ECLI:NL:RBNHO:2025:2264
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum recht op kinderbijslag bij gescheiden ouders
Eiseres verzocht om kinderbijslag met terugwerkende kracht vanaf 1 februari 2022, stellende dat haar zoon sinds die datum deels bij haar verbleef. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende kinderbijslag toe vanaf het vierde kwartaal 2022 en verklaarde het bezwaar van eiseres ongegrond. De Svb baseerde zich op artikel 18 van Pro de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en een beschikking van de familierechter van 17 maart 2023, waarin werd vastgesteld dat het hoofdverblijf van de zoon vanaf augustus 2022 bij eiseres was.
De rechtbank oordeelde dat de Svb terecht niet uitging van februari 2022 als ingangsdatum, omdat eiseres onvoldoende bewijs leverde voor een bestendige wijziging van het hoofdverblijf vóór juni 2022. De rechtbank stelde vast dat een bestendig karakter vereist is dat de ouders de rechterlijke uitspraak minimaal zes maanden niet naleven. Omdat in juni 2022 nog het oude ouderschapsplan gold, kon het recht op kinderbijslag niet eerder ingaan.
Hoewel de Svb in de bezwaarprocedure ten onrechte geen hoorzitting hield, leidde dit niet tot benadeling van eiseres, die haar standpunten alsnog in de zitting kon toelichten. Daarom passeerde de rechtbank dit gebrek. De rechtbank wees het beroep af, bevestigde de ingangsdatum van het recht op kinderbijslag per het vierde kwartaal 2022 en veroordeelde de Svb tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op kinderbijslag blijft vastgesteld vanaf het vierde kwartaal van 2022.