Partijen zijn ex-partners die gezamenlijk eigenaar zijn van een woning. De vrouw woont niet meer in de woning en de man woont er alleen. De bank heeft de volledige hypotheekschuld bij de vrouw opgeëist, waarna loonbeslag is gelegd op haar inkomen. De vrouw vordert in kort geding dat de man wordt veroordeeld tot onmiddellijke en onvoorwaardelijke medewerking aan de verkoop van de woning.
De man betwist dat de bank de schuld bij de vrouw heeft opgeëist en stelt dat hij zijn betalingsverplichtingen nakomt. Hij wil de woning zelf overnemen en heeft contact gehad met een hypotheekspecialist. Uit de e-mail van deze specialist blijkt echter dat de man niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de woning kan overnemen, onder meer vanwege een persoonlijke lening en de noodzaak om fulltime te werken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw een spoedeisend belang heeft bij verkoop van de woning om executie te voorkomen. De man wordt veroordeeld om binnen drie weken een makelaar te kiezen en mee te werken aan alle noodzakelijke handelingen voor verkoop, waaronder bezichtigingen en het plaatsen van advertenties. Bij niet-naleving geldt een dwangsom en het vonnis kan in de plaats treden van de benodigde rechtshandelingen van de man. De proceskosten worden gecompenseerd.