafvordering (Sv)
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 9 december 2025 in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats],
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,
mr. A.M. de Leeuw, en van wat de waarnemend raadsman van de verdachte, mr. F.R.G. Drenth, advocaat te Amsterdam, naar voren heeft gebracht.

1.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 december 2021 tot en met 3 februari 2023 te Hoofddorp en/of Amsterdam en/of (elders in) Nederland, een ander, genaamd [naam slachtoffer] (geboren op [datum]), (telkens) met één of meer van de onder lid 1, sub 1° van artikel 273f Wetboek van Strafrecht genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of een andere feitelijkheid en/of dreiging met geweld of een andere feitelijkheid en/of door misleiding, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie,
1) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting (artikel 273f lid 1 sub 1), en/of
2) heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel enige handeling heeft ondernomen waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [naam slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) (artikel 273f lid 1 sub 4), en/of
3) heeft gedwongen of bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van seksuele handelingen van die [naam slachtoffer], met of voor een derde tegen betaling (artikel 273f lid 1 sub 9), en/of
4) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [naam slachtoffer] (te weten door het in ontvangst nemen dan wel wegnemen van (een deel van) de verdiensten en/of contante geldbedrag(en) van die [naam slachtoffer]), waarbij dat geweld of een andere feitelijkheid en/of die dreiging met geweld of een andere feitelijkheid heeft/hebben bestaan uit: het meermalen, althans eenmaal,
- zich op boze en/of agressieve en/of (anderszins) dreigende en/of overheersende en/of denigrerende toon/wijze uiten tegen die [naam slachtoffer] en/of
- onder controle houden en/of onder druk zetten van die [naam slachtoffer] waardoor het voor die [naam slachtoffer] werd bemoeilijkt zich aan die prostitutiewerkzaamheden te onttrekken en/of
- mishandelen van die [naam slachtoffer] en/of
- (in ernstige mate) beperken van de bewegings- en/of beslissingsvrijheid van die [naam slachtoffer] en/of
- brengen en/of houden van die [naam slachtoffer] in een positie waar zij niet (volledig) over haar eigen financiële middelen en/of bankpas(sen) en/of legitimatie kon beschikken, en/of
waarbij voornoemde (onder 2)) "enige handeling" heeft bestaan uit:
- het vervoeren van die [naam slachtoffer] naar Nederland en/of
- het geven/regelen van onderdak en/of een woon/verblijfsadres aan/voor die [naam slachtoffer] en/of
- het maken van een of meer (seksueel getinte) foto('s) voor (een) advertentie(s) op één of meer website(s) (waaronder de website [naam website]) waarin die [naam slachtoffer] werd aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden en/of
- het aanmaken en/of onderhouden (waaronder begrepen het "omhoog plaatsen") en/of het betalen van één of meer advertentie(s) op één of meer website(s) waarin die [naam slachtoffer] werd aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden en/of
- het onderhouden van contact(en) met en/of het maken van afspraken met (potentiële) (prostitutie)klant(en) voor die [naam slachtoffer], en/of het maken van afspraken met die (potentiële) klant(en) over de aard van de prostitutiewerkzaamheden en/of de/het daarvoor te betalen bedrag(en) en/of
- het bepalen wanneer die [naam slachtoffer] (prostitutie)klant(en) moest aannemen/ontvangen en/of het bepalen wanneer [naam slachtoffer] klaar moest staan/zijn voor prostitutiewerkzaamheden (waaronder in een of meerdere hotel(s) in Nederland en/of op andere locatie(s)) en/of
- het bepalen welke klant(en) die [naam slachtoffer] moest aannemen/ontvangen voor haar prostitutiewerkzaamheden en/of
- het geven van uitleg en/of instructie(s) aan die [naam slachtoffer] met betrekking tot de door haar te verrichten prostitutiewerkzaamheden en/of
- het vervoeren van die [naam slachtoffer] naar locatie(s) alwaar de prostitutiewerkzaamheden plaats zouden gaan vinden en/of
- het (al dan niet laten) boeken en/of ter beschikking stellen van hotelkamer(s) als werkplek voor die [naam slachtoffer] en/of het regelen van andere werklocatie(s) voor de prostitutiewerkzaamheden van die [naam slachtoffer] en/of
- het in/nabij (de omgeving van) de ruimte/werkplek/woning/hotel(s) blijven/zich ophouden alwaar die [naam slachtoffer] (op dat moment) haar werkzaamheden als prostituee uitoefende en/of
- het ter beschikking stellen van (een) condoom(s) en/of kleding/lingerie voor de prostitutiewerkzaamheden van die [naam slachtoffer].

2.Voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de zaak, de officier van justitie is ontvankelijk en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3.Beoordeling van het bewijs

3.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het ten laste gelegde feit. Op basis van het dossier kan niet worden bewezen dat het vermeende slachtoffer, [naam slachtoffer], door middel van één of meerdere van de in artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht genoemde dwangmiddelen door de verdachte ertoe is gebracht zich te prostitueren, noch dat de verdachte opzettelijk financieel voordeel heeft getrokken uit uitbuiting van [naam slachtoffer].
3.2
Standpunt van de verdediging
De raadsman van de verdachte heeft integrale vrijspraak bepleit. Uit het dossier blijkt niet van enig oogmerk van uitbuiting zoals vereist voor een bewezenverklaring van mensenhandel.
3.3
Oordeel van de rechtbank
Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen wat de verdachte ten laste is gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

4.Beslissing

De rechtbank:
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. M.S. Neervoort, voorzitter,
mr. M. Rigter en mr. C.M.A.V. van Kleef, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. Bleijendaal,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 december 2025.