Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
- de pleitnota van mr. van der Ploeg namens [eiser].
Rechtbank Noord-Holland
Partijen, ex-samenwoners, hebben gezamenlijk een woning gekocht en een affectieve relatie gehad die in juni 2024 eindigde. De vrouw wenst de woning toegedeeld te krijgen tegen een taxatiewaarde van €480.000,- en stelt dat de man hiertoe gehouden is op grond van een mondelinge overeenkomst en redelijkheid en billijkheid. De man weigert medewerking en betwist de waardeovereenkomst.
De rechtbank oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is dat partijen overeenstemming hadden over de taxatiewaarde als bepalend voor de toedeling. De taxatie is in opdracht van de vrouw verricht en de man heeft zich juridisch laten adviseren. Er is geen ondertekende beëindigingsovereenkomst die de waarde bindend maakt.
De rechtbank vindt dat het handelen van de man niet onaanvaardbaar is en dat hij niet gedwongen kan worden mee te werken aan toedeling tegen de taxatiewaarde. De vrouw heeft ook zelf vertraging veroorzaakt door late ondertekening van de hypotheekofferte. De vorderingen worden afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot toedeling van de woning aan de vrouw tegen de taxatiewaarde worden afgewezen wegens gebrek aan overeenstemming en geen strijd met redelijkheid en billijkheid.