Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2025:2279

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 februari 2025
Publicatiedatum
4 maart 2025
Zaaknummer
C/15/361384 / FA RK 25-431
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 WvggzArt. 2:1 lid 6 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek zorgmachtiging wegens wilsbekwaam verzet

De rechtbank Noord-Holland behandelde op 17 februari 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).

Uit de medische verklaringen en de zitting bleek dat betrokkene lijdt aan een post traumatische stressstoornis en een ernstige stoornis in het gebruik van methadon en dexafetamine. De psychiater stelde dat er sprake is van ernstig nadeel en een aanzienlijk risico daarop, waaronder maatschappelijke teloorgang en lichamelijk letsel.

De advocaat van betrokkene voerde echter aan dat betrokkene wilsbekwaam is en dat er geen causaal verband is tussen de stoornis en ernstig nadeel. De rechtbank concludeerde dat de medische verklaringen tegenstrijdig zijn over de wilsbekwaamheid, maar dat de toelichting onvoldoende is om betrokkene wilsonbekwaam te achten.

Omdat betrokkene zich verzet tegen verplichte zorg en er geen sprake is van levensgevaar of ernstig nadeel voor anderen, oordeelde de rechtbank dat sprake is van wilsbekwaam verzet dat gerespecteerd moet worden. Het verzoek tot zorgmachtiging werd daarom afgewezen.

De beschikking is op 17 februari 2025 in het openbaar uitgesproken en schriftelijk vastgesteld op 3 maart 2025.

Uitkomst: Het verzoek tot zorgmachtiging wordt afgewezen wegens wilsbekwaam verzet van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Haarlem
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg (afwijzing)
zaak-/rekestnr.: C/15/361384 / FA RK 25-431
beschikking van de enkelvoudige kamer van 17 februari 2025,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz), voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [land] ),
wonende te [woonplaats] ,
hierna: betrokkene,
advocaat: mr. K. van der Leij, kantoorhoudende te Spaarndam gem. Haarlem, ter zitting waargenomen door mr. E.H. van den Pol, kantoorhoudende te Purmerend.

1.Procedure

1.1.
Bij het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 28 januari 2025, heeft de officier van justitie verzocht om afgifte van een zorgmachtiging voor betrokkene.
1.2.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring van 11 januari 2025;
  • de aanvullende medische verklaring van 11 januari 2025;
  • het zorgplan van 11 januari 2025;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur van 20 januari 2025.
1.3.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 februari 2025, bij betrokkene thuis.
1.4.
Ter zitting zijn de volgende personen gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door waarnemend advocaat;
  • [psychiater] , psychiater;
  • [ambulant verpleegkundige] , ambulant verpleegkundige.
1.5.
De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.

2.Beoordeling

psychische stoornis
2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een post traumatische stress stoornis en een ernstige stoornis in het gebruik van methadon en dexafetamine.
ernstig nadeel
2.2.
Namens betrokkene is verzocht het verzoek af te wijzen omdat – naar de rechtbank begrijpt – er geen sprake is van ernstig nadeel die voortvloeit uit de stoornis. Er is namelijk geen causaal verband tussen de verslaving en de maatschappelijke teloorgang. De somatische problematiek voert de boventoon en dit wordt niet veroorzaakt door de verslaving.
De psychiater heeft ter zitting naar voren gebracht dat er wel degelijk sprake is van ernstig nadeel dat voortvloeit uit de stoornis. Betrokkene gaat maatschappelijk teloor en zit in een groot isolement.
De rechtbank is gelet op de stukken in het dossier en de toelichting en aanvulling hierop van de psychiater ter zitting, van oordeel dat sprake is van ernstig nadeel in de zin van de Wvggz, dan wel dat er in ieder geval sprake is van een aanzienlijk risico op dit nadeel voor betrokkene in de vorm van:
  • ernstig lichamelijk letsel
  • maatschappelijke teloorgang
wilsbekwaamheid
2.3.
De advocaat van betrokkene heeft verzocht om afwijzing van het verzoek. In het dossier zit een medische verklaring waaruit blijkt dat betrokkene wilsbekwaam is. Verder is er geen sprake van ernstig nadeel als bedoeld in artikel 2:1 lid Pro 6, aanhef en onder b, Wvggz, zodat de wensen en voorkeuren van betrokkene ten aanzien van de verplichte zorg moeten worden gehonoreerd.
2.4.
De rechtbank oordeelt als volgt. Er zijn twee medische verklaringen ingebracht. Beide medische verklaringen zijn opgemaakt door dezelfde psychiater op dezelfde datum en hetzelfde tijdstip. In de medische verklaringen is nagenoeg dezelfde toelichting opgenomen bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid, namelijk:
“Ja, er is sprake van ziekte besef en ziekte inzicht. Het lukt hem echter niet om met de aangeboden behandelmogelijkheden een adequate start te maken.”
In een medische verklaring is aangegeven dat betrokkene wel wilsbekwaam is en in de andere is aangegeven dat hij wilsonbekwaam is. Daargelaten dat de psychiater op grond van nagenoeg dezelfde motivering tot twee verschillende uitkomsten concludeert (wilsbekwaam versus wilsonbekwaam), is de toelichting onvoldoende om tot het oordeel te kunnen komen dat betrokkene niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen en dus wilsonbekwaam is. Dat betrokkene niet in staat is om behandeling te accepteren voor zijn verslavingsproblematiek maakt dit niet anders. De rechtbank gaat er bij deze stand van zaken van uit dat betrokkene wilsbekwaam moet worden geacht. De rechtbank overweegt daartoe dat zowel betrokkene als zijn advocaat met de toelichting ter zitting duidelijk hebben gemaakt dat betrokkene geen zorgmachtiging wil en dat hij zich daarmee verzet tegen de verzochte vormen van verplichte zorg. De rechtbank stelt verder vast dat er geen sprake is van levensgevaar voor betrokkene of ernstig nadeel voor een ander. Dat betekent dat sprake is van een situatie van wilsbekwaam verzet en dat verzet gerespecteerd moet worden. Gelet hierop zal het verzoek worden afgewezen.

3.Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Ok, rechter, in tegenwoordigheid van E.C.A. Schinck als griffier en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 maart 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.