Eisers maakten bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen om niet handhavend op te treden tegen geluidsoverlast veroorzaakt door het aangebrachte split op de parkeerplaats van een hotel nabij hun woning.
Het college wees het verzoek af op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer, waarbij geluid van het komen en gaan van bezoekers bij horecagerelateerde inrichtingen is uitgezonderd van de geluidsgrenswaarden. Eisers voerden aan dat de besluitvorming onzorgvuldig was en dat het college de geluidsoverlast niet adequaat aanpakte, mede gezien eerdere illegale exploitatie en de verleende omgevingsvergunning voor een boutiquehotel.
De rechtbank oordeelde dat het Activiteitenbesluit een uitputtende regeling bevat voor dit type geluid en dat het college daarom niet bevoegd was om handhavend op te treden. De beroepsgronden van eisers werden afgewezen, waarbij ook werd opgemerkt dat bezwaren tegen de omgevingsvergunningen niet in deze procedure konden worden meegenomen.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het besluit van het college bleef in stand, en eisers kregen geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.