ECLI:NL:RBNHO:2025:2197
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in verkeersboetezaak
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die uitspraak deed in een zaak over een verkeersboete. Dit verzoek werd gedaan nadat de rechter op 28 januari 2025 de einduitspraak in de hoofdzaak had gedaan en het beroep van verzoeker ongegrond had verklaard.
De wrakingskamer overwoog dat op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een wrakingsverzoek alleen kan worden ingediend zolang de rechter de zaak nog behandelt. Omdat de zaak met de uitspraak was afgesloten, kon de wrakingskamer het verzoek niet in behandeling nemen.
Verzoeker stelde dat de rechter partijdig was en de wet niet juist had toegepast, maar deze gronden werden niet inhoudelijk behandeld vanwege de niet-ontvankelijkheid. Ook werden eerdere e-mails van verzoeker waarin hij twijfels uitte en een wrakingsverzoek aankondigde niet als een formeel wrakingsverzoek beschouwd.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en wees erop dat tegen deze beslissing geen rechtsmiddel openstaat. De griffier werd opgedragen een afschrift van de beslissing aan alle betrokken partijen te zenden.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak in de hoofdzaak is ingediend.