Uitspraak
[erflaatster](hierna: erflaatster),
[gedaagde 1], in zijn hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van erflaatster
gedaagde partij
hierna te noemen: gedaagde sub 1,
gemachtigde: mr. A. Lof
2 2. [gedaagde 2] ,
hierna te noemen: gedaagde sub 2
1.De procedure
- het tussenvonnis van 27 november 2024;
- de conclusie van antwoord van 21 januari 2025;
- het tussenvonnis van 12 maart 2025;
- het vonnis van 4 juni 2025 waarin de zaak is doorverwezen naar de zittingslocatie Alkmaar;
2.De feiten
3.Het geschil
a.) het testament van erflaatster;
b.) alle bankafschriften waarop erflaatster volledig of gedeeltelijk gerechtigd was vanaf 1 januari 2015 tot de datum van haar overlijden;
c.) belastingaangiften en -aanslagen IB/PVV over 2014 tot en met 2016, alsmede de aangifte erfbelasting;
d.) een gespecificeerde boedelbeschrijving;
e.) een overzicht van gedane schenkingen vanaf 1 januari 2012;
f.) overige stukken die betrekking hebben op de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster, waaronder levensverzekeringen, afschriften van polissen en een gespecificeerde opgave van daaruit ontvangen uitkeringen;
een en ander op straffe van een dwangsom van € 50,00 per dag met een maximum van
€ 10.000,00 voor iedere dag dat de executeur in gebreke blijft te voldoen vanaf 30 dagen na betekening van het te wijzen vonnis. Eiser vordert ook dat de executeur in de proceskosten wordt veroordeeld. Eiser wil de mogelijkheid krijgen om het vonnis meteen uit te voeren, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.
4.De beoordeling
De mogelijkheid om aanspraak te maken op de legitieme portie vervalt, indien de legitimaris niet binnen een hem door een belanghebbende gestelde redelijke termijn, en uiterlijk vijf jaren na het overlijden van de erflater, heeft verklaard dat hij zijn legitieme portie wenst te ontvangen.”
De notaris zal dat expliciet moeten hebben gevraagd” en “
Dat is heel logisch”, zoals naar voren gebracht door de gemachtigde van eiser, acht de kantonrechter te weinig specifiek. Op de zitting heeft eiser hierover verder geen duidelijkheid kunnen verschaffen. Bovendien is deze stelling van eiser op de zitting niet te rijmen met het gestelde in de dagvaarding. De kantonrechter concludeert dan ook dat eiser zijn stelling dat hij tijdig een beroep op zijn legitieme heeft gedaan niet heeft onderbouwd. Dit heeft verder tot gevolg dat hij niet zal worden toegelaten tot bewijslevering van zijn standpunt. Aan het bewijsaanbod dat eiser op de zitting heeft gedaan, gaat de kantonrechter dan ook voorbij. Daarbij heeft eiser geen bewijsaanbod gedaan van zijn stelling in de dagvaarding. Gelet op het voorgaande houdt de kantonrechter het ervoor dat eiser niet binnen de vervaltermijn van vijf jaar na het overlijden van erflaatster een beroep heeft gedaan op zijn legitieme portie. Dat is dus te laat. Dit maakt ook dat eiser geen aanspraak heeft op de door hem verzochte gegevens. Zijn vordering daartoe wordt daarom afgewezen.
5.De beslissing
mr. S.C. Jacobs, juridisch adviseur/griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.