Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2025:2285

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 februari 2025
Publicatiedatum
4 maart 2025
Zaaknummer
C/15/361365 / FA RK 25-416
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging op grond van de Wvggz voor de duur van twaalf maanden

De rechtbank Noord-Holland heeft op 17 februari 2025 een zorgmachtiging verleend voor betrokkene op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene lijdt aan schizofrenie van het paranoïde type en cannabismisbruik, wat leidt tot ernstig nadeel voor betrokkene en anderen, waaronder levensgevaar en ernstige psychische schade.

De rechtbank heeft vastgesteld dat vrijwillige zorg niet mogelijk is en dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De verplichte zorg omvat onder meer medicatie, medische controles, bewegingsvrijheidsbeperkingen en toezicht. De opname en intensievere zorg worden alleen toegepast bij ernstige ontregeling.

De rechtbank heeft het verzoek van de officier van justitie om het recht van betrokkene op het ontvangen van bezoek te beperken niet gevolgd, omdat hiervoor geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn gesteld die dit rechtvaardigen. Ook het verzoek tot het toedienen van vocht en voeding als verplichte zorg is afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van twaalf maanden, tot en met 17 februari 2026. De beschikking is openbaar uitgesproken en schriftelijk vastgesteld op 3 maart 2025. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Zorgmachtiging verleend voor twaalf maanden met verplichte zorg, zonder beperking van het recht op bezoek.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Haarlem
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
zaak-/rekestnr.: C/15/361365 / FA RK 25-416
beschikking van de enkelvoudige kamer van 17 februari 2025,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz), voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna: betrokkene,
advocaat: mr. N. Bevelander, gevestigd te Amsterdam.

1.Procedure

1.1.
Bij het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 28 januari 2025, heeft de officier van justitie verzocht om afgifte van een zorgmachtiging voor betrokkene.
1.2.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring van 10 januari 2025;
  • de verbeterde medische verklaring van 10 januari 2025;
  • het zorgplan van 10 januari 2025;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur van 24 januari 2025;
  • een overzicht van eerder voor betrokkene verleende machtigingen op grond van de Wvggz;
  • een uittreksel justitiële documentatie betreffende betrokkene van 17 december 2024;
  • de beschikking van deze rechtbank van 20 maart 2024 waarbij een zorgmachtiging is verleend;
  • de herstelbeschikking van deze rechtbank van 23 april 2024;
  • een uittreksel curatele- en bewindregister van 17 september 2024.
1.3.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 februari 2025, bij het [locatie] .
1.4.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [verpleegkundig specialist] , verpleegkundig specialist geestelijke gezondheidszorg.
1.5.
De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten: schizofrenie van het paranoïde type en cannabismisbruik.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er door voornoemde stoornis ernstig nadeel voor of van betrokkene of een ander is, te weten:
  • levensgevaar;
  • ernstig lichamelijk letsel;
  • ernstige psychische schade;
  • ernstige materiële schade;
  • dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van een ander oproept;
  • de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en dusdanig te herstellen dat betrokkene zijn eigen autonomie herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig.
Op grond van de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, acht de rechtbank gedurende de hele looptijd van de zorgmachtiging de volgende vormen van verplichte zorg nodig:
- het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Uit de overgelegde stukken maakt de rechtbank op dat slechts in het geval dat betrokkene ernstig (psychotisch) ontregelt, wordt overgegaan tot opname en de daarbij behorende vormen van verplichte zorg.
Indien dat het geval is en het ernstig nadeel niet langer kan worden afgewend door middel van de hiervoor vermelde vormen van verplichte zorg, worden gedurende de hele looptijd van de zorgmachtiging ook de volgende vormen van verplichte zorg nodig geacht:
- het beperken van bewegingsvrijheid
(telkens maximaal zes maanden aaneengesloten per toepassing);
- het insluiten van betrokkene
(telkens voor de duur van maximaal zes dagen aaneengesloten per toepassing);
- het uitoefenen van toezicht op betrokkene
(telkens voor de duur van maximaal zes dagen aaneengesloten per toepassing);
- onderzoek aan kleding of lichaam
(telkens voor de duur van maximaal zes maanden aaneengesloten per toepassing);
- het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen
(telkens voor de duur van maximaal zes maanden aaneengesloten per toepassing);
- opnemen in een accommodatie
(telkens voor de duur van maximaal zes maanden aaneengesloten per toepassing).
De officier van justitie heeft ook nog verzocht om “het beperken van het recht op ontvangen van bezoek” als vorm van verplichte zorg in de beschikking op te nemen. De geneesheer directeur heeft in zijn bevindingen aangegeven dat er ter zitting moet worden beoordeeld of de vorm van verplichte zorg “het beperken van het recht op ontvangen van bezoek” noodzakelijk is.
De advocaat heeft verzocht om voornoemde vorm van verplichte zorg niet in de machtiging op te nemen. De rechtbank heeft op 12 januari 2024 in het kader van een procedure tot wijziging van de zorgmachtiging die voor betrokkene op 20 april 2023 is afgegeven, geoordeeld dat er geen noodzaak was om het recht van betrokkene op het ontvangen van bezoek te beperken. Het gaat ook nu veel te ver om deze vorm van verplichte zorg op te nemen. Betrokkene geeft het zelf aan wanneer er mensen op bezoek komen die niet deugen. Hij meldt het ook uit zichzelf wanneer er drugs binnen wordt gebracht en geeft de drugs ook af.
De verpleegkundig specialist heeft ter zitting naar voren gebracht dat betrokkene goede intenties heeft, maar dat hij geen open kaart speelt. Zo is nog steeds onduidelijk hoe de schotwond van betrokkene is ontstaan. Het is belangrijk dat er grip kan worden gehouden op wie er op de afdeling komt, om de veiligheid respectievelijk het gevoel van veiligheid op de afdeling te kunnen waarborgen.
De rechtbank stelt vast dat de onderbouwing van het verzoek om het beperken van het recht van betrokkene op het ontvangen van bezoek overeenkomt met de onderbouwing die in het kader van de procedure tot wijziging van de zorgmachtiging is gegeven (beschikking 12 januari 2024). Dat sprake zou zijn van nieuwe feiten en omstandigheden ten opzichte van de situatie een jaar geleden, is gesteld noch gebleken. Gelet hierop ziet de rechtbank geen aanleiding om het beperken van het recht van betrokkene op het ontvangen van bezoek nu wel in de zorgmachtiging op te nemen.
De overige door de officier van justitie verzochte vorm van verplichte zorg, te weten “het toedienen van vocht en voeding” wordt door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid hiervan niet (afdoende) is gemotiveerd.
2.5.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde en noodzakelijk bevonden verplichte zorg is ook evenredig en naar verwachting effectief.
2.6.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden, en geldt aldus tot en met 17 februari 2026.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , met de vormen van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.4. is vermeld, alles voor de volledige duur van de zorgmachtiging, tenzij onder 2.4. een kortere duur is vermeld;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
17 februari 2026;
3.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Ok, rechter, in tegenwoordigheid van E.C.A. Schinck als griffier en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 maart 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.