Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
2.De feiten
De vrouw stemt in met toescheiding van de echtelijke woning aan de man onder de volgende voorwaarden:
Rechtbank Noord-Holland
Partijen hadden een affectieve relatie en waren gezamenlijk eigenaar van een woning. Na beëindiging van hun relatie ontstond een geschil over de toedeling van de woning en de woonlasten van de vrouw na haar vertrek.
De vrouw vorderde betaling van € 3.500,- wegens niet-nakoming door de man van zijn verplichting om de helft van haar huurkosten te dragen, conform een vaststellingsovereenkomst. De man verweerde zich met het standpunt dat de vrouw de waarheidsplicht had geschonden door tijdens een zitting te verklaren dat zij geen zicht had op vervangende woonruimte, terwijl zij al per 1 juli 2024 een huurwoning had betrokken.
De rechtbank oordeelde dat de vrouw de waarheidsplicht van artikel 21 Rv Pro ernstig had geschonden, maar vond dat de man te ver ging in zijn sanctie-eis. De rechtbank kende daarom een gedeeltelijke vergoeding van € 3.000,- toe en bepaalde dat de woonlasten na 1 januari 2025 voor rekening van de vrouw blijven. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van € 3.000,- aan de vrouw wegens woonlasten, met woonlasten na 1 januari 2025 voor rekening van de vrouw.