ECLI:NL:RBNHO:2025:2094

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
27 februari 2025
Publicatiedatum
27 februari 2025
Zaaknummer
C/15/361552 / FA RK 25-524
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:20 BWArt. 1:28a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot voornaamswijziging minderjarige met genderdysforie

De moeder heeft namens haar minderjarige kind, geboren als meisje, een verzoek ingediend tot wijziging van de voornaam in verband met genderdysforie. De minderjarige voelt zich mannelijk en gebruikt al enkele jaren een mannelijke naam die hem gelukkig maakt. Hoewel nog geen deskundigenverklaring voor geslachtswijziging is afgegeven, is de voornaamswijziging een belangrijke stap in zijn identiteitsvorming.

De rechtbank stelt vast dat de minderjarige de oorspronkelijke voornaam als te vrouwelijk ervaart en wenst deze als tweede naam te behouden. De vader heeft zijn instemming met het verzoek gegeven. De rechtbank oordeelt dat de gronden voldoende zwaarwegend zijn en dat er geen openbaar belang is dat zich tegen de wijziging verzet.

De rechtbank gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand om de voornaam te wijzigen en bepaalt dat de griffier na drie maanden een afschrift van de beschikking aan de ambtenaar zal sturen, waarna de wijziging officieel wordt verwerkt. De beschikking is op 27 februari 2025 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Verzoek tot wijziging van de voornaam van de minderjarige wordt toegewezen met verwerking na drie maanden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
voornaamswijziging
zaak-/rekestnr.: C/15/361552 / FA RK 25-524
beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 27 februari 2025
in de zaak van:
[de moeder] ,
in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ,
wonende te [plaats] ,
hierna mede te noemen: moeder,
advocaat mr. E.P.J. Appelman, kantoorhoudende te Alkmaar,
strekkende tot het wijzigen van de voornaam van haar minderjarig kind in “ [voornaam] ”.
De rechtbank merkt als belanghebbende aan:
[de vader] ,
wonende te [plaats] ,
hierna mede te noemen: de vader,
en
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente].

1.Verloop van de procedure

1.1
Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:
- het op 31 januari 2025 ontvangen verzoekschrift, met bijlagen, van de moeder.
1.2
De advocaat van de moeder heeft een verklaring van [de minderjarige] overgelegd.
1.3
De advocaat van de moeder heeft tevens een instemmingsverklaring van de vader overgelegd.

2.Vaststaande feiten

2.1
[de minderjarige] is op [geboortedatum] te [plaats] geboren als meisje. De vader heeft [de minderjarige] voorafgaand aan de geboorte erkend, waarbij door de vader en de moeder is gekozen voor de geslachtsnaam (achternaam) [achternaam] .
2.2.
De moeder is van rechtswege belast met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] . [de minderjarige] woont bij de moeder.

3.Beoordeling van het verzoek

3.1
De moeder heeft namens [de minderjarige] gevraagd om diens voornaam te wijzigen in “ [voornaam] ”. De moeder heeft daartoe aangevoerd dat [de minderjarige] zich sinds enkele jaren bewust is van het feit, dat hij zich voelt als zijnde van het mannelijk geslacht en dat sprake is van genderdysforie. Hij gebruikt reeds een aantal jaren de naam [naam] en dat stemt hem gelukkig. Een voornaamswijziging is een belangrijke stap in zijn verdere identiteitsvorming en het versterken van zijn gevoelens van zelfverzekerdheid. [de minderjarige] is onder behandeling van de genderpoli, maar nog niet in het bezit van een deskundigeverklaring als bedoeld in artikel 1:28a van het Burgerlijk Wetboek, zodat een wijziging van geslacht in de geboorteakte met een bijbehorende voornaamswijziging (nu) niet aan de orde kan zijn. [de minderjarige] vindt het erg belangrijk dat zijn voornaam wordt gewijzigd, zodat hij niet steeds wordt geconfronteerd met een voornaam die niet (meer) bij hem past.
3.2
De rechtbank stelt vast de [de minderjarige] is geboren als meisje en daarbij de voornaam [de minderjarige] heeft gekregen. Hoewel deze voornaam als redelijk sekseneutraal kan worden gezien, heeft [de minderjarige] aangegeven dat deze naam hem teveel herinnert aan het feit dat hij zich identificeerde als meisje. [de minderjarige] wenst de voornaam [de minderjarige] wel als tweede naam te behouden, omdat zijn moeder dan minder moeite heeft met zijn naamswijziging.
3.3
De rechtbank is van oordeel dat de aangevoerde gronden genoegzaam gewichtig zijn en dat redenen van openbaar belang zich niet verzetten tegen de gevraagde wijziging. Nu [de minderjarige] in de overgelegde verklaring heeft uitgelegd waarom hij de voornaamswijziging wenst en de vader heeft verklaard in te stemmen met het verzoek, evenals de moeder, is de rechtbank van oordeel dat het verzoek kan worden toegewezen.
3.4
De wet bepaalt dat de griffier van de rechtbank een afschrift van de beschikking niet eerder dan drie maanden na de beschikkingsdatum aan de ambtenaar van de burgerlijke stand moet sturen. Dat betekent dat het voor [de minderjarige] nog drie maanden duurt voordat de ambtenaar deze beslissing zal verwerken op zijn geboorteakte door daaraan een latere vermelding betreffende voornaamswijziging toe te voegen. Zodra dat is gebeurd is de naamswijziging officieel tot stand gekomen.

4.Beslissing

De rechtbank:
4.1
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] van deze beschikking een latere vermelding toe te voegen aan de akte van geboorte onder nummer [nummer] , voorkomende in de registers van de burgerlijke stand over het jaar [geboortejaar] in die zin dat de voornaam van de op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] geboren [de minderjarige] zal worden gewijzigd in: “ [voornaam] ”;
4.2
draagt - op grond van artikel 1:20 e lid 1 BW - de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking -en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld- een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] .
Deze beschikking is gegeven door mr. A.R.A.R. Sitaldin, rechter, in tegenwoordigheid van H.M. Zonneveld, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2025.