Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2025:2644

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
6 maart 2025
Publicatiedatum
12 maart 2025
Zaaknummer
15/360666 FT RK 25/6
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 349a lid 1 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met eerdere ingangsdatum vastgesteld

Schuldenaar verzocht de rechtbank om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). De rechtbank beoordeelde of aan de wettelijke toelatingseisen was voldaan en of de looptijd van de wsnp eerder kon aanvangen dan de datum van toelating.

De rechtbank stelde vast dat schuldenaar voldeed aan de toelatingseisen. Op basis van een arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024 onderzocht de rechtbank ambtshalve of de wsnp-termijn eerder kon ingaan dan de datum van het vonnis. Schuldenaar had tijdens het minnelijk traject betalingsregelingen getroffen met twee schuldeisers, maar deze aflossingen werden niet gelijkgesteld aan aflossingen in de zin van artikel 349a lid 1 van de Faillissementswet, omdat zij niet ten goede kwamen aan alle schuldeisers.

De rechtbank concludeerde dat schuldenaar geen afloscapaciteit had tijdens het minnelijk traject en dat het aanbod van 0,76% aan alle schuldeisers als een nul-aanbod moest worden beschouwd. Dit aanbod, gedaan op 11 oktober 2024, werd als het alternatieve aanvangsmoment van de wsnp-termijn vastgesteld. De wsnp loopt daarom van 11 oktober 2024 tot 11 april 2026.

Schuldenaar moet zich gedurende de wsnp aan de verplichtingen houden om in aanmerking te komen voor de schone lei. De rechtbank benoemde tevens een rechter-commissaris en een bewindvoerder, die bevoegdheden hebben gedurende de looptijd van de regeling.

Tegen het besluit over de eerdere ingangsdatum kan binnen acht dagen beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, uitsluitend met bijstand van een advocaat.

Uitkomst: Schuldenaar wordt toegelaten tot de wsnp met looptijd vanaf 11 oktober 2024 tot 11 april 2026.

Uitspraak

VONNIS TOELATING WSNP

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
zittingsplaats: Alkmaar
afdeling: Handel, Kanton en Insolventie
zaaknummer: 15/360666 FT RK 25/6
naam rechter: mr. J. van der Kluit
insolventienummer: R.15/25/40
uitspraakdatum: 06 maart 2025
in de zaak van: [schuldenaar] (hierna: schuldenaar)
geboren op: [geboortedatum] 1965 te [plaats 1]
wonende te: [plaats 2]
schuldhulpverlener: Fidus.

1.Samenvatting

Schuldenaar heeft de rechtbank verzocht om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). De rechtbank moet beoordelen of schuldenaar voldoet aan de wettelijke eisen die daarvoor gelden. Daarnaast moet de rechtbank (ambtshalve) beoordelen of er aanleiding is om een eerdere ingangsdatum van de wsnp te bepalen.

2.Beslissing van de rechtbank

De rechtbank laat schuldenaar met ingang van datum 06 maart 2025 toe tot de wsnp. De termijn van de wsnp is gaan lopen vanaf 11 oktober 2024 en eindigt 18 maanden later op 11 april 2026.

3.Gevolgen voor schuldenaar

  • Schuldenaar moet zich gedurende de komende maanden houden aan de verplichtingen van de wsnp. In het eerder toegestuurde stappenplan bij de oproepbrief staat wat die verplichtingen zijn.
  • Zo lang de wsnp duurt, mogen schuldeisers geen betaling eisen voor de al bestaande schulden.
  • Als schuldenaar zich aan alle verplichtingen houdt, komt hij in aanmerking voor de schone lei. Als schuldenaar zich niet aan de verplichtingen houdt, kan de wsnp (eerder) worden beëindigd zonder schone lei. Schuldeisers kunnen schuldenaar dan weer tot betaling dwingen.

4.Redenen voor deze beslissing

  • De rechtbank stelt vast dat schuldenaar voldoet aan de toelatingseisen.
  • Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024
  • Ter zitting heeft de schuldhulpverlener aangevoerd dat schuldenaar op basis van inmiddels langlopende betalingsregelingen met twee schuldeisers aan hen aflossingen heeft gedaan tijdens het minnelijk voortraject en dat de termijn van de wsnp daarom 12 maanden eerder kan ingaan. Als gevolg van die betalingsregelingen had schuldenaar verder geen afloscapaciteit meer.
  • De rechtbank is van oordeel dat de aflossingen die schuldenaar tijdens het minnelijk traject heeft gedaan aan twee schuldeisers op basis van betalingsregelingen niet gelijk gesteld kunnen worden aan aflossen in de zin van artikel 349a lid 1 van de Faillissementswet (Fw). Deze aflossingen op basis van de betalingsregelingen komen immers niet ten goede aan de gezamenlijke schuldeisers, maar slechts aan twee van hen. In het hiervoor genoemde arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat betalingen onder beslag - die ook niet ten goede komen aan de gezamenlijke schuldeisers – wel als aflossing in de zin van artikel 349a lid 1 Fw kan worden aangemerkt, omdat het in beginsel niet aan de schuldenaar is toe te rekenen dat door een of meer schuldeisers beslag is gelegd. Voor een betalingsregeling geldt dat niet, omdat schuldenaar die vrijwillig is aangegaan. Hij had die betalingsregelingen bij aanvang van het minnelijk traject ook kunnen stoppen waarna de (resterende) vorderingen ineens opeisbaar zouden zijn geworden. Die vorderingen had hij kunnen betrekken in het aanbod aan de schuldeisers. Schuldenaar heeft dat ook gedaan, doordat hij een aanbod van 0.76% aan alle schuldeisers heeft gedaan, maar daarvoor was het niet nodig na aanvang van het minnelijk voortraject de betalingsregelingen voort te zetten.
  • De rechtbank stelt op basis van de door de schuldhulpverlener gemaakte berekening van het vrij te laten bedrag vast dat schuldenaar tijdens het minnelijk traject geen afloscapaciteit had. In die berekening is geen rekening gehouden met de afbetalingsregelingen met de twee schuldeisers. Dus ook zonder die betalingsregelingen zou schuldenaar geen afloscapaciteit hebben gehad. Toch heeft schuldenaar aan zijn schuldeisers een aanbod gedaan om 0,76% van de vordering te voldoen. De schuldhulpverlener heeft op de zitting toegelicht dat dat is gedaan om toch iets aan de schuldeisers te kunnen aanbieden. Omdat schuldenaar op basis van de berekening van het vrij te laten bedrag geen afloscapaciteit had, stelt de rechtbank het aanbod van schuldenaar gelijk aan een zogenoemd ‘nul-aanbod’. In navolging van het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad zal de rechtbank daarom dit aanbod van schuldenaar aan zijn schuldeisers aanmerken als het alternatieve aanvangsmoment voor de termijn van de wsnp. Het aanbod is gedaan op 11 oktober 2024. De rechtbank zal daarom het aanvangsmoment van de looptijd van de wsnp vaststellen op 11 oktober 2024 en de looptijd bepalen op de standaardtermijn van 18 maanden.

5.Stukken waarop dit vonnis is gebaseerd

  • Het verzoekschrift
  • De aantekeningen van de zitting die op 25 februari 2025 plaatsvond. Op deze zitting zijn schuldenaar en mevr. [betrokkene] van Fidus (schuldhulpverlener) verschenen.

6.Andere gevolgen van dit vonnis

  • De rechtbank benoemt tot rechter-commissaris: mr. M.P. de Valk
  • De rechtbank benoemt tot bewindvoerder:
[bewindvoerder]
 De bewindvoerder mag een voorschot op het salaris nemen volgens het Besluit salaris bewindvoerder. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
- als er genoeg geld op de boedelrekening staat.
 De bewindvoerder ontvangt de komende dertien maanden de post van schuldenaar en mag deze inzien.

7.Mogelijkheden om dit vonnis aan te vechten

Dit vonnis kan, voor zover het de beslissing over de eerdere ingangsdatum van de looptijd van de wsnp betreft, binnen acht dagen na de uitspraakdatum worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam. Dit kan alleen met behulp van een advocaat.
De griffier De rechter