In deze civiele zaak vordert Puur Holding terugbetaling van een lening van €50.000 die volgens een notariële akte door gedaagde 1 en gedaagde 2 is erkend. De rechtbank heeft gedaagden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs, waarbij zij jaarrekeningen overlegden waaruit blijkt dat de lening niet daadwerkelijk is verstrekt aan hen persoonlijk.
Puur Holding stelde dat de leningovereenkomst ook zonder daadwerkelijke betaling geldig is en dat de notariële akte bewijskracht heeft. De rechtbank oordeelt echter dat het tegenbewijs slaagt omdat uit de jaarrekeningen blijkt dat de gelden door Puur Holding aan een andere entiteit zijn verstrekt, niet aan gedaagden zelf. Hierdoor is de vordering tot terugbetaling inclusief rente en boetes afgewezen.
Daarnaast moet gedaagde 2 wel een bedrag van €7.394,27 betalen voor andere leningen die hij is aangegaan voor de aanschaf van twee auto's, met wettelijke rente vanaf 31 juli 2023. Proceskosten zijn verdeeld waarbij Puur Holding veroordeeld is tot betaling aan gedaagde 1, en gedaagde 2 veroordeeld is tot betaling aan Puur Holding. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is gewezen door mr. M.A. Hoogkamer.