Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
- met zijn, verdachtes, hand (onder de kleding) van die [slachtoffer] te gaan en aan haar buik en rug, te zitten/voelen en
- meermaals over de kleding in de bil(len) van die [slachtoffer] te knijpen.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
€ 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro)als vergoeding voor deze immateriële schade, gelet op de aard en ernst van de normschending, billijk.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
4 (vier) maanden, met bevel dat deze straf
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
200 (tweehonderd) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door
100 (honderd) dagen hechtenis.
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 4.114,17, bestaande uit € 2.614,17 als vergoeding voor de materiële schade en € 1.500,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 januari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 4.114,17, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 januari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
51 dagengijzeling.