ECLI:NL:RBNHO:2025:2618
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen box 3 belastingaanslag 2021 op basis van werkelijk rendement
Eiseres stelde dat het werkelijk rendement over haar box 3 vermogen, dat voornamelijk uit onroerende zaken bestaat, lager was dan het forfaitaire rendement dat de Belastingdienst hanteerde. Zij betoogde dat bij de berekening van het inkomen in box 3 rekening gehouden moest worden met een lager rendement op vorderingen en banktegoeden en dat waardestijgingen van onroerende zaken niet in aanmerking hoefden te worden genomen.
De rechtbank oordeelde dat de herstelwet niet in strijd is met het kerstarrest en dat ook niet-gerealiseerde waardeveranderingen van onroerende zaken tot het werkelijke rendement behoren. Uit de stukken bleek dat de waarde van de onroerende zaken in 2021 niet was gedaald en dat er zelfs sprake was van waardestijgingen. Eiseres slaagde er niet in het tegendeel aannemelijk te maken.
Verder werd geoordeeld dat het bezwaar correct was behandeld, ondanks dat eiseres niet persoonlijk was gehoord, omdat haar gemachtigde had aangegeven geen gebruik te maken van het hoorrecht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter A.A. Fase op 13 maart 2025 te Haarlem.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de box 3 belastingaanslag 2021 wordt ongegrond verklaard.