ECLI:NL:RBNHO:2025:2617
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard inzake box 3 belastingheffing en werkelijk rendement
Eiser betwist de hoogte van de belastingaanslag inkomstenbelasting over box 3 voor het jaar 2021, stellende dat het werkelijk rendement op zijn vermogen, dat voornamelijk uit onroerende zaken bestaat, lager is dan het forfaitaire rendement dat is toegepast. Hij voert aan dat het bezwaar niet correct is behandeld en dat de uitspraak op bezwaar onvoldoende is gemotiveerd.
De rechtbank oordeelt dat het hoorrecht niet is geschonden omdat eiser via een gemachtigde heeft laten weten geen gebruik te maken van het hoorrecht. De uitspraak op bezwaar is voldoende gemotiveerd. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Hoge Raad waarin is bepaald dat ook niet-gerealiseerde waardeveranderingen van vermogensbestanddelen tot het werkelijke rendement behoren.
Uit de stukken blijkt dat de waarde van de onroerende zaken in 2021 is gestegen, waardoor het totale rendement hoger is dan het forfaitaire rendement dat is gehanteerd. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het werkelijke rendement lager is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aanslag blijft onverminderd van kracht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting box 3 blijft gehandhaafd.