De zaak betreft een verzoek van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen bij hun vader. De kinderen zijn eerder met spoed uit huis geplaatst vanwege een onveilige situatie veroorzaakt door de aanwezigheid van de ex-partner van de moeder in haar woning, die niet vertrekt en voor spanningen zorgt.
Tijdens de zitting is gebleken dat de kinderen nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd door de onveilige thuissituatie en de conflicten tussen ouders en de ex-partner. De kinderen verblijven momenteel veilig en stabiel bij hun vader, die hulpverlening accepteert en ondersteunt. De moeder krijgt eveneens hulpverlening en de communicatie tussen de ouders is verbeterd, hoewel de situatie nog pril is.
De kinderrechter oordeelt dat de zorg die nodig is om de bedreiging weg te nemen onvoldoende wordt geaccepteerd en dat het belang van de kinderen vraagt om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing. De verlenging wordt vastgesteld voor de duur van twaalf maanden, met het oog op voortzetting van hulpverlening en het monitoren van de thuissituatie na het vertrek van de ex-partner uit de woning van de moeder.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De uitspraak is op 4 februari 2025 gedaan door kinderrechter F.W. van Dongen.